Al mijn posts over de verkiezingen volgend jaar.

Verkiezingsprogramma VVD in detail

Door mux op zondag 19 februari 2017 20:01 - Reacties (22)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 3.200

In dit artikel bekijken we, met behulp van de achtergrondinformatie in mijn andere artikelen, met een kritisch oog naar de punten in het verkiezingsprogramma van de VVD. Heeft de VVD ideeën over de volgende regeringsperiode die logisch, consistent en in het algemeen een goed idee zijn?

Klik hier voor het volledige verkiezingsprogramma van de VVD (99 pagina's). Lees hier het volledige rapport over de fiscale effecten van de verkiezingsplannen van de grootste partijen (374 pagina's).

Achtergrond en inleiding

We hebben hier geen blogserie met een saaie opsomming van punten - het hele idee van m'n verkiezingsserie is om context en betekenis te geven aan dingen die gebeuren in de politiek, zodat de lezer een beter geïnformeerde keuze kan maken. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar het programma zelf te kijken, maar ook naar alles eromheen. Wat is de intentie van deze partij met dit programma? Hoe is het wereldbeeld van de VVD? Hoe hebben ze in het verleden geregeerd en gestemd?

De moderne VVD is een gematigd liberaal-conservatieve partij. Dat wil zeggen dat de VVD in het algemeen liberale economische en politieke posities inneemt (ze zijn voor een sterke marktwerking, eigen verantwoordelijkheid, niet teveel overheidsbemoeienis als het niet nodig is en veel politieke vrijheid voor individuen en politici). Sociaal gezien zijn ze meestal iets conservatiever, met een milde interesse voor het behouden en benadrukken van de Nederlandse identiteit en traditionele instituten. Ik zeg hierbij 'milde interesse', niet om de intenties van de VVD af te zwakken maar om aan te geven dat de VVD op het spectrum van sociaal conservatisme lang niet zo extreem is als andere partijen. De VVD heeft bijvoorbeeld relatief weinig problemen gehad met het invoeren van het homohuwelijk, abortus en menig ander punt dat in andere landen ondenkbaar zou zijn voor conservatieve partijen. Hierbij is het nuttig op te merken dat Nederland in het geheel zeer sociaal progressief is, dus zelfs de meeste conservatieve partijen hier hebben redelijk milde standpunten.
Wij Nederlanders hebben op 15 maart aanstaande een belangrijke vraag te beantwoorden. Die vraag is wat voor samenleving en wat voor land wij eigenlijk willen zijn. Er gaat ontzettend veel goed in ons prachtige land aan de Noordzee. De voorbeelden daarvan zien wij allemaal dagelijks om ons heen. Maar er liggen ook problemen en bedreigingen op de loer. Ver weg en dicht bij huis. Daarom staan we nu voor een keuze. En niet zomaar een keuze. We staan voor een keuze hoe we met die problemen en bedreigingen omgaan. Zonder in te leveren aan onze manier van leven. Zonder op te geven wie we zijn. We moeten dus kiezen in wat voor soort land we willen leven. En wat voor soort Nederlanders wij willen zijn.
In andere landen met aanstaande verkiezingen zie je hetzelfde gebeuren. Minder dan twee jaar geleden nam de conservatieve partij van het Verenigd Koninkrijk (de Tories) een aantal zeer rechts-nationalistische punten over van de anti-Europese partij UKIP om zo te voorkomen stemmen te verliezen aan deze partij. Hetzelfde gebeurde in Oostenrijk en is momenteel aan de gang in Duitsland, en ook in Nederland lijkt de grootste conservatieve partij, de VVD, hard te proberen niet al teveel stemmen te verliezen aan de PVV. Vooral met korte, eenvoudige zinnen en een beetje gevoel van dreiging aan de horizon.

Ondanks de eenvoudige zinsopbouw is de inleiding aardig lang en zeer goed geschreven. Het spreekt over de typische kernwaarden van liberale partijen; veel persoonlijke vrijheid en oplossingsgericht denken over potentiële problemen. Er wordt terecht genoemd dat Nederland er nog heel goed bij staat ondanks financiële crisis - waarbij ze zichzelf een beetje een schouderklopje aan het geven zijn (Rutte was premier in deze periode). Ook wordt een beetje geschopt tegen de PVV zonder het bij naam te noemen:
Want sommigen willen zich juist volledig afsluiten voor de problemen. Bijvoorbeeld door alles wat misgaat snel weer naar de overheid te halen. Of door complete bevolkingsgroepen het land uit te zetten. Of door uit de Europese Unie (EU) te stappen. Dat wordt allemaal verkocht als een moedige daad van verzet. Maar het is niet moedig. Het is angstig.

Het partijprogramma

Het partijprogramma van de VVD is 'Zeker Nederland' genoemd en is opgedeeld in de thema's:
  • Veiligheid en vrijheid
  • Zekerheid en inkomen
  • Onderwijs en cultuur
  • Zorg en gezondheid
  • Mobiliteit en ruimte
  • Energie en Klimaat (<-- enige kopje waar het tweede zelfst. naamwoord een hoofdletter heeft)
  • Overheid en geld
In de komende subhoofdstukken vat ik samen in een paar zinnen wat de plannen zijn, en ga daarna in op specifieke punten. Ieder punt beoordeel ik niet op basis van mijn eigen mening (wat heb je daar aan?) maar op basis van de theorie en achtergrondinformatie in mijn andere artikelen over de verkiezingen. Ook raadpleeg ik de ramingen van het CPB, eerder gelinkt. Hierdoor probeer ik zo neutraal mogelijk dingen op hun objectieve merites te beoordelen. Uiteraard hoor ik het graag als ik iets fout heb beoordeeld of gemist.
Veiligheid en vrijheid
De VVD is door de jaren heen weinig veranderd op dit punt. Meer politie, meer defensie, meer Europa, minder drugs, minder asielzoekers en minder ontwikkelingshulp. In totaal is de VVD van plan ca. 700 miljoen per jaar meer in veiligheid te stoppen. Defensie krijgt van de VVD 1 miljard extra.
  • Meer blauw op straat. De VVD maakt hier de onjuiste bewering dat criminaliteit klein begint, maar uiteindelijk tot zware criminaliteit en liquidaties (!?!) kan leiden. Het klinkt leuk, maar ze gaan hier totaal voorbij aan de redenen voor criminaliteit. Een crimineel is geen één soort mens ('the bad guy'). Mensen plegen criminaliteit om redenen, net als dat je naar de winkel gaat om brood te kopen. Je gaat dan niet opeens naar de Hoogvliet om een Tesla te kopen. Dat het allebei dingen zijn die je koopt wil niet zeggen dat het een tot het ander leidt. Kleine criminaliteit is meestal een gevolg van armoede, zowel financieel als mentaal. Zware, georganiseerde criminaliteit en zware delicten zoals moord hebben doorgaans juist een 'commerciëler' karakter. Desondanks is meer blauw op straat effectief. We hebben de afgelopen 6 jaar een drastische daling van alle soorten criminaliteit gezien en een verhoging van het gevoel van veiligheid. Dit is grootendeels het gevolg van Ivo Opstelten's veiligheidsagenda, waarbij meer blauw op straat en effectievere criminaliteitsbestrijding zijn speerpunten waren.
  • Vrij vérgaande terrorismepreventie. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet denken - de VVD wil 'het uitreizen naar het buitenland met als doel het plegen van of bijdragen aan een terroristisch misdrijf' strafbaar stellen. In mijn ogen is dit heel moeilijk hard te maken. Dit klinkt een beetje als 'gedachtenmisdaden', of zoals in sommige landen reeds wet is, een zware straf op zelfmoordpogingen. In mijn ogen probeert de VVD iets teveel symboolpolitiek te bedrijven hier. Dit geldt voor meerdere punten in het verkiezingsprogramma; afgezien van het specifiek uitbreiden van antiterreureenheden lijken al hun terrorisme-punten meer een intentieverklaringen dan goed uitgedachte voorstellen. Ik zie liever dingen die duidelijk te implementeren en bewijsbaar effectief zijn.
  • Verhoging van straffen. Ontegenzeggelijk een slecht idee. Met name gezien we uitgebreid wetenschappelijk bewijs hebben dat hogere straffen alleen maar de staat een hoop geld kosten en geen criminaliteit voorkómen. Ik ben ook zeer benieuwd hoe ze dit willen implementeren: 'Wij willen dat vormfouten van het OM en de politie hersteld kunnen worden'. Vormfouten zijn géén triviale dingen. Het klinkt misschien alsof 'de politie niet het juiste dansje heeft gedaan', maar het gaat hier om bijvoorbeeld onjuist vergaard bewijs waardoor er geknoeid kan worden met bewijsmaterialen of -data. Door vormfouten 'fix it in post' te doen, introduceer je een groot gevaar van corrupte politie, justitie en politici. Ook het verplicht uitzitten van straffen is iets dat alleen maar geld kost en criminaliteit veroorzaakt. Het lijkt wel alsof de VVD nog nooit een boek over straftheorie heeft gelezen.
  • Hervorming van cannabisbeleid. Aan de ene kant zeggen ze: coffeeshop veroorzaakt overlast? Weg ermee! Dat is een slecht idee; sluiting van coffeeshops betekent dat mensen illegale bronnen gaan opzoeken voor hun wiet. Aan de andere kant zeggen ze dat ze cannabis 'slimmer willen reguleren' en hebben ze in hele vage taal staan dat ze van het beleid af willen dat wiet verkopen aan de deur gedoogd wordt, maar inkoop illegaal is. Bedoelen ze nou dat inkoop gelegaliseerd moet worden? Goed idee! Of dat verkoop illegaal moet worden? Deze hele alinea roept meer vragen op dan dat het antwoorden geeft.
  • Pan-Europees immigratiebeleid. Het is wat onstuimig verwoord omdat de gemiddelde kiezer zich waarschijnlijk niet zo bewust is van de eindeloze discussies binnen het Europees Parlement, maar de VVD is duidelijk 100% voorstander van een regeling waarbij immigratie wordt verdeeld over Europa en wachtlijsten te voorkomen.
  • Religieuze genootschappen moeten in uitzonderlijke gevallen verboden kunnen worden. Hierbij wordt specifiek gediend op haatzaaiende religieuze groepen. Ook hier hebben we een zwaard dat aan twee kanten snijdt; aan de ene kant is religieuze vrijheid een centrale pilaar onder onze maatschappij (in combinatie met scheiding van kerk en staat), maar aan de andere kant is aansporing tot misdrijven (en dus ook haat zaaien) in iedere andere vorm al vervolgbaar. Het is vreemd dat religie hierin vrijuit mag gaan. Ik ben benieuwd hoe ze van plan zijn dit specifiek te implementeren. Ik gok dat dit punt is gericht op extremistische islam, maar er zijn ook zeer haatzaaiende extremistische gereformeerde kerkgenootschappen in o.a. Zeeland en de Noordoostpolder. Gaan we hier dan (weer) een uitzondering voor maken, net als met Christelijk onderwijs?
  • Expliciete steun voor militaire middelen aan Europese grenzen. Dit is vooral een belangrijk symbolisch punt, gezien dit impliciet steun geeft voor een Europees leger - een plan dat al lang in de steigers staat en met het vertrekken van het VK hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid wordt.
  • Sterkere handhaving van verantwoordelijkheden binnen Europa. In het verleden hebben aardig wat landen Europese regels aan hun laars gelapt, bijvoorbeeld met te hoge begrotingstekorten. De VVD - en overigens veel partijen in met name de EU-7 - wil dat landen hier ook echt aan worden gehouden. Impliciet betekent dit ofwel het introduceren van toepasselijke strafmaten (een nieuw Europees instituut? Via het EUHvJ?) ofwel het opleggen van beperkingen. Dit heeft hoopjes voeten in de aarde.
  • Geen Europees leger. Dit is een heel vreemd contrast met hun eerdere punten. Het Europees Leger is geen leger dat onderdeel is van een soeverein Europa - Europa is niet soeverein. Het is echter wel een leger dat opgebouwd is uit delen van de krijgsmacht van lidstaten om zo alle lidstaten te kunnen beschermen en als één geheel te kunnen optreden in wereldwijde conflicten. Dit is in feite wat we al doen en precies waar de VVD vóór is in al hun andere punten. Ik heb het idee dat de VVD simpelweg de naam 'Europees leger' niet aanstaat. In hun punt over het Europees leger staat namelijk exact hoe het Europees leger wél zou opereren (namelijk harmoniserend en centraal gecoördineerd tussen lidstaten met een relevante krijgsmacht).
  • Beperking van ontwikkelingshulp. Minder geld naar arme landen, met een mooi verhaaltje eromheen om het niet zo erg te laten lijken. Ik kan dit niet anders dan cynisch lezen.
Zekerheid en inkomen
Lagere belastingen. Betere sociale voorzieningen. Meer eigen verantwoordelijkheid. Ook is er veel aandacht voor innovatie en kleine bedrijven. De VVD schrapt in totaal 2,7 miljard aan sociale zekerheid. Verwacht wordt dat dit per saldo vrijwel geen verschil zal maken voor de werkgelegenheid, maar dat met name zwakkere deelnemers aan de maatschappij (gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden) een negatief effect zien op hun inkomensontwikkeling.
  • Aantrekkelijker maken van vaste contracten. Goed idee. We zitten momenteel in een problematische situatie waar mensen iedere 2 jaar moeten jobhoppen omdat werkgevers tijdelijke contracten niet willen omzetten naar vaste - een consequentie van eerdere wetgeving die maximaal 2 jaarcontracten toeliet voordat je een vast contract moet krijgen. Daarnaast wordt ook gesproken over het beperken van nulurencontracten, nog een goed idee.
  • Verlaging van werkgeversbelastingen. Loondoorbetaling terug naar 1 jaar voor het kleinbedrijf en lagere loonbelastingen voor alle bedrijven (let wel: inkomstenbelasting zit daar niet bij inbegrepen). De klap voor het sociale afdrachtenstelsel wordt aan de andere kant weer opgevangen door betere overheidsvoorzieningen zoals hogere maar kortere WW. Dit alles klinkt in mijn oren een beetje als sigaar uit eigen doos en/of having your cake and eating it too. Zonder harde cijfers is het moeilijk te zeggen of dit financieel haalbaar is. Puur vanuit sociaal perspectief is er niet heel veel op tegen, zolang het niet voor meer belastingdruk zorgt voor kwetsbare groepen.
  • Lagere inkomstenbelasting voor iedereen. Zogenaamd om de inkomensval te compenseren als je vanuit een uitkering weer gaat werken (naast andere redenen). Sorry, maar totale onzin. Natuurlijk ben ik, net als iedereen, blij met lagere belastingen, maar een gigantisch deel van het overheidsbudget (waar vervolgens voornamelijk zorg en zekerheid van wordt betaald) komt uit de inkomstenbelastingen. Dit verlagen betekent dat je een gat van tientallen miljarden slaat in het budget. Dit is onuitvoerbaar zonder een solide plan om die inkomsten te compenseren.
  • Minder strenge normen voor hypotheek. Momenteel zijn de normen voor een hypotheek zo strikt dat ZZP'ers en starters bijna geen huis kunnen kopen - dit herken ik sterk vanuit zowel persoonlijke informatie als mijn hele vriendengroep. Dit heeft deels met de ongewoon lage rentestand te maken; veelal zie je momenteel de situatie dat iemand al jaren een huis huurt voor ¤1000 per maand, maar geen hypotheek van ¤600/mnd kan krijgen, ondanks dat hij dat makkelijk zou kunnen betalen. Op de middellange termijn lijkt het erop dat rentestanden nog lang laag blijven, dus het is een prima idee om de NIBUD-normen dan ook omlaag aan te passen.
  • Lagere kosten voor bouwvergunningen. Bouwvergunningen en landverkoop wordt door gemeenten gebruikt om begrotingsgaten op te vullen. Als de VVD inkomsten uit andere bronnen wil verlagen, zullen ze een grotere algemene bijdrage moeten inplannen. Dat zie ik nergens staan. In de praktijk zullen gemeentes dus misschien wel bouwvergunningen goedkoper maken, maar OZB of rioolbelasting omhoog gooien. Sigaar uit eigen doos.
  • Meer beschermingen voor eigenaren, ook bij leegstand. Onder andere met sterker optreden tegen krakers, overlast, minder verhuurdersbeperkingen, lagere liberalisatiegrens. Ik vind dit heel moeilijke punten om het mee eens te zijn. Wederom, ik heb een hekel aan krakers en overlastgevers en mijn ouders zouden maar wat graag minder beperkingen hebben bij het verhuren van hun huizen. Maar deze dingen zijn een consequentie van nuttige wetgeving. Krakers en overlast zijn bijna altijd een consequentie van te hoge huur en ghettovorming. Sociale huur voorziet hierin, en een lagere liberalisatiegrens zal op den duur voor minder woningaanbod voor arme mensen zorgen. De VVD wil scheefwonen en prioriteit aan asielzoekers aanpakken om - naar ik aanneem - deze consequenties aan te pakken, maar dat is onvoldoende. Er zullen ook meer sociale starters-huurwoningen bij moeten komen als zij hun plannen doorvoeren. Puur zoals het in het verkiezingsprogramma staat opgeschreven is dit niet voldoende gebalanceerd.
  • Kortere, hogere AOW als je daarvoor kiest, bijvoorbeeld bij langer doorwerken. En daarnaast ook een persoonlijke pensioenpot - een spaarpensioen dus. Dit is een riskant punt. Aan de ene kant zijn er genoeg mensne die willen doorwerken, maar waarvoor het niet loont omdat ze dan effectief minder AOW krijgen - voor die mensen is het nuttig. Maar aan de andere kant kan deze wetgeving gemakkelijk leiden tot een effectieve besparingsmaatregel. Door minder collectiviteit aan te bieden in het pensioen kan hetzelfde worden bewerkstelligd (gezien veruit de meeste mensen ondergemiddeld inleggen, en dus uiteindelijk minder krijgen dan ze collectief zouden krijgen). De verwoording van alle pensioenpunten is zo vaag dat ik geen harde uitspraken kan doen.
  • Verlaging van vennootschapsbelasting. Klinkt als trickle-down economics, en dus niet realistisch. Dit gaat voor een begrotingsgat zorgen - VPB is wederom een flinke inkomstenbron voor de staat.
  • Focus op innovatie en kenniseconomie. Met meer ruimte voor kennismigratie en innovatiebudgetten, alsmede betere (internationale) samenwerking tussen universiteiten en bedrijvigheid. Ook veel oog voor startups, crowdfunding en kleine bedrijven. Ik heb hier aardig middenin gezeten, en ondanks dat de intentie politiek prachtig klinkt (innovatie is goed toch?) kleven er aardig wat nadelen aan. Kennismigratie heeft de afgelopen 10 jaar vaak betekend dat Chinese PhD-studenten hier komen, hun studie afmaken en weer teruggaan zonder echt bij te dragen aan de economie. Omgekeerd vertrekken veel startups uit Nederland naar Silicon Valley, Guangzhou en Hong Kong/Shenzhen. Het is m.i. niet voldoende om te zeggen dat je wilt investeren - natuurlijk willen we allemaal investeren in innovatie en kleine bedrijven, dit zijn economisch zeer efficiënte zaken. Ik wil in verkiezingsprogramma's duidelijker zien hoe ze de bijkomende nadelen van plan zijn aan te pakken.
Onderwijs en cultuur
Recht zo die gaat. De meerderheid van de onderwijs- en cultuurpunten van het VVD zijn bevestigingen van wat nu al gaande is. Her en der wordt er geld iets anders ingedeeld, maar de VVD lijkt hier budgetneutraal te willen werken, met in totaal nog geen 100 miljoen aan extra investering. Dit zorgt op lange termijn tot een duidelijk positief effect op het onderwijs volgens het CPB.
  • Geen herintroductie WO-eis voor alle leerkrachten. Het was in het VWO en HAVO tot in de jaren '90 verplicht om een afgeronde, relevante universitaire studie te hebben gedaan als onderwijzer aan een middelbare school. Door een aantal herstructureringen alsmede een flink tekort aan nieuwe docenten tijdens de docentenvergrijzing aan het begin van deze eeuw zijn deze eisen versoepeld en konden ook schakelprogramma- en HBO-docenten instromen. Andere kleine landen, zoals Finland, hebben een harde eis dat alle docenten, ook op het basisonderwijs, een universitair diploma dragen. Dit heeft bijgedragen aan Finland's erkenning als beste onderwijsstelsel in de wereld. Ook in Nederland is een roep om deze eis in te voeren, en de VVD draait hier omheen door te zeggen dat ze dit 'bij voorkeur' willen, maar niet afdwingen.
  • Geen uitbreiding van toeslagen, maar wel andere constructies. Er is aardig gesneden in kinderopvangtoeslag en de koopkrachtigheid van kinderbijslag enz. zijn aardig omlaag gegaan in de loop van deze eeuw. Gezien ook voorheen gratis (en door vrijwilligers beklede) zaken als tussenschoolse opvang, overblijven en voorschoolse opvang zijn versoberd is het nu moeilijker voor kinderen met een leerachterstand om extra tijd en aandacht op school te krijgen buiten schooluren. Binnen het onderwijs is er roep om deze programma's terug te brengen en/of betaalde programma's te subsidiëren via een toeslag. De VVD heeft hier andere plannen voor, maar ze zijn erg vaag (ze willen 'experimenteermogelijkheden' tussen scholen en opvangvoorzieningen?).
  • Vrije vakantiekeuze (?) en meer vrijheid schoolaanbod. Deze is érg interessant, hoewel wat vaag verwoord. Het openen van een school en het bepalen van openingstijden wil de VVD vrij maken, wat de intentie heeft om kleinere, beter gespecialiseerde scholen aan te moedigen. Echter, dit betekent impliciet ook het verdwijnen van de schoolvakanties. Dit is iets wat in andere landen grote vruchten heeft afgeworpen - probleemkinderen en achterstanden kunnen worden aangepakt in de extra tijd en door het spreiden en verminderen van schoolvakanties wordt de druk op werkende ouders en opvang verminderd. Dit leidt ook tot meetbaar betere schoolresultaten.
  • Geen uitbreiding stufi, afschaffing harde knip of tweede kans. Als enige soelaas voor de verkeerde keuze in een vervolgopleiding wordt 'loopbaanoriëntatie' en 'betere informatie over de opleiding' voorgesteld. Er worden wel studievouchers voor niet-publieke studies voorgesteld, wat een welkome verbetering zou zijn. Momenteel is het merendeel aan niet-universitaire studies (denk aan LOI, NHA, BBL) gefinancierd door werkgevers en net even te duur voor een geïnteresseerde burger om uit zichzelf te volgen.
  • Meer samenwerking tussen bedrijfsleven en universiteiten. Er wordt eigenlijk ook geïmpliceerd in de sectie wetenschap dat de VVD weliswaar meer (wetenschappelijke) innovatie wil, maar dat de benodigde middelen hiervoor uit het MKB moeten komen en niet de staatspot. Daarentegen willen ze ook de jaarlijkse cyclus van subsidieaanvragen stopzetten door innovatief onderzoek langdurig te bekostigen. Dit zal zeker in goede aarde vallen op universiteiten, waar een leerstoelhouder vaak maanden bezig is met het aanvragen van geld voor zijn onderzoekers.
  • 5 mei wordt een nationale feestdag. Werkgevers kunnen deze dag inruilen voor een andere feestdag.
  • Uitkleding van de publieke omroepen.
Zorg en gezondheid
Gezien dit één van mijn favoriete onderwerpen is en de huidige minister van VWS ook een VVD'er is, herken ik veel van hetzelfde dat we de afgelopen 8 jaar al hebben gezien. Nieuw is een focus op uitkomstenbekostiging (betalen op basis van kwaliteit), zelfs op plekken als jeugdzorg. De VVD verwacht nauwelijks te kunnen besparen op de zorg, met volgens het CPB totaal 200 miljoen aan bezuinigingen maar tegelijkertijd 0,4% meer werkgelegenheid per jaar.
  • Internationale inkoopunie voor medicijnen en medische apparatuur. Dit is één van de belangrijkste nog resterende manieren waarop potentieel bespaard kan worden op zorgkosten. In combinatie met een roep om meer prijstransparantie kan ik dit alleen maar toejuichen, we weten immers dat het werkt.
  • Verdere harmonisering van zorgkwaliteitssystemen. Dit is business as usual in veel opzichten, maar het is wederom enigszins frustrerend om geen duidelijkheid te hebben over implementatie. Binnen de zorg zijn ieder jaar weer nieuwe registratiesystemen - zowel op kwaliteit van zorg als op andere subgebieden - en ieder nieuw systeem zegt dat het alle oude systemen gaat vervangen, maar wordt in de praktijk een nieuw systeem naast alle andere systemen. Een échte oplossing, bijvoorbeeld het EPD en een staatsgestuurd, verplicht kwaliteitssysteem, wordt iets verderop geïmpliceerd maar niet expliciet genoemd.
  • Betaling op basis van kwaliteit. Dit gaat ontzettend impopulair worden onder artsen en verplegers. Ik ben ook niet overtuigd van dit punt, maar om andere redenen. Immers, een ziekenhuis dat slechte uitkomsten geeft moet niet minder geld krijgen - het moet in sommige gevallen juist méér geld krijgen om betere artsen en apparatuur aan te schaffen zodat de achterstand kan worden ingehaald. Echter, in o.a. de VS zijn succesvolle proeven gedaan met uitkomstbekostiging, dus wellicht dat een beperkte proef op zijn plaats is.
  • Investeringen in de zorg uit private bronnen aansporen. Dit wil de VVD doen door dividenduitkeringen toe te staan uit gezondheidszorg-investeringsfondsen. Dit is érg tricky - we willen hier geen Amerika worden, waar de wensen van de aandeelhouders voorop gaan en de patiënt kan doorlooien.
  • Brede invoering van het integraal-PGB. Dit is een (vrij succesvol) pilotproject in Delft en Woerden. De VVD lijkt alle verbeterpunten uit de bevindingen te willen implementeren (zoals een centraal PGB-loket).
  • Verlaging van de vermogensinkomensbijtelling. Mensen met veel vermogen betalen nu meer eigen bijdrage voor langdurige zorg dan mensen zonder spaargeld. Dit wordt ook wel het 'opeten van je vermogen' genoemd. De VVD wil dit verminderen. Dit is een regressieve maatregel, d.w.z. het bevoordeelt rijken t.o.v. armen. Met name gezien we het in de context van dit punt hebben over mensen aan het einde van hun leven, met weinig ander nut voor dat geld, lijkt me dit een slecht idee.
  • Best progressieve medisch-ethische punten. Stamcelonderzoek, medisch onderzoek onder vrouwen (de grote meerderheid aan onderzoek wordt op mannen gedaan of niet gespecificeerd!), embryoselectie bij genetische ziekten, vergoeding van uitsluitend effectieve medicatie, euthanasie.
  • Mooie woorden over jeugdzorg, maar geen extra geld of zekerheid. In de afgelopen jaren is jeugdzorg samengegaan met gemeentes en zijn er veel ontslagen gevallen. Zonder toezegging van extra geld zie ik niet hoe de VVD betere screening van hechtingsproblematiek of probleemkinderen voor elkaar wil krijgen.
Mobiliteit en ruimte
Meer geld voor infrastructuur (ca. 500 miljoen). Minder regels voor autogebruikers. Dit is de VVD.
  • Meer geld voor infrastructuur. Het infrastructuurfonds wordt verlengd, ook na 2030. Geweldig. Dit is zo'n ontzettende no-brainer, gezien infrastructuurinvesteringen een fiscal multiplier van 3 of meer hebben, en dus hun geld snel terugverdienen in de rest van de maatschappij.
  • Waar mogelijk spitsstroken permanent open. Hier is niets op tegen, en het is een efficiënte benutting van reeds gelegd asfalt. In de afgelopen 10 jaar is gebleken dat hulpdiensten en OV geen overmatige last hebben van spitsstroken. Een bijkomende snelheidsverhoging is potentieel echter contraproductief; dat verlaagt de wegcapaciteit en verhoogt de kans op files.
  • Lagere MRB en BPM (CO2-toeslag). Tja, een typisch punt van de VVD. In de praktijk wordt het nooit gedaan, want het is een makkelijke inkomstenbron die nog steeds significant te laag is om de milieu- en infrastructuurschade van voertuigen te compenseren.
  • Weg met de milieuzones!. Wederom, typisch VVD. In plaats daarvan moet er effectief beleid voor luchtkwaliteit komen - echter, milieuzones zijn dit beleid. In een milieuzone kun je alleen komen met een elektrisch of hybride voertuig, en op die manieren wordt het gebruik hiervan aangemoedigd. Dit beleid is effectief en bovendien grootendeels door gemeentes ingevoerd (dus relatief moeilijk door de staat om te keren). Ik zie in het partijprogramma geen overtuigend alternatief.
  • Punitievere aanpak verkeersovertredingen. Weliswaar lagere boetes voor kleine overtredingen, maar hogere voor zware en celstraffen voor rijden onder invloed. Permanente rijontzegging voor recidive. Dit laatste is een problematisch punt voor (functioneel) verslaafden die na rehabilitatie werk proberen te krijgen. De rijontzegging moet via de rechter weer omkeerbaar zijn, anders levert dit problemen voor de rechtsstaat op.
  • Aandacht voor zelfrijdende auto's. Mooizo. Zelfs aandacht voor privacy en het digitaal ter beschikking stellen van actuele omleidingsinfo.
  • Potentiële aanbesteding HSL-Zuid. Het Ansaldo Breda-debacle heeft geleid tot een nagenoeg ongebruikte HSL. De VVD wil deze, indien de NS de concessiebeloftes niet nakomt, eventueel privaat uitbesteden. Dit lijkt me prima, zolang de OV-Chipkaart gebruikt kan worden zoals bij alle andere OV-aanbieders in het land. Dit lijkt bevestigd te worden in een volgend punt over uitbreiding van het nut van de OV-Chipkaart in o.a. taxi's.
  • Nog steeds geen duidelijkheid over de s-pedelec. (Te) snelle elektrische fietsen worden nu vaak naar de rijbaan verwezen, wat het verkeer niet veiliger maakt. De VVD zegt nu: "Gemeentes mogen het zelf uitzoeken". Tja, dat is niet echt een oplossing, hè.
  • Doorgaande groei van Schiphol en potentieel Lelystad Airport. We hebben al zowat de grootste luchthaven, en dat zorgt voor veel economische activiteit. VVD wil dat zo houden.
  • Geen Europese landbouwsubsidies maar.... innovatiesubsidies!. Riiiiiiight. De Europese landbouwsubsidies zijn zeer protectionistisch voor de land- en tuinbouw, en effectief een manier om voedselimport te weren. Het is op zich een hele stap om te zeggen dat ze het willen verlagen en omzetten naar wat anders, maar ik geef ze erg weinig kansen, gezien dit unaniem binnen de EU zou moeten worden aangenomen.
  • Een aantal punten over precisielandbouw en circulaire economie. Dit zijn doorgaans linkse punten, dus opmerkelijk om dat bij de VVD terug te vinden.
Energie en Klimaat
Bronbeleid (=vervuiler betaalt), afschaffing van de warmtewet en het nakomen van onze verplichtingen op het gebied van klimaatverandering. Er zijn geen budgettaire wijzigingen of significante effecten volgens het CPB.
  • Geen extra windmolens op land (voorbij 6GW). Hier is wat voor te zeggen, gezien in en om Nederland offshore windenergie betrouwbaarder en op lange termijn nauwelijks duurder is. De beperkte ruimte op land hoeft niet gebruikt te worden. Uiteraard jammer voor bedrijven die graag een uitbreiding van windenergie op bedrijventerreinen en landbouwgebieden hadden willen zien.
  • Betrouwbaar partner in klimaatakkoorden. Goed om te zien in een partij die waarschijnlijk ook de volgende regering zal vormen.
  • (voorzichtig) afschaffing van de warmtewet. Dit is ook een heel belangrijk punt. Huizen dienen nu verplicht voorzien te zijn van een gasleiding, wat tot onnodige kosten en een automatische keuze voor gas leidt. Warmtepompen zijn echter een groener alternatief voor verwarming, naast inductie voor koken.
  • Afbouwen van subsidies op termijn, internationale markt uitbreiden. Gezien wind en zonne-energie al goedkoper zijn dan kolenenergie en op korte termijn geheel het goedkoopst worden, en gezien de stabiliteit van het hoogspanningsnet alleen maar beter wordt van meer interconnectiviteit en handel tussen landen, lijkt me dit een prima punt.
  • Openstelling van de energiewet aan kleine lokale opwekkers. Community solar e.d. zijn al erg populair in de VS en Canada, en deze wetswijziging zou dit ook hier mogelijk maken. Wederom: weinig op tegen.
  • Herijking Europese emissierechten. Ja, deze zijn momenteel véél te laag gewaardeerd. De VVD stelt zelfs continue herijking voor naarmate standaarden veranderen. Ook dit is een goed idee. Het is de vraag hoe snel dit internationaal kan worden aangenomen, met name met het VK en de VS die weinig voelen voor de klimaatakkoorden.
  • Bronbeleid als uitgangspunt voor vervuiling en broeikasgasuitstoot. De vervuiler betaalt. Wederom een goede (en noodzakelijke) stap richting reductie van klimaatverandering.
Overheid en geld
Kleinere overheid en minder belastingen. Ingrijpende veranderingen in de wetgevende macht (weg met referenda, Eerste Kamer, invoering kiesdrempel), terugkomst van elektronisch stemmen en stemmen via het internet. De VVD verwacht hier meer dan 1 miljard te kunnen besparen.
  • Ministeriële interventie bij niet-functionerende overheidslichamen. De minister moet tussentijdse verkiezingen kunnen uitschrijven als een gemeente, provincie of waterschap niet meer goed functioneert of er een zootje van maakt. Dit is interessant om te lezen in een verkiezingsprogramma, gezien de zeldzaamheid van dit probleem (bijv. Wieringen). Maar op zich niks tegen. Het is een stuk beter dan onder-curatele-stelling (bijv. Lansingerland) of ontzegging van overheidsgelden tot de gemeente het zelf oplost. Dat schaadt burgers direct.
  • Lichte hervorming van gemeentelijke belastingen. Hierbij wordt expliciet de riool- en afvalstoffenheffing genoemd, die een gebruikers- en eigenaarsdeel moeten krijgen, en experimenten met andere soorten directe gemeentelijke belastingen. De reden hiervoor is dat min of meer de enige inkomstenbron waarover gemeenten controle hebben (en die ze dus kunnen gebruiken voor hun huishoudboekje) de OZB is, die huiseigenaren onevenredig kan treffen. Of dit een goed of slecht idee is hangt helemaal af van de implementatie, en dat laat de VVD hier over aan de gemeentes.
  • Hervorming van onze wetgevende macht. Hieronder valt het afschaffen van de huidige referendumwet en potentieel het kunnen fast-tracken van wetgeving met alleen goedkeuring van de Tweede Kamer. Het invoeren van een kiesdrempel, afschaffen van lijstverbindingen en het voorkomen van zetelroof (door afsplitsende partijen tijdens een regeerperiode) worden ook genoemd. Dit zou de grootste parlementaire hervorming zijn in tijden. Er zitten hier voor- en nadelen aan. Aan de ene kant is de referendumwet inderdaad ineffectief en is directe democratie doorgaans eerder destabiliserend dan een verbetering voor de democratie. Echter, de Eerste Kamer heeft wel degelijk een dempende functie op een eventueel onwenselijk wetsontwerp. Zonder Eerste Kamer is enkel de Justitiële tak van de overheid als controlerend orgaan over, en die komt meestal pas in het spel als een wet eenmaal is aangenomen. Als laatste zorgt een kiesdrempel voor een verslechtering van de representativiteit van het parlement. Het is opvallend dat de VVD zóveel ontzettend ingrijpende veranderingen (en nog een paar dingen over de gemeentelijke overheid) in één punt noemt. Ik word er duizelig van.
  • Elektronisch stemmen opnieuw invoeren. Het is ontegenzeggelijk waar dat telfouten en dus de nauwkeurigheid van het resultaat beter is bij elektronische stemapparaten. Het is ook makkelijker en toegankelijker. Ook is er nog geen grootschalige fraude aangetoond, hier of in het buitenland, met elektronische stemapparaten. Helaas is puur en alleen de kans op fraude, met name bij stemapparaten die met het internet verbonden zijn, genoeg reden om dit te mijden. De overheid is bovendien laks omgegaan met veiligheidsrisico's, met recent nog een publicatie van een ernstige kwetsbaarheid in gangbare stemmachine's.
  • (internet-)Privacy voor iedereen, behalve als je misschien een terrorist bent. Dit is een logisch standpunt in normale omstandigheden, maar de technische implementatie van zulke zaken betekent in de praktijk grote sleepnetten voor persoonlijke informatie. Kortom; moeilijk te implementeren zoals opgeschreven.
  • Geen begrotingstekort en maximering overheidsuitgaven (Zalmnorm). Logisch voor de VVD, maar met de lage rentestanden is het momenteel wellicht geen slecht idee om een beperkt tekort te behouden. Financieel-economisch gezien is het slimmer en beter op de lange termijn om geld bij te lenen en efficiënt uit te geven, dan om austerity te bedrijven.
  • Vereenvoudiging van belastingen en toeslagen. Klinkt altijd leuk op verkiezingsprogramma's, maar gaat nooit gebeuren. Belasting- en toeslagregels zijn om een reden zo complex als ze zijn, en de onderliggende redenen gaan niet zomaar weg.
  • Minder belastingen op eigendom en winstdeling. Slecht idee, regressief.

Conclusie

We kunnen de VVD vrij eenvoudig samenvatten met: Minder regels, minder belastingen! De belangrijkste plus- en minpunten wat mij betreft:

Positief:
  • Breed positieve kijk op samenwerking binnen Europa. Een gezamenlijk immigratiebeleid, grensoverschrijdende belastingregels, handelsrelaties, opzetten van handelsakkoorden met de rest van de wereld en samenwerking op het gebied van klimaat. We zijn een klein landje dat zwaar afhankelijk is van handel met de hele wereld, niet alleen België en Duitsland.
  • Uitstekend zorgbeleid met effectieve ideeën voor de (nabije) toekomst
  • Een stoffige, oude partij die zelfrijdende auto's en technologische werkloosheid noemt en er al een beetje vage ideeën over heeft. Jullie komen d'r wel!
  • Meer geld voor infrastructuur.
Negatief:
  • Iets teveel inspelen op irrationele angsten over terrorisme en islam. Ik begrijp dat het veel in het nieuws is en de partij er iets over moet zeggen, maar statistisch gezien hebben we het werkelijk nergens over. Het klinkt me iets teveel als PVV-stemmers lokken
  • Belastingverlagingen zonder te verwantwoorden hoe het begrotingsgat dat ontstaat vervolgens gedicht wordt.
  • De eeuwenoude 'we gaan alle regels versimpelen'. Regels zijn er om een reden. Verspilling gebeurt om een reden. Het is meestal ontzettend moeilijk om dat op te lossen, en de nettowinst is vaak maar heel beperkt. Klinkt, wederom, als zieltjes winnen
  • Beperkte privacywaarborgen. Het lijkt erop dat de VVD weinig zal doen tegen een digitaal sleepnet voor persoonlijke informatie.
  • Vrij lukraak en ongedefinieerd omgooien van het kiesstelsel en wetgevende macht. Als de VVD veranderingen wil door het afschaffen van referenda, invoeren van een kiesdrempel en andere vormen van directe democratie binnen gemeenten, dan zullen ze véél gedetailleerder moeten zijn en uitleggen welk probleem waarmee wordt opgelost. Alles achter elkaar dumpen in één alinea van het verkiezingsprogramma klinkt als een afterthought
Fiscale effecten volgens CPB
Lees hier het volledige rapport over de fiscale effecten van de verkiezingsplannen van de grootste partijen (374 pagina's).

https://tweakers.net/ext/f/mhtSO5BZ5Aw6DXpNWaMqxztO/full.png

Excuses voor het kleine lettertype. Het CPB is niet zo goed in duidelijke grafieken maken. Duidelijk is dat de VVD veruit de meeste lastenverlichtingen nastreeft. Echter, al deze lastenverlichtingen zorgen maar voor matige koopkrachtverbetering - ze scoren slecht op dat punt. Ook werkloosheid wordt slecht bestreden met de plannen van de VVD.

https://tweakers.net/ext/f/x9z5968AhHaxGQnMBA4J8AW5/full.png

Hier zijn duizenden simulaties te zien van de koopkrachteffecten van het verkiezingsprogramma van de VVD op verschillende bevolkingsgroepen. Boven de middellijn betekent meer koopkracht, eronder minder. Meer naar rechts zijn hogere inkomens, meer naar links lager. De vorm van de koopkrachtlijn duidt op een sterk regressief beleid; de zwakkeren in de samenleving zijn in vrijwel ieder geval slechter af dan mensen met een modaal of hoger inkomen. Hoewel de meeste mensen er uiteindelijk een klein beetje op vooruit gaan, hebben uitkeringsgerechtigden het erg slecht in verhouding. Ook gepensioneerden moeten erop inleveren.

Verkiezingen 2017: Europa en Immigratie

Door mux op maandag 13 februari 2017 22:36 - Reacties (9)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 1.611

Eén van de meest prominente politieke thema's van het afgelopen jaar was de immigratiegolf vanuit Syrië en Noord-Afrika, een onderwerp dat ook Brexit informeerde: de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit Europa. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik deze twee thema's bij elkaar neem wanneer we spreken over de consequenties van een uniek samenwerkingsverband als Europa

Europa is heel, heel erg vreemd

https://sourcebooks.fordham.edu/maps/526eur.jpg

In bijna elk opzicht is Europa het raarste wat er bestaat. We zitten er middenin, dus wij hebben een goed beeld van wat Europa ongeveer betekent, maar sta eens stil bij dit woord. Europa staat tegelijk voor:
  • een geografisch gebied dat helemaal geen duidelijke grenzen heeft
  • een economisch samenwerkingsgebied met hoopjes vreemde uitzonderingen
  • een politieke eenheid die totaal geen eenheid is (hierover later meer)
  • een verzameling sterk van elkaar afhankelijke landen die desondanks cultureel en in veel opzichten zelfs principieel zeer sterk van elkaar verschillen
Dit alles om maar te zeggen: Europa bestaat niet. Niet in objectieve zin, niet als iets dat je duidelijk zou kunnen aanwijzen als de geschiedenis ook maar een klein beetje anders was gelopen. Tot extreem recent - tijdens mijn korte leven - besloeg iedere definitie van Europa niet de helft van wat het nu betekent. En ik begin hiermee omdat dit alles waar we het over gaan hebben doordrenkt.

Een korte geschiedenis
Deze artikelen worden waarschijnlijk overweldigend gelezen door mensen jonger dan 40 jaar - niet omdat ik het daarop richt, maar omdat mijn Google Analytics dat zeggen. Europese samenwerking - sterker nog, überhaupt vriendschap binnen de eerste EEG-landen - bestaat pas net iets langer dan die 40 jaar. Europa heeft, letterlijk, een korte geschiedenis voor wat betreft interne samenwerking.

Dat komt vooral doordat het hele idee van onafhankelijke (soevereine) staten een vrij modern concept is. Zoals ik al in de intro van Verkiezingen 2017: Veiligheid en justitie heb genoemd, was de waarde van mensenlevens zodanig laag en de (financiële) macht binnen staat-achtige organisaties (Principaliteiten, Hertogdommen, Koninkrijken, etc. etc.) zodanig geconcentreerd, dat oorlog en verovering de beste manier was om als 'land' te groeien. Met de komst van betere techniek werd dit steeds gemakkelijker mogelijk over grote afstanden, tot het punt dat de industriële revolutie het Britse imperium mogelijk maakte - de grootste centraal gestuurde politieke eenheid die de wereld ooit heeft gezien. Nederland boerde in deze tijd ook niet slecht - het had weinig gescheeld of half Azië en Amerika sprak Nederlands.

Met het wegvallen van het nut van gebiedsverovering, het sterker worden van handel en het steeds belangrijker worden van mensenlevens (voor economische productiviteit) werden grenzen steeds duidelijker en permanenter. Het Imperiale Tijdperk was over, en werd vervangen door een tijd van coöperatieve handel tussen landen.

Nou... niet zo snel. Het kan eigenlijk wel gesteld worden dat we juist aan het einde van de 19e eeuw de grootste, meest machtige imperia zagen opkomen: Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk, Rusland en natuurlijk Groot-Brittannië. Ieder Europees land had zo ongeveer wel een aantal waardevolle koloniën en veroveringen. Al heel lang was Europa intern sterk verdeeld en was er eigenlijk continu wel conflict, maar juist deze gigantische imperiale machten allemaal zo dicht bij elkaar zorgden voor ongekende spanningen.

Er is niet één reden waarom het tijdens de Industriële Revolutie tot in de afgelopen eeuw zo relatief stabiel bleef; een combinatie van economische factoren (en dus het eerdergenoemde belang om niet te vechten), politieke factoren (koningen en keizers die goede banden hadden met elkaar) en een populatie die relatief goed kon delen in de nieuwe welvaart hebben allemaal een rol gespeeld. Helaas kwam dit feestje snel tot een einde. Overigens - zijspoor - er was nog steeds geen gebrek aan conflict in deze periode, echter het conflict was niet volkenvernietigend.

Landen hadden vooral via koningshuizen, maar ook via de niet-adellijke politiek, militaire pacten met elkaar gesloten. Een groot deel van Europa was losjes geallieerd; bevriende landen zouden elkaar waarschijnlijk wel verdedigen wanneer één van hen aangevallen werd. Dit is exact wat er gebeurde in de Eerste Wereldoorlog; de moord op Franz Ferdinand - lid van het Oostenrijks koningshuis - bracht dit hele web van allianties en vriendschappen in beweging, wat verklaart waarom zoveel landen betrokken raakten in het conflict. En dit herhaalde zich grootendeels weer, om gerelateerde maar toch ook weer hele andere redenen, in de Tweede Wereldoorlog.



Na de Tweede Wereldoorlog was het duidelijk dat losse afspraken tussen koningshuizen niet echt praktisch waren. Bovendien werd duidelijk dat de ravage die twee grote oorlogen op het continent hadden aangericht niet opgelost ging worden zonder economische organisatie tussen landen. Dit is, extreem kort samengevat, de broedplaats voor Europese samenwerking zoals we dat nu kennen.

In dit artikel ga ik even volledig voorbij aan de VN en de NAVO - twee verdragsorganisaties die in naam om vergelijkbare redenen zijn opgezet, maar eigenlijk vooral zijn opgezet vanuit Amerika om militair-strategische redenen - een doel dat ze nog steeds dienen. Daarnaast moet ik me wederom verontschuldigen voor het weglaten van epistels aan geschiedenis.

De eerste Europese samenwerkingsverbanden
Na de Tweede Wereldoorlog - zelfs al tijdens de oorlog - was er zowel door de ravage als voor het vervaardigen van wapens en ammunitie een groot gebrek aan basisgrondstoffen; staal en brandstof voorop. Eén van de leidende oorzaken voor de opkomst van Nazi-Duitsland was de manier waarop de Eerste Wereldoorlog was afgesloten: met het Verdrag van Versailles. In dit verdrag draaide Duitsland effectief op voor de kosten van die oorlog - Duitsland voelde zich terecht als een verschoppeling op het continent. Duidelijk was dus dat het wederom Duitsland met alle schuld opzadelen contraproductief zou zijn. In plaats daarvan gingen steeds meer stemmen op - deels gestuurd door een Amerika die weinig geduld had voor de vechtende kindjes in Europa - om juist tot constructieve samenwerking te komen.

Dit alles leidde tot het vrijhandelsverdrag dat destijds de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) heette. Een verdrag tussen Frankrijk, West-Duitsland, de Benelux en Italië dat een gemeenschappelijke markt zonder in- en uitvoerbarrières creëerde voor kolen en staal. So what? Samenwerken deden landen al millennia, wat is hier zo speciaal aan?

Supranationalisme
Nou, dit was een totaal ander soort samenwerkingsverband dan landen ooit tevoren hadden gedaan. Het principe achter de EGKS was dat van supranationalisme. Om deze politieke vorm te begrijpen moeten we het eerst hebben over federalisme en confederalisme.

Een confederatie van staten is een vrijwillige samenwerking tussen volledig onafhankelijke staten. De staten in een confederatie hebben volledige wetgevende én juridische macht. Confederaties worden ook wel liga's genoemd. De Verenigde Naties en NAVO, maar ook bijvoorbeeld het IPCC zijn goede voorbeelden van confederaties. Confederaties hebben meestal maar een beperkt mandaat. Omdat staten in een confederatie complete soevereiniteit behouden, is het eenvoudig om in en uit een confederatie te stappen.

Een federatie van staten daarentegen is een volledige samensmelting van staten. Federale staten delen op vrijwel gelijke voet taken en plichten met een centrale overheid. Dit maakt een federale staat anders dan een provincie of gemeente, welke volledig onder beheer van de centrale overheid staat. Brazilië, Rusland en de Verenigde Staten zijn doorgaans de schoolvoorbeelden van federatie. Federaties hebben zelden een exitclausule.

Dus, wat is dan supranationalisme?. Nou, een supranationaal instituut behoudt volledige soevereiniteit van staten (zoals bij een confederatie), maar leden delegeren uit vrije wil een deel van hun wetgevende macht naar de supranationale eenheid, waarbij ze zelf nog wel het laatste zegje hebben (zoals bij federatie). De mate waarin verantwoordelijkheden worden uitbesteed aan het centrale instituut wordt democratisch en met unanieme instemming van alle lidstaten bepaald. Dit principe wordt ook wel Kompetenz-kompetenz genoemd.

Supranationalisme maakt zaken mogelijk die niet mogelijk zijn onder zowel verdragsorganisaties (confederaties) als volledige federaties. Volledig vrij verkeer van goederen en mensen is iets dat uniek is in Europa, en enkel mogelijk met extreem nauwe samenwerking tussen naburige landen. Echter, niet in het minst vanwege grote economische en culturele verschillen op het continent is het in ieder geval op het moment totaal ondenkbaar dat Zweden en Spanje allebei een 'provincie' in het land Europa zouden kunnen zijn - de verschillen zijn nagenoeg onoverbrugbaar. Veel kleinere verschillen hebben in andere federale staten tot het uiteenvallen van de staat geleid.

Stap voor stap naar de EU
https://tweakers.net/ext/f/hUAkh8uYN8INK9ovqGvlL31p/full.png

Vanaf hier is de bulk van het voorwerk al gedaan, en was de weg vrij voor een toenemend geïntegreerd en uitgebreid Europa. De EGKS werd in 1967 samengevoegd met Euratom en de EEC onder de naam 'Europese Gemeenschappen'. In 1985 werd het Schengenakkoord getekend dat vrij verkeer van mensen en goederen in algemene zin mogelijk maakte, niet alleen kolen en staal. En - ik stap hier wederom over een hoop detail heen - in 1992 werd het Verdrag van Maastricht getekend, dat al deze instituten en verdragen samenvoegde tot één verdrag: de Europese Unie. Nouja, Europol en een aantal andere instituten werden in 2007 pas écht samengevoegd tot een eenheidsinstituut met het Verdrag van Lissabon.

Dus, wat is de EU?

Ik hoop dat het duidelijk is geworden uit de voorgaande geschiedenis dat de EU een samenvoeging is van vele verschillende instituten. In veel opzichten opereert de EU dan ook als veel verschillende organisaties. Maar er zit wel degelijk ontwerp achter. Laten we eens beginnen met één van de beste diagrammen op Wikipedia:

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/a/ac/Political_System_of_the_European_Union.svg/721px-Political_System_of_the_European_Union.svg.png

Dit is een hoop informatie in één diagram. Laten we beginnen met de kleurtjes. We zien dat Europa een volledige regering ('Trias Politica') heeft: er is een wetgevende, uitvoerende en justitiële tak. Dit betekent dat de EU in veel opzichten gezien kan worden als aparte eenheid, en dit is sinds het Verdag van Lissabon ook zo: de EU is één rechtspersoon. Intern zijn er vele commissies en instituten, maar het is mogelijk om de EU als geheel aan te spreken en zaken mee te doen.

Als tweede kijken we eens naar de pijltjes. De pijlen geven aan in welke richting invloed loopt. In tegenstelling tot wat sommige Britse politici roepen, zien we daar dat fundamenteel alles gericht wordt door de regeringen en staatshoofden van lidstaten (boven) en stemgerechtigde staatsburgers (onder). Dit is het soevereiniteitsprincipe: geen wetgeving zal zonder expliciete toestemming van alle lidstaten worden ingevoerd. Tegelijk is er ook een verplichting voor alle lidstaten om Europese wetgeving om te zetten in nationale wetgeving. Kortom: je hebt een stem, maar zodra iedereen het met elkaar eens is moet je het ook invoeren en bekrachtigen.

En dan komen we bij de 7 centrale instituten van de EU. Laten we ze eens stuk voor stuk bekijken.

Het is behulpzaam om over het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad na te denken als een soort Eerste, Tweede en Derde kamer. Net als in Nederland is er een parlement - een volksvertegenwoordiging met direct gekozen lidmaatschap (dit is waar je je stem voor uitbrengt bij Europese verkiezingen). Vervolgens kiezen de leden van het parlement de leden van de Europese Commissie, welke een vergelijkbare rol speelt als onze Eerste Kamer. De Europese Raad is vervolgens een derde kamer, welke bestaat uit staatshoofden van alle lidstaten en een adviserende rol speelt richting de Commissie. De derde kamer is er niet om dingen extra moeilijk te maken, maar puur vanwege het feit dat er niet één land, maar veel landen moeten worden meegenomen in beslissingen.

De enige plek waar nieuwe wetgeving mag worden goedgekeurd is het Europees Parlement. Dit wordt gedaan vanwege het parlementair-democratisch principe: nieuwe wetgeving moet worden goedgekeurd door een democratisch gekozen parlement, zodat het de wil van het volk zo goed mogelijk vertegenwoordigt. Het Europees Parlement is dan ook niet soeverein: in tegenstelling tot in Nederland kan het EP niet tégen de wil van het volk stemmen als zij denken dat dit beter is.

De Commissie en de Europese Raad bestaan om nieuwe wetgeving voor te stellen. Daarnaast zorgen zij voor het bewaken van de reeds gesloten verdragen en implementeren ze nieuwe wetgeving wanneer deze door het Parlement is goedgekeurd.

De Raad van Ministers (ook wel gewoon: Raad), niet te verwarren met de Europese Raad, is eigenlijk een collectie van verschillende onderwerpspecifieke raden. Iedere raad bestaat uit ministers (of andere hoge ambtenaren vanuit nationale ministeries) die wetgeving ontwerpen op hun competentiegebieden. Een centrale taak van de Raad is het beslissen over begrotingszaken, samen met het Europees Parlement. De Raad kan echter alleen beslissingen maken over begrotingszaken in reeds vastgelegde verdragen en wetgeving, bijvoorbeeld landbouwsubsidies. Alleen het Europees Parlement kan beslissingen over discretionaire begroting maken, omdat daarvoor een volksvertegenwoordiging nodig is. Anders kan er 'stiekem' wetgeving worden ontworpen zonder dat een volksvertegenwoordiging daarnaar heeft gekeken.

Dan hebben we het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit is de rechtbank van de EU, en zij wordt ingezet om Europese Wetgeving te beoordelen en gerechtelijke disputen op te lossen. Het HvJEU is een overkoepelende organisatie voor alle gerechtelijke organen, waaronder het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie en het Gerecht voor Ambtenarenzaken van de EU. Een beperkt aantal rechtszaken dat op nationaal niveau niet kan worden opgelost, kan in deze instituten zijn rechtsgang vervolgen.

Als laatste hebben we de Europese Centrale Bank en de Europese Rekenkamer. Deze twee instituten zijn zeer vergelijkbaar met hun nationale tegenhangers; de Centrale Bank beheert de Euro, reserves, supranationale geldzaken en implementeert de wetgeving vanuit het Parlement. De Rekenkamer doet in grote lijnen wat onze Algemene Rekenkamer in Nederland doet: het doorrekenen van begrotingen en plannen om te kijken of het allemaal wel klopt - zowel vóórdat het het Parlement in gaat als terwijl het wordt geïmplementeerd.

Tot zover de EU. Nu de rest van de EU
http://www.techniplan.nl/assets/Rijswijk-EPO-450x300.jpg

Er is een hele goede kans dat je over véél meer Europese instituten hebt gehoord in het nieuws. Dat komt omdat net als in Nederland een regering niet het enige deel is van de overheid. De Nederlandse overheid bestaat uit honderden individuele instituten; van de ministeries tot tribunalen, commissies tot aanhangende instituten zoals het CBS, provincies, gemeentes en zelfs binnen gemeentes weer deelgemeentes. De bovenstaande 7 instituten zijn in zekere zin de 'regering' van de EU. Andere instituten worden 'agentschappen van de EU' genoemd. Hieronder vallen onder andere:
  • EU-OSHA - European Agency for Safety and Health at Work. Dit agentschap bewaakt werknemersveiligheid in lidstaten.
  • European Environment Agency. Hier worden grensoverschrijdende milieuzaken geïmplementeerd en geëvalueerd.
  • European Patent Organisation en European Union Intellectual Property Office. Dit is waar octrooi- en merkrechtzaken worden beoordeeld. Het Europees Patentbureau, de uitvoerende tak hiervan, staat in Rijswijk, op steenworp afstand van mijn vroegere appartement. Niet erg relevant in deze tekst, maar het begint een wat saaie opsomming te worden.
  • European Centre for Disease Prevention and Control. Dit agentschap beheert en sponsort onder andere alle hoogste-categorie onderzoekscentra voor onderzoek naar besmettelijke ziekten zoals Ebola, Anthrax, etc.
Er zijn hier, zoals je wel kunt begrijpen, honderden van. In veel gevallen vervangen deze instituten deels of geheel de nationale tegenhangers. Echter, ondanks dat hier hoopjes van zijn hebben deze instituten géén invloed over hun budget of invloed op lokale wetgeving; dit wordt geheel vanuit de 7 centrale instituten geregeld.

Wat doet de EU níet?
Dus, de EU heeft werkelijk overal een vinger in de pap? Ja, dat is zeker waar - één van de centrale thema's in de EU is dat van harmonisatie. De EU maakt zelden echt nieuwe wetgeving. Vaak is Europese wetgeving niet veel meer dan een herformulering van wetten die veel lidstaten allang hadden; denk bijvoorbeeld aan NEN-normen (elektrotechnische normen) die langzamerhand worden omgevormd naar IEC-normen met hetzelfde nummer! NEN 60950 - een elektrische interferentienorm waar ik in mijn werk mee te maken heb - werd opeens IEC 60950-1.

Omdat veel landen al hun eigen wetgeving hadden, is het logisch om dit als blauwdruk te gebruiken. Dat is de grondslag aan harmonisatie - je neemt 28 verschillende doch vergelijkbare wetten, en combineert ze allemaal tot één Europese wet waar iedereen zich aan houdt. Op die manier kan ik als Nederlandse elektronica-ontwerper opeens mijn producten in heel de EU verkopen zonder dat ik me zorgen hoef te maken dat er ergens anders totaal andere regels gelden. En dit geldt voor alles, van technische en financiële wetgeving tot aan justitiële wetgeving.

Toch zijn er een aantal gebieden waar de EU vanaf blijft. Dit zijn:
  • Immigratie. Ieder land is volledig vrij om immigratie vanuit niet-EU-landen, maar in sommige gevallen ook vanuit andere EU-landen (bijv. in de eerste 7 jaar nadat een land nieuw in de EU wordt toegelaten), te regelen. Saillant punt is dat het VK, dat in het verleden veel heeft geklaagd over immigratie vanuit Polen, geen gebruik heeft gemaakt van deze regeling.
  • Defensie en oorlog.
  • Buitenlandpolitiek, hoewel er wel verwacht wordt (en de justitiële macht landen kan terugfluiten wanneer) dat lidstaten verdragen met niet-EU-landen niet verbreken.
  • Belastingen, met als enige uitzondering dat je BTW-tarief niet teveel mag afwijken van een vastgesteld tarief
  • Wetgeving die niet van toepassing is op alle lidstaten. De EU mag alleen wetgeving voorstellen en goedkeuren die betrekking hebben op alle lidstaten (of in uitzonderlijke omstandigheden een grote meerderheid) - het subsidiariteitsprincipe.

Immigratie

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/8/80/Map_of_the_European_Migrant_Crisis_2015.png

En dan komen we bij een nauw verwant onderwerp: immigratie. Het is heel moeilijk om hier een neutrale discussie over te hebben gezien de politieke geladenheid in sommige verkiezingsprogramma's - binnen en buiten Nederland - maar we kunnen het in ieder geval hebben over de basics.

Het is wellicht nuttig om te beginnen met: Waarom willen we dat mensen ons land binnenkomen?. Wat is het doel van immigratie? Hier zijn doorgaans drie redenen voor.

Allereerst doen we dit om humanitaire redenen. Vluchtelingen uit oorlogs- of rampgebieden kunnen bij ons aankloppen voor tijdelijk of permanent verblijf. Deze groep immigranten heten asielzoekers. De immigratieprocedure voor asielzoekers is wezenlijk verschillend van andere groepen, gezien asielzoekers in veel gevallen niet voldoen aan de voorwaarden om hier te komen wonen. Ze hebben doorgaans weinig geld, geen specifieke reden om precies hier te komen (ze konden net zo goed naar zowat ieder ander land) en soms zelfs geen verifieerbare identiteit. Daarom zijn er eigenlijk in ieder land, inclusief Nederland, vrij strenge procedures voor het toelaten van asielzoekers. Sommige landen - Nederland inclusief - hebben een toelatingsquotum en sinds kort is hierin ook Europese samenwerking. De vluchtelingenstroom vanuit Syrië en Noord-Afrika heeft ervoor gezorgd dat binnen Europa en zelfs binnen de VN (schoorvoetend) maxima zijn gesteld aan het aantal vluchtelingen dat ieder land wil opnemen. Daardoor hoeft niet één land onbeperkt vluchtelingen op te nemen. Ook is het belangrijk op te merken dat asielzoekers vrijwel altijd tijdelijke verblijfsvergunningen krijgen en géén Europees paspoort. Een paspoort wordt vaak pas gegeven als een vluchteling heeft bewezen te voldoen aan de voorwaarden voor economische migratie.

https://www.cbs.nl/-/media/imported/images/2012/22/3589g3.gif?la=nl-nl&hash=C98249D9F55C80382AF4246194CAEB75AA10787D

Immigratie om economische redenen is eigenlijk tweezijdig; aan de ene kant komen mensen hierheen uit armere streken die beter betaald werk zoeken, en aan de andere kant nodigt Nederland mensen uit om vacatures in te vullen waarvoor niet genoeg mankracht in het land is. Dit type migrant moet bewijzen dat hij of zij voldoet aan de gestelde voorwaarden; een bepaalde opleiding, een bepaald inkomen, enzovoorts. Sommige mensen komen hier tijdelijk, bijvoorbeeld voor seizoenswerk. In Nederland is een aanzienlijke populatie Poolse immigranten die dit doen. Nuttig om als laatste op te merken is dat een aanzienlijk deel van economische migratiegolven worden gevolgd door migratie voor gezinshereniging.

Als laatste is de unieke immigratievorm binnen Europa: intra-Europese migratie. Staatsburgers met een Europees paspoort mogen vrij in ieder ander Europees land bewegen, werken en/of wonen - dit is ook wel bekend als het Schengenakkoord. Uiteraard zou dit niet Europa zijn als hier geen uitzonderingen op bestonden. In het algemeen zijn buitengebieden van landen niet inbegrepen in dit begrip van Europa; zo mogen bijvoorbeeld mensen vanuit de Caribische Eilanden (Nederlandse en Franse ex-koloniën) niet zomaar naar ieder ander Europees land verhuizen; ze moeten dan gewoon de immigratieprocedure volgen. Ook mogen landen om veiligheidsredenen op ieder moment hun soevereine grenzen bekrachtigen; bijvoorbeeld als opeens Hitler opstaat uit zijn dood en een Blitzkrieg op Nederland afvuurt. Als laatste hebben drie landen een uitzonderingsregeling op immigratie: Denemarken, het VK en Ierland. Deze landen hebben grootendeels de EU-migratieregels overgenomen, maar een paar kleine aanpassingen. Daarom moet je altijd je paspoort laten zien als je naar of door deze landen reist.

Effecten van migratie
Een heikel punt in recente politiek is het effect van migratie. In veel opzichten worden migranten gezien als 'andere mensen', en dit is tot op zeker punt correct. Natuurlijk zijn alle mensen biologisch grootendeels gelijk, maar dat staat niet ter discussie - het punt dat men maakt is dat migratie geld kost en dat immigranten niet altijd even goed integreren, dat wil zeggen: zich conformeren aan de cultuur en gebruiken van hun nieuwe thuisland. Het heeft hier zin om twee integratiemodellen te beschouwen.

Als eerste is er het klassieke West-Europese model van de multiculturele samenleving. De gedachte hierachter is dat er wordt gestimuleerd om migranten door de algemene populatie te mengen, maar hun eigen cultuur te laten behouden. Puur het sociale contact tussen immigranten en autochtone staatsburgers zal uiteindelijk leiden tot een significante mate van culturele assimilatie, of in ieder geval wederzijds begrip.

Hier tegenover staat het model van de smeltkroes (ook wel assimilationisme). Dit is het idee dat wordt geprobeerd migranten zo snel mogelijk te laten integreren, en dit proces ook enigszins wederzijds te laten zijn. Culturele verschillen worden op die manier uitgevlakt.

Beide aanpakken zijn in Nederland actief - tot Rutte I hadden we officiëel een multiculturele samenleving, maar reeds sinds eind de jaren '90 is er een langzame verschuiving naar een meer smeltkroes-achtige integratiepolitiek. Het is nuttig om hierbij op te merken dat bijna ieder land een tussenvorm heeft. En dit komt doordat beide aanpakken in pure vorm een hoop grote nadelen hebben.

Zowel pure multiculturele als pure assimilatieve samenlevingen krijgen sterke ghettovorming. Groepen die niet bereid zijn tot integratie, vaak uit specifieke culturen, concentreren zich in wijken of steden en vormen vrijwel afgesloten gemeenschappen met weinig contact naar buiten toe. Dit patroon is vaak moeilijk te doorbreken zonder ver vooruit te denken, en dat is een probleem in beide systemen. Immers, om ghettovorming tegen te gaan wordt vaak geprobeerd sociaal-culturele menging aan te moedigen (met gemengde woonvormen, een open stadsplan, enz.). Helaas heeft dit ook vaak Gentrificatie als gevolg. Overmatige integratiedruk kan leiden tot minderheden die zich onderdrukt en hun cultuur weggenomen voelen, te weinig integratiedruk leidt tot onbegrip tussen bevolkingsgroepen en daaruit voortvloeiende compartmentalisatie.

http://www.werkwijzervluchtelingen.nl/~/media/images/werkwijzer-vluchtelingen/contentpages/geschatte-economische-impact-immigranten-2007-2009.ashx?la=nl

Een ander argument zowel vóór als tegen immigratie is economisch. Hier spelen veel verschillende zaken; immigratie uit armere landen leidt tot een overschot aan goedkope arbeidskrachten die de lonen van laagbetaalde autochtone werkers omlaag kan drukken. Aan de andere kant lossen deze migratiestromen ook grote arbeidstekorten, bijvoorbeeld in de landbouw, op. Gezien bijna heel Europa netto populatie verliest - we maken niet genoeg baby's - is immigratie noodzakelijk om onze werkbevolking aan te vullen.

Asielzoekers zijn daarentegen een netto-kostenpost voor de staat, zoals bijvoorbeeld uitgerekend in het PVV-rapport door Nyfer. Hier staat dan weer tegenover dat vluchtelingenimmigratie maar een paar procent van de totale migratiestroom is, en dit effectief als een vorm van humanitaire hulp kan worden gezien. Het uiteindelijk effect? Volgens de OECD komt het onder de streep nagenoeg op nul uit. Dat is uiteraard wel afhankelijk van je migratiemix (miljoenen asielzoekers en maar 10 000 economische migranten gaan je bijna gegarandeerd netto geld kosten).

Conclusie

In veel opzichten is de rest van het reilen en zeilen van de EU direct analoog aan nationale overheden. Iedere 5 jaar zijn er verkiezingen voor het Parlement, er is verantwoordingsplicht, een budgetpresentatie (zoals onze miljoennenota) enz. enz. Zaken als het Schengenverdrag en de uitzonderingsposities van verschillende gebieden zoals de ABC-eilanden zijn weliswaar leuk om te noemen, maar wellicht wat onbelangrijk voor je beslissing op welke partij je deze verkiezingen gaat stemmen. Om dit artikel niet al te saai te laten worden heb ik het dus kort gehouden. Als je geïnteresseerd bent in dit soort zaken raad ik heel sterk aan om een paar uurtjes door te brengen op de Wikipedia-pagina's over de EU en zijn instituten.

In de komende weken moet ik écht aan de verkiezingsprogramma's beginnen, anders zijn de verkiezingen al voorbij voor ik een nuttige contributie heb kunnen maken. Verwacht deze in de loop van de komende 2 weken, in volgorde van kamerzetels.

Verkiezingen 2017: Veiligheid en justitie

Door mux op dinsdag 17 januari 2017 13:50 - Reacties (9)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 1.778

In veel opzichten is defensie en veiligheid een bezigheid van vervlogen tijden. We voeren al enkele decennia geen oorlog meer, en de bulk van de conflicten op ons continent zijn interne conflicten, geen oorlog. Ons ministerie van defensie - en alle daaruit voortvloeiende instituten voor veiligheid en (internationale) justitie - heeft dan ook een heel ander takenpakket vandaag dan waarvoor het origineel was opgezet.

Oorlog

Laten we het kort hebben over waarom je überhaupt een ministerie van oorlog - in moderne tijden defensie - wilt hebben. We weten dat historisch de mens grootendeels heeft geleefd op militaire traditie; In de prehistorie was de motivatie achter de meerderheid van onze technologische stappen niet voortplanting, voedsel of een dak boven ons hoofd, maar macht en strijd. Het begin van geschreven geschiedenis staat in het teken van oorlogen op een schaal die vandaag de dag ondenkbaar zouden zijn; legers van honderdduizenden mannen, ieder met aankleding en wapens die minstens een man-jaar aan werk of investering hebben gekost om te maken. In een tijd dat er nog maar 50-100 miljoen mensen op aarde rondliepen.

http://eh.net/encyclopedia-graphics/eloantra002.gif

Ik heb het hier eerder over gehad; één van de belangrijkste redenen om überhaupt te beginnen met het innen van belastingen en het organiseren van een samenleving op een hoger niveau dan dorpen of landerijen is het hebben van grote militaire uitgaven. In die zijn zijn financiële systemen en defensie zaken die met elkaar mee zijn geëvolueerd. Dit is vandaag de dag behoorlijk aan het veranderen.

Historisch was de groei van een samenleving grootendeels gelimiteerd door het kunnen verbouwen van voldoende voedsel. Voorbij de noodzaak voor voedsel was ook het verkrijgen van andere grondstoffen een belangrijke reden voor conflict en uitbreiding van staten. Vandaag de dag is dit niet meer zo. Met name met het opkomen van de natie-staat - een sterk georganiseerde, relatief homogene eenheid met een centraal gezag en erkende landsgrenzen - werd het steeds duidelijker wat van wie is. Door de opkomst van diensten- en handelgedreven economieën werd het steeds belangrijker om zekerheid te hebben en om mensenlevens te sparen. Innovaties in het genetisch modificeren van dieren en planten (domesticatie) zorgden ervoor dat historisch waardevolle gewassen met een beperkt leefklimaat opeens overal verbouwd konden worden, wat specifieke stukken land een stuk minder speciaal (en dus veroveringswaardig) maakte.

Dit alles heeft er feitelijk voor gezorgd dat er eigenlijk geen oorlogen meer nodig of wenselijk zijn. Het merendeel van conflicten gaat nu niet over het winnen van land en grondstoffen, maar over interne politiek en in sommige gevallen onenigheid over de locatie van landsgrenzen (dwars door etnische gebieden heen bijvoorbeeld). Daarnaast worden veel conflicten zonder bloedvergieten gevoerd; handelsspionage, economische sancties en cyberaanvallen zijn steeds meer de kerntaak van militaire apparaten.

Dit alles maakt het wat moeilijk om over defensie te praten. Veel historische en tot de verbeelding sprekende termen zoals oorlogsgereedschap (vliegdekschepen, gevechtsvliegtuigen), organisatie-eenheden (brigade, peloton) en tactiek is niet meer echt relevant. Als je daar wel in bent geïnteresseerd, heb ik hier een geweldig Youtube-kanaal voor je:



Dus wat doet defensie wél?
Vandaag de dag zijn de taken van defensie, in willekeurige volgorde:
  • Inlichtingendiensten beheren. De meerderheid van veiligheidstaken komen neer op robuuste inlichtingen.
  • Meedoen in internationale vredesmissies. Hierover later meer.
  • Bijstand leveren aan interne problemen; natuurrampen, rellen, terrorisme
  • Oude conflicten van lang geleden afwikkelen.
  • Een afschrikmiddel zijn voor opportunistische vijanden
Verschillende militaire machten in de wereld hebben andere prioriteiten. Er zijn nog een aantal ‘klassieke’ oorlogsmachines, bijv. Noord-Korea en de VS. Er zijn inmiddels ook landen die hun hele defensietak hebben opgeheven en enkel nog een kleine aparte inlichtingendienst aanhouden, bijvoorbeeld Finland en Japan. Maar over het algemeen is de bovenstaande lijst in grote mate wat landen doen met hun defensiemachten.

Inlichtingendiensten hebben altijd al een sleutelrol gespeeld - ook in oorlogstijd (zie bijv. Enigma). Nu dat oorlogvoering steeds meer gericht wordt op handel, logistiek, infrastructuur en recent zelfs staatsgeorganiseerde cyberoorlogvoering, worden inlichtingendiensten steeds een centraler deel van de krijgsmacht. De voordelen zijn duidelijk; zonder fysieke interactie kan de economie, logistiek of politieke macht van de vijand worden aangevallen.

http://www.zekerwel.nl/images/Politiek/aivdstats.jpg

Onze fysieke krijgsmachten hebben al erg lang geen echte oorlogen meer hoeven voeren, maar het is zonde om miljarden euro’s aan materieel en getrainde professionals stil te laten zitten. Daarom worden ze vaak, onder de vlag van verschillende verdragsorganisaties en internationale verbanden, uitgezonden naar andere conflictgebieden waar we uit solidariteit humanitaire en soms militaire hulp bieden. In ruil hiervoor beloven de andere leden van deze organisaties ons ook bij te staan met hulp in tijden van nood. Impliciet zijn dit soort organisaties ook een onderhandelingsmiddel voor juridische, regeltechnische en economische samenwerking.

Intern hebben we weliswaar in lange tijd al geen echte conflicten meer gehad, rampen komen wel af en toe voor. De ingenieursafdeling van het leger - de genie - helpt dan vaak met het afdammen van overstromingen, opzetten van tijdelijke bruggen, enz. De luchtmacht en marine helpt met evacuaties en loodsen. Dit is in onze omgeving, zeker met aanstaande klimaatverandering, geen overbodige luxe.

Wanneer je de website van het Ministerie van Defensie nu zou bekijken, kan ik al gokken wat erop staat: een hoop nieuwsberichten over lang vervlogen conflicten in onze voormalige koloniën en afhankelijkheden. Ondanks dat dit nu vaak diplomatieke zaken zijn, is Defensie hier nauw bij betrokken. We geven nog steeds een hoop ontwikkelings-, defensie- en noodhulp aan onze reeds zelfstandige ex-koloniën, vele decennia na dato. Dit gaat vooral door defensie. Deels is dit omdat deze landen geen eigen professioneel leger kunnen bijhouden, maar deels ook omdat we dit hebben afgesproken bij afsplitsing.

Als laatste is een historische reden voor een klein staand leger altijd geweest dat dit opportunistische imperiale machten zou afschrikken. Gezien we in een wereld van brede globalisering en gigantische verdragsorganisaties leven, kan ik me niet meer voorstellen dat dit hier serieus wordt genomen. Desondanks is het nuttig dit te noemen, gezien het in sommige landen een legitieme reden voor defensie-uitgaven is.

Justitie

(Internationale) Veiligheid kun je niet alleen waarborgen met een krijgsmacht, je hebt ook effectieve bekrachtiging van wetten nodig. Ik ga nu even heel snel over deze concepten heen als ‘refresher’, en gooi zowel interne als internationale zaken op één hoop.

Wetten zijn sociale constructies
Eigenlijk het belangrijkste concept dat je bij iedere vorm van justitie moet indenken is dat wetten niks anders zijn dan afspraken binnen een samenleving. Er zijn geen inherent illegale dingen; dingen zijn alleen illegaal, crimineel of fout als we samen, met z’n allen, hebben besloten dat het zo is. Deze afspraken heten wetten. We maken ook afspraken over wat er moet gebeuren als deze wetten worden overtreden; dat is ons penitentiair systeem. De manier waarop we beslissen of iemand een wet heeft overtreden heet de rechtsgang.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat het letterlijk onmogelijk is om criminaliteit uit te bannen. Zolang er wetten zijn en zolang er mensen met menselijk gedrag zijn, zullen overtredingen mogelijk zijn.

Rechtsgang
Allereerst moet een strafbaar feit geconstateerd worden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door de politie, die in de rechtsgang zowel een handhavende als constaterende - en in sommige gevallen zelfs direct straffende - functie heeft. De politie heeft overigens arguably nog een belangrijkere functie: het totstandbrengen van een gevoel van veiligheid, dat wil zeggen: het geruststellen dat rechtmatig functionerende burgers effectief beschermd worden (door de staat) tegen strafbare feiten, zonder daarbij zelf onrechtmatig door de staat te worden bejegend.

Er zijn verschillende rechtssystemen, maar zo goed als de hele wereld heeft een juridisch systeem, dat wil zeggen: de verdachte en de aanklager doen allebei op gelijke voet hun woordje voor de rechter. Deze weegt de verhalen van beide kanten, bepaalt of de verdachte schuldig is en legt hem een straf op. Indien een straf is opgelegd, wordt deze uitgevoerd door het penitentiaire systeem.

Dit is niet universeel. En bovendien is dit maar een microscopisch klein deel van het verhaal. Allereerst zijn niet alle rechtsbanken gelijk geschapen; afhankelijk van je rechtssysteem kun je aparte rechtbanken hebben voor:
  • Civielrechtelijke zaken - vaak economische kwesties tussen burgers of burgers en de overheid, bijvoorbeeld schadevergoedingen.
  • Strafzaken - zaken waarin schuld moet worden vastgesteld met betrekking tot het breken van een wet
  • Bestuursrechtelijke zaken - zaken waarin een burger het oneens is met (een toepassing van) bestaande regels
  • Kantonrecht - een onderverdeling van civielrecht, vaak de meestvoorkomende, eenvoudige zaken
  • Snelrecht - in sommige situaties kan het voorkomen dat een stortvloed aan overtredingen naar de rechter wordt gestuurd (bijvoorbeeld bij rellen), hiervoor wordt voor de meestvoorkomende zaken dan een toegewijde rechtbank aangewezen die deze zaken versneld behandelt
  • Jeugdrecht - voor wetsovertredingen (en deels civiele zaken) met betrekking tot verdachten of verdedigers onder de 18 jaar
  • Economische delicten - overtreding van financiële of economische regelgeving, vaak betrekkend op zeer grote bedragen
  • Oorlogsrecht - waar oorlogsmisdaden (terrorisme, marteling, militaire tucht, defectie) worden behandeld
  • Internationaal recht - waar overtreding van internationale afspraken worden behandeld.
  • Juridisch recht - rechtssysteem-inception. Dit is meestal de ‘High Court’ of ‘Hoge Raad’ die beslissingen neemt over de rechtsgang zelf, zonder inhoudelijk op zaken in te gaan.
http://passie.horeca.nl/imported_data/noordhoff_22218_WR9G9CH1.gif

Ook binnen de rechtbank is het lang niet altijd hetzelfde. Sommige landen gebruiken het voorheen genoemde pure rechterssysteem, maar in veel landen bestaan jurysystemen, waarbij een willekeurige selectie van burgers wordt opgeroepen en gevraagd om over de schuld- en soms ook de strafhoogtevraag te beslissen. Dit jury-oordeel kan wel of niet bindend zijn.

Nadat een strafoordeel is geveld, kan de verdediging (de vertegenwoordiging van de verdachte plus de verdachte zelf) overwegen om in hoger beroep te gaan. Hierbij wordt een hogere rechter gevraagd om nog eens naar de zaak te kijken. Vaak is dit beperkt tot alleen hogere rechters (en kun je dus niet meer dan 3-5 keer in hoger beroep gaan, afhankelijk van hoeveel rechtslagen er zijn) en kan er soms alleen in hoger beroep worden gegaan met nieuw bewijs.

Rondom de rechtsgang zijn ook veel variaties mogelijk. In de meeste systemen heb je recht op representatie; dat wil zeggen dat als je niet in staat bent (bijv. om financiële redenen) om een advocaat te vinden, dat je een advocaat toegewezen krijgt die jouw zaak verdedigt. Ondanks dat de rechtsgang vrijwel altijd uitgaat van onschuldigheid tot het tegendeel bewezen is, moet je soms je rechtszitting afwachten onder huisarrest, in een tijdelijke cel (soms onder borgsom) of anderszins zonder volledige burgervrijheden.

Kort gezegd is dit hoe 95% van de landen in de wereld dit aanpakken. Er bestaan ook totaal andere systemen. Er zijn systemen zonder hoor en wederhoor, waarbij het recht direct kan worden toegepast wanneer iemand op heterdaad wordt betrapt. Dit is in veel juridische systemen ook het geval - dit heet een proces-verbaal. Het verschil met niet-juridische systemen is dat in dit geval de beslissing niet kan worden aangevochten.

Als laatste is het nog belangrijk onderscheid te maken tussen verschillende overtredingssoorten. Deze bepalen namelijk in grote mate wat er kan gebeuren met een verdachte. In Nederland maken we onderscheid tussen overtredingen en misdrijven. De eerste is enkel met een geldboete of in zeldzame gevallen een arbeidsstraf (plantsoenen schoffelen) te bestraffen, de laatste gaat gepaard met vrijheidsstraffen (gevangenisstraffen). Daarnaast bestaan er in sommige systemen ook nog middenvormen (‘misdrijven’), economische delicten, misdrijven tegen mensenrechten, misdrijven tegen soevereiniteit, enz.

Ook is het nuttig om immuniteit te noemen; in sommige rechtssystemen genieten speciale personen immuniteit, dat wil zeggen dat ze niet vervolgd worden voor de meeste overtredingen. Hier zijn meestal wel uitzonderingen op, met name misdaden tegen de menselijkheid (oorlogsmisdaden).

Penitentiaire systemen
Allereerst; straffen - vrijheidsberoving of boetes op persoonlijke naam - hebben alleen toepassing op zgn. natuurlijke personen: individuele mensen. Niet op bedrijven, verenigingen of alle andere niet-hoofdelijk-aansprakelijke instituten. Daarom zitten bijvoorbeeld de bankiers die de Grote Recessie hebben veroorzaakt niet in de gevangenis, en zullen ze dat ook nooit doen: hoewel er veel leed kan worden veroorzaakt door dit soort zaken, zijn ze niet hoofdelijk aansprakelijk en kan er dus nooit gevangenisstraf worden geëist.

Nu we dat uit de weg hebben, begrijpen we dat dit hoofdstuk over straffen gaat. Straffen zijn een unieke hoek van de samenleving; hoewel het idee van samenlevingen is dat we met samenwerking verder komen, is het uitoefenen van straffen iets dat overduidelijk vooral negatieve effecten heeft. De samenleving is tijd en geld kwijt en de gestrafte wordt… gestraft! Da’s niet leuk.

Waarom voeren we dan toch straffen uit? Dat kan een mix zijn van de volgende redenen:
  • Om de persoon een lesje te leren: dit moet je niet weer doen! (punitatief effect)
  • Om de rest van de samenleving te tonen dat crimineel gedrag van dit soort niet getolereerd wordt (afschrikkend effect)
  • Wanneer er niet alleen gestraft, maar ook geholpen wordt: om een crimineel het juiste pad te tonen en hierin te leiden (rehabilitatief effect)
http://www.rijnlandmodel.nl/allochtonen/bronnen/criminaliteit_cijfers_bron_langschalige-trend-sep-2013_2.jpg

Daarnaast zijn er ook economische motieven om wel of niet te straffen. Historisch gezien zijn straflocaties per definitie een stuk beter uitgerust dan typische zwerversverblijven, dus kan een gevangenis een sociaal vangnet vormen. In sommige landen wordt van gevangenen verwacht dat zij werk uitvoeren zonder betaling, dit is een goedkope vorm van arbeid. Daarnaast zijn er ook machtspolitieke motivaties; zo kunnen specifieke bevolkingsgroepen uit de maatschappij worden gehouden of worden onderdrukt door onevenredige straftoepassing. Dit vertel ik niet om depressief van te worden, maar om te laten zien dat penitentiaire instituten weliswaar onderdeel zijn van de rechtsgang, maar soms ook extra doelen dienen, niet allemaal even koosjer. Zelfs in zeer geavanceerde samenlevingen wordt dit vaak gedoogd vanwege het sociale stigma op criminaliteit.

Binnen criminologie en het strafrecht is men het niet volledig eens over wat nou het ‘beste’ is. Ik wil dit liever niet uitgebreid bespreken, maar gezien dit een belangrijke discussie is in de verkiezingen noem ik het kort. Puur punitatieve systemen - waarbij de nadruk wordt gelegd op het straffen van criminelen - zijn extreem ineffectief. Dit leidt tot draaideurcriminaliteit; wat verwacht je als je zowel je vrijheid als - waarschijnlijk - al je geld kwijtraakt? Dat je opeens een goedbetaalde baan vindt? Aan de keerzijde zijn rehabilitatieve systemen juist heel erg effectief in het systematisch reduceren van criminaliteit en het verbeteren van publieke veiligheid. Het nadeel: rehabilitatieve systemen zijn volgens sommige economen duurder dan punitatieve systemen.

http://www.occasionalplanet.org/wp-content/uploads/2015/11/prison-labor.jpg

Er is enige consensus dat de economische waarde van for-profit gevangenissen en de ‘slavenarbeid’ die er wordt gebruikt hoger is dan de economische waarde van gerehabiliteerde ex-criminelen minus de kosten van opsluiting en rehabilitatie. Hier staat echter tegenover dat in zeer rehabilitatieve systemen (zoals in Nederland) de gevangenispopulatie zo snel achteruit gaat dat er inmiddels gevangenissen gesloten worden, en dus op termijn minder mensen gerehabiliteerd hoeven te worden, wat deze kosten weer verlaagt. Omdat een echte schone vergelijking niet te maken is, is dit een doorgaand punt van discussie.

Hierbij moet opgemerkt worden dat sinds 2011 ook in Nederlandse gevangenissen gebruik wordt gemaakt van onderbetaalde arbeid door gedetineerden, hoewel dit een rehabilitatief karakter heeft.

Het Internationaal Gerechtshof

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/1c/Vredespaleis-voor.jpg

Als enige ‘speciale’ Nederlandse dingetje in deze blogpost moet ik wel het Internationaal Gerechtshof in Den Haag noemen. Internationaal recht is een bijzonder complex ding, gezien wetten en regels - niet alleen op strafrechtelijk gebied, maar ook op alle andere wetszaken - sterk variëren tussen landen. Je kunt bovendien mensen niet veroordelen voor zaken die legaal (of strafrechtelijk ongedefinieerd) zijn in hun eigen land. Het Internationaal Gerechtshof wordt dan ook voornamelijk gebruikt voor sterk grensoverschrijdende misdaad; oorlogsmisdaden en grove soevereiniteits- of economische delicten. Voor zeer grote zaken, bijvoorbeeld de oorlog in voormalig Joegoslavië, worden weer aparte gerechtsinstituten opgericht. Deze heten doorgaans ‘tribunalen’, bijvoorbeeld het Joegoslavië-tribunaal (dat ook in Den Haag gevestigd is). Het Internationaal Gerechtshof is het gerechtelijk orgaan van de Verenigde Naties en wordt voorgezeten door rechters uit verschillende lidstaten, waaronder meestal één Belgische en één Nederlandse rechter.

Conclusie

Er is eerlijk gezegd niet heel veel te vertellen over defensie, veiligheid en justitie. Defensie beslaat ook maar 1,4% van ons BNP en justitie beslaat slechts 0,5%. Hiervan is de politie veruit de grootste kostenpost; circa tweederde van die halve procent gaat daar naartoe. We leven in een relatief stabiel, veilig land met een naar verhouding solide rechtsgang.

Uiteraard zijn er wel dingen te verbeteren of veranderen. Ik ga daar expres in deze blogs nog niet op in; het is nu belangrijk om de basics te begrijpen, dan kunnen we daar in latere posts op doorgaan wanneer we de desbetreffende punten in de verkiezingsprogramma’s bespreken.

Oproep: Onderwijsmanager of schrijver over onderwijs gezocht!

Door mux op vrijdag 13 januari 2017 09:30 - Reacties (10)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 2.054

Ik ben bezig met een lange blogserie over de Tweede Kamerverkiezingen van komende maart. Voor alle onderwerpen die ik wil behandelen heb ik ofwel zelf genoeg kennis om de grote lijnen uiteen te zetten, of ken ik mensen in die gebieden. Met één grote uitzondering: onderwijs.


Werk je in een managementfunctie in het onderwijs, in de inspectie of op het Ministerie van OC&W? Dan zou ik graag met je willen spreken - in persoon, via de telefoon, via de mail of via een chatmedium. Schrijf je zelf graag? Dan nodig ik je graag uit als gastauteur. Wat je schrijft wordt ongewijzigd, maar met eventuele stijl- en esthetische aanpassingen gepubliceerd op Verkiezingen2017.info, en eventueel op dit blog of je eigen blog. Je behoudt je eigen copyright. Ik kan geen compensatie aanbieden.


Alvast bedankt!

Verkiezingen 2017: Duurzaamheid

Door mux op zaterdag 17 december 2016 13:30 - Reacties (20)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 2.126

De vorige keer blogde ik over één helft van ons ministerie van IenM - Infrastructuur en Milieu. Dit keer hebben we het over de andere helft - en over duurzaamheid meer in het algemeen. Want voor de doelgroep van Tweakers is dit waarschijnlijk het grootste en meest belangrijke onderwerp waar we mee te maken (zullen) hebben.

Klimaatverandering en energie

Laten we maar even met de deur in huis vallen; we zitten nu al een tijdje met een globaal probleem. Het klimaat verandert aanzienlijk door toedoen van overtollige broeikasgasuitstoot (en ontbossing, en nog een aantal andere dingen). Deze broeikasgassen worden overweldigend uitgestoten door zaken die te maken hebben met energiewinning voor menselijke doeleinden.

https://www.epa.gov/sites/production/files/2016-05/global_emissions_sector_2015.png

Volgens de energy theory of economic growth betekent - heel erg grofweg gesteld - meer bruikbare energie = meer welvaart. Voor het grootste deel van de mensheid klopt dit ook; periodes van snelle groei gingen gepaard met nog veel snellere energiebenutting en omgekeerd. De overgrote meerderheid van de wereldbevolking leeft nog niet op het welvaartsniveau dat wij hier genieten, dus het is vrijwel zeker dat wereldwijde energieconsumptie aanzienlijk zal stijgen in de nabije toekomst.

Energie winnen we wereldwijd overweldigend uit fossiele bronnen. Dit zijn kolen, olie en gas - grondstoffen die miljoenen jaren geleden zijn gevormd uit bossen en ander biologisch materiaal dat diep onder de grond begraven is geraakt door verschillende geologische processen. Bij het winnen van energie hieruit worden schadelijke afvalproducten noodzakelijkerwijs gemaakt. Kolen produceren vlieg-as en alle fossiele brandstoffen produceren broeikasgassen, alsmede zwavel- en stikstofoxides. Dit is materiaal dat voorheen ‘veilig’ opgeborgen zat in diepe grondlagen, en nu in de atmosfeer geraakt. Vervolgens zorgt dit voor opwarming en andere - voor ons - negatieve effecten op het leefklimaat op aarde. Hierover later wederom meer.

Echter, het is duidelijk dat deze energiewinning tot zover bijna alleen maar positieve effecten heeft gehad op de wereldpopulatie. Niet alleen voedselproductie en gezondheid, maar algemene welvaart is voor vrijwel iedereen monotoon verbeterd sinds de vondst van gemakkelijk winbare fossiele brandstoffen en de kort daarop volgende industriële revolutie. Energie - niet persé fossiele energie - heeft een hoop goed veroorzaakt.

Deze afweging begint langzamerhand om te slaan. De negatieve effecten van het gebruik van fossiele brandstoffen voor energie zijn groter aan het worden, en de kosten voor niet of nauwelijks vervuilende alternatieven zijn aan het dalen. Daardoor is momenteel de roep sterk om over te schakelen op schonere energiebronnen.

Primaire en bruikbare energie
Een erg belangrijk concept binnen energiehuishouding is het verschil tussen primaire en bruikbare energie. Simpel gezegd: sommige energiebronnen bevatten heel veel energie, maar je kunt maar een klein beetje ervan nuttig gebruiken.

http://farm2.static.flickr.com/1219/1150442746_15d108e33c.jpg

Dit is waarom elektrische auto’s zoveel zuiniger zijn dan benzine-auto’s. Een benzinemotor zet - inclusief alle verliezen van motor tot aandrijving tot onnodig aanstaan als je stilstaat - maar 15-20% van de chemische energie in je benzine om in daadwerkelijke beweging - en veel minder als je ook nog het delvings- en raffinageproces meerekent. Dit komt o.a. door de Carnot-efficiëntielimiet. Bovendien werken benzinemotoren niet omgekeerd: je kunt niet remmen en je remenergie omzetten in benzine. Was dat maar zo. Elektrische auto’s zetten echter meer dan 90% van de energie die je uit het stopcontact haalt om in beweging. En je kunt regeneratief remmen, en dus een deel van je bewegingsenergie weer terugkrijgen in sommige verkeersomstandigheden. We zeggen ook wel dat elektriciteit hele ‘hoge kwaliteit’ energie is, terwijl warmte (verbranding, etc.) hele ‘lage kwaliteit’ energie is.

Primaire energie is dus de theoretische maximale hoeveelheid energie in een bron. Bijna iedere energiebron wordt gemeten op basis van primaire energie, zonder rekening te houden met de efficiëntie (want die verschilt tussen verbruikers). Als we het over hele landen of economieën hebben, wordt primaire energie vaak uitgedrukt in MMBTU (million British Thermal Units) of MMBOE (million barrels of oil equivalent). Dit hoeft niet persé over thermische energie of olie te gaan, maar over de hoeveelheid energie die dit vertegenwoordigt.

Duurzaamheid en externaliteiten
Duurzame grondstoffen kunnen op lange tijdsschalen - honderden generaties - nooit opraken. Fossiele brandstoffen zijn duidelijk niet hernieuwbaar, en ook het gebruik ervan is niet duurzaam, althans niet op de manier dat we het nu doen. Immers, bij het gebruik ervan op grote schaal vervuilen we de leefomgeving op een zodanige manier dat dit zeer grote effecten heeft op toekomstige generaties.

Maar zoals gezegd; fossiele brandstoffen hebben gezorgd voor een extreem succesvolle periode van onze diersoort. Er zitten voor- én nadelen aan het gebruik van potentieel niet-duurzame, vervuilende zaken. Nu is natuurlijk de vraag: hoe drukken we dit uit op een manier dat we een nuttige keuze kunnen maken?

Eén methode is om de kosten in kaart te brengen die niet direct toe te wijzen zijn aan het gebruik van dat type energie. Deze ‘externe’ kosten noemen we externaliteiten. Dit zijn geen fictieve kosten - het is écht geld dat écht betaald moet worden. Bijvoorbeeld: de externaliteiten van fossiele brandstoffen zijn o.a. de kosten ten gevolge van verlies van landbouwgrond en oogstderving, de kosten van het ophogen van dijken tegen zeespiegelstijging, de kosten van schade door extremer weer, enzovoorts. Dit is een complexe berekening. Deze kosten worden doorgaans uitgedrukt als ‘sociale kosten van [X]’, bijvoorbeeld de sociale kosten van CO2 (SoCO2 of SC-CO2). Deze sociale kosten worden vandaag de dag uitgerekend voor van alles - niet alleen broeikasgassen, maar ook andere vervuiling. Er zijn bijvoorbeeld meetbare externaliteiten voor de productie van windturbines, o.a. door staal-, en koperproductie, alsmede andere effecten.

https://www.insideenergyandenvironment.com/wp-content/uploads/sites/13/2014/11/chart-2.jpg

Daarnaast zijn er ook social benefits; werkgelegenheid voor ongeschoolden in kolenmijnen is een goed voorbeeld dat van invloed was in de afgelopen Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het überhaupt hebben van een betrouwbare energiebron is van onmeetbaar grote waarde voor de economie; beter een kolencentrale dan helemaal niks.

Efficiëntie
https://energy.gov/sites/prod/files/styles/media_energy_gov_wysiwyg_fullwidth/public/sankey-all-manufacturing-process-energy_0_0.png?itok=kOy7pRon
In energie-efficiëntie kijk je de hele dag naar dit soort Sankey-diagrammen

Er gaat aardig veel energie onnodig verloren. Vaak omdat processen worden gebruikt die productiekosten optimaliseren zonder externaliteiten mee te rekenen. Ondanks dat energie-intensiviteit gecorreleerd is met economische groei, is dit niet heilig; betere energie-efficiëntie kan betekenen dat de totale hoeveelheid energieconsumptie omlaag gaan (en kunnen externaliteiten beperkt worden) zonder dat er minder energie beschikbaar is voor nuttige economische productiviteit. Daarnaast is er een aanzienlijke hoeveelheid goedbetaalde werkgelegenheid in het optimaliseren van processen. Ik kan het weten; dit is mijn werkgebied.

http://www.softtoyssoftware.com/dbnet/EnergyEconomics/images/eroei.png

Naast pure efficiëntie, is er ook nog het concept van energie-investering. Dit wordt meestal uitgedrukt als ‘energy return on energy invested’ of EROEI. Deze metriek vertelt je of het nut heeft een bepaalde energiebron aan te boren. Om een voorbeeld te geven: over de levensduur van een zonnepaneel, krijg je ongeveer 5-10x zoveel elektrische energie terug als dat er nodig is voor de productie. Voor makkelijke oliebronnen ligt dit aanzienlijk hoger; olie in Saoedi-Arabië heeft een EROEI van 30+. Sommige fracking-gasbronnen hebben een EROEI tussen de 3-5. Er zit dus aardig wat spreiding in deze maat, en er zijn aardig wat interpretaties van deze getallen. Over het algemeen zullen economen je vertellen dat een hogere EROEI altijd beter is, maar dat je vanaf ca. 5 een goedlopende economie kunt hebben. Anders zijn er té veel mensen nodig die bezig zijn met energie, en te weinig die die energie ook werkelijk nuttig kunnen gebruiken voor economisch productieve activiteiten.

Subsidies en belastingen
Een steeds meer in het oog vallend aspect van energiepolicy is het noemen van de vaak aanzienlijke subsidies en belastingen op bepaalde energiebronnen. Dit is echter een veel ingewikkeldere situatie dan het in eerste instantie lijkt. Met name omdat het zelden om pure subsidies en belastingen gaat - financiële regelingen zijn vaak verpakt op andere manieren en daardoor heel moeilijk los te zien van andere factoren.

Directe subsidies en belastingen zijn gemakkelijk te identificeren; als de staat een gift doet aan een energieproduct, is dat een directe subsidie. Wanneer de staat een bepaalde hoeveelheid accijnzen of BTW heft op energie, is dat een belasting. Klip en klaar.

Waar het lastiger wordt te identificeren wat wat is, is bijvoorbeeld wanneer de staat (nagenoeg) renteloze leningen, prijsgaranties, grondpachten, mineraalrechten en juridische immuniteit uitgeeft. Een heel goed voorbeeld hiervan is de recent in het nieuws gekomen nieuwe kernreactor bij Hinkley Point in het Verenigd Koninkrijk. Hierbij heeft de regering van het VK een prijsgarantie op de elektriciteit uit die centrale gegeven; wanneer de spotprijs van elektriciteit lager is dan een bepaalde hoeveelheid (ca. 120 GBP/MWh wanneer de centrale klaar is), zal de regering het verschil tussen de spotprijs en het afgesproken bedrag bijpassen. Dit is een soort subsidie, maar een heel erg variabele; het kost de staat immers niets wanneer de spotprijs altijd hoger is dan het afgesproken bedrag. Maar het zorgt wel voor zekerheid voor de investeerders.

http://thebreakthrough.org/images/FF_subsidies.png

Daarnaast zijn bepaalde rechten ook heel moeilijk uit te drukken in geld. Wanneer je als bedrijf of persoon een groot stuk land wilt ontginnen, betaal je hier meestal een wettelijk minimumbedrag per hectare voor. Echter, als je olie of gas onder de grond wilt winnen (en daarmee doorgaans ook het land erboven effectief onbewoonbaar maakt), krijg je als bedrijf vaak (nagenoeg) gratis dit recht en daarmee, effectief, een hele hoop grond. Hetzelfde geldt voor juridische immuniteit; overheden stellen grote kolen- en kerncentrales doorgaans vrij van aansprakelijkheid voor gezondheids- en milieuschade als gevolg van uitstoot of potentiële rampen. Dit neemt een hoop risico weg voor de exploitant, en verlaagt daarmee ook de kosten.

Duurzaamheid op andere gebieden
Het is voor Nederland niet heel belangrijk, maar ik moet ook nog snel even de duurzaamheid van grondstoffen die niet met energie te maken hebben noemen. Sommige grondstoffen, bijvoorbeeld ijzer, zijn praktisch oneindig op aarde; er is zoveel beschikbaar in gemakkelijk winbare vorm dat we ons nooit zorgen hoeven te maken of het opraakt. Echter, fysieke grondstoffen zoals platina en goud, alsmede minder concrete grondstoffen zoals beschikbare landbouwgrond, schoon oppervlaktewater en bepaalde diersoorten (zoals bijen) zijn een beperkte, soms nu al schaarse grondstof waar we zuinig en intelligent mee moeten omspringen. Een concrete beleidsmaatregel waar we in grondstofarme landen als Nederland mee te maken hebben, is bijvoorbeeld sourcing policy, waarbij wordt vereist van bedrijven dat bij productie van elektronica, witgoed en andere producten voor verkoop in onze markt geen onduurzaam gewonnen grondstoffen worden gebruikt. Naast grondstofwinning, is ook de duurzaamheid van arbeidspraktijken, kwaliteit van leven van vleesdieren en zo verder een punt voor sommige partijen. Gezien vrijwel alleen klimaatverandering een significant thema is in deze verkiezingen, kies ik ervoor om deze onderwerpen hier niet te bespreken.

Een aantal kerngetallen
OK, we weten dat kolen relatief vervuilend zijn, kernenergie relatief schoon is… maar hóe vervuilend? En wat kost het precies? Laten we eens met een plaatje beginnen.

https://climatefootnotesdotcom.files.wordpress.com/2016/06/fig32.png?w=616

Dit is geen toonaangevend figuur, maar het geeft een vrij goed beeld van de typische kostenopbouw van energie. In deze grafiek zie je voor iedere bron van elektriciteit de kosten uitgesplitst in directe kosten (LCOE - Levelized Cost Of Energy - de prijs per marginale kWh) en externe kosten. De externe kosten zijn vervolgens uitgesplitst in de SC-CO2 (hierover later meer) en de niet-broeikaseffecten. Zo zorgt vliegasproductie van kolencentrales voor extreem grote gezondheids- en omgevingseffecten, zorgen lekken in gasleidingen voor een serieuze hoeveelheid methaan in de atmosfeer (een sterk broeikasgas) en vertegenwoordigen kernrampen en afvalopslag een relatief grote kostenpost op kernenergie.

En dan hebben we het nog even over die sociale kosten van CO2 (SC-CO2). In deze grafiek is goed weergegeven wat het effect is van verschillende kosten; de grafieken laten zowel de impact van ¤50 per ton CO2 als ¤150 per ton zien. En wat zijn de werkelijke kosten?

https://wattsupwiththat.files.wordpress.com/2016/06/social_cost_of_carbon_estimates.png

Eh… juist ja. Dit is dus waar ik het eerder over had: in 1950 waren de sociale kosten van CO2 relatief klein, want de hoeveelheid economische groei die je veroorzaakt met het verbranden van wat kolen was zo groot dat dit de negatieve impact volledig absorbeerde. Dat is niet het geval als je naar de toekomst kijkt; afhankelijk van het rekenmodel, zijn de werkelijke sociale kosten in 2050 tussen de 50 en 800 dollar per ton CO2.

Ik wil niet teveel in detail treden, maar nu heb je hopelijk een redelijk idee van de kostenstructuur van zowel de basis (LCOE) als externe kosten van energieproductie. Alles wat ik hier heb gezegd is net zo goed toe te passen op niet-elektriciteitsproductie overigens.

Een snelcursus in duurzame vervangers

Voor de discussie van mogelijke oplossingen voor klimaatverandering en het verduurzamen van onze economie is het nuttig om eens naar de alternatieven te kijken. Op het gebied van mobiliteit kijken we naar waterstof en elektrische aandrijving. Op het gebied van elektriciteitsproductie zijn kernenergie, wind-, water- en zonne-energie de grote spelers. In halffabrikaatvervaardiging kijken we naar waterstof, plastics en methaan uit plantaardige bronnen. Op het gebied van voedselvervaardiging kijken we naar genetische modificatie en laboratoriumvlees. Hiermee is meer dan 95% van onze uitstoot gedekt.

Mobiliteit: elektrificatie
https://climate.dot.gov/images/about/chart_emissions_by_source.gif

Personenvervoer en logistiek vertegenwoordigt samen 20-30% van de broeikasgasemissies op aarde. Van al deze emissies zijn wegvoertuigen veruit de grootste vervuilers - meer dan 80% van vervoersgebonden emissies wordt op de weg uitgestoten. De getallen verschillen wat tussen landen, maar personenvervoer en logistiek maakt ongeveer gelijke delen uit. Kleine voertuigen zijn veruit de belangrijkste gemakkelijk te identificeren sector om te vergroenen.

Er zijn veel manieren om dit te doen. Vervoer is zelden echt efficiënt ingedeeld. Kijk naar een typische auto; ondanks dat auto’s maar 3-4x zo snel gaan als een fiets en zelden meer dan 1 persoon vervoeren, zijn ze toch al gauw 50-100x zo zwaar en verbruiken ze evenredig meer energie per passagierskilometer. Er is dus op technologisch gebied veel laaghangend fruit te identificeren.

Helaas zijn consumenten - de mensen die indirect vervuiling veroorzaken met hun aankoop - slecht te motiveren met (op bepaalde vlakken) technisch superieure producten. Zeer aerodynamische, efficiënte voertuigen zijn gauw lelijk of onpraktisch in gebruik, waardoor ze op zijn best een niche-toepassing verdienen. Een politiek en maatschappelijk gemakkelijker laaghangend stuk fruit is elektrificatie.

De reden waarom elektrische voertuigen beter zijn voor het milieu is simpelweg efficiëntie. Waar een benzinevoertuig hoogstens 20% van de chemische energie in de brandstof omzet in beweging, is dit bij een elektrisch voertuig nagenoeg 100%. Zelfs zeer luxe, grote, zware, high-performance voertuigen (zie Tesla model S) verslaan iedere niet-elektrische auto op het gebied van zuinigheid met grote marges. Zelfs als je meetelt dat de elektriciteit in de batterij ooit door een kolencentrale is opgewekt. Dit is vanuit zowel de consument als overheid gezien een win-win situatie.

Naast pure elektrificatie zijn er ook tussenvormen. Batterijen zijn niet geschikt voor iedere toepassing. In vliegtuigen, zware voertuigen en sommige stationaire infrastructuur is waterstof ook een goede optie. Hierover heb ik uitgebreid geschreven in het verleden.

Elektriciteitsproductie: Duurzame energie
http://www.c2es.org/docUploads/electricity-sector-12.png

Elektriciteitsproductie is de grootste bron van broeikasgassen in de wereld. Elektriciteitsproductie uit iedere fossiele bron is hiervoor verantwoordelijk, en dit moet simpelweg stoppen. Er is geen duurzame manier om fossiele brandstoffen te blijven gebruiken voor elektriciteitsproductie.

In het verleden is dit wel geprobeerd. Zo zijn er wereldwijd vele projecten - inclusief onze Maasvlakte en Eemshaven - geweest waarbij men CO2 probeerde af te vangen aan de schoorstenen van kolencentrales en dit op te slaan. Geen van deze projecten is succesvol gebleken, en de meesten zijn non-functioneel. Ondanks dat dit soort projecten theoretisch mogelijk zijn, is er geen uitzicht op een werkend, voldoende effectief CO2-opslagsysteem voor fossiele brandstoffen.

We moeten dus over naar alternatieve energiebronnen. De drie groten zijn kernenergie, windenergie en zonne-energie. Daarnaast hebben we in Nederland langs al onze stormkeringen ook getijden- en stromingsturbines, hoewel deze in absolute zin maar weinig energie opwekken.

Kernenergie
Kernenergie stoot - zelfs inclusief uraniumdelving, transport, bouw en andere activiteiten - extreem weinig broeikasgassen uit. De processen die broeikasgassen produceren zijn allemaal te elektrificeren, dus theoretisch is dit een 100% schone energiebron. De techniek voor kerncentrales is volwassen en de veiligheid is, zelfs als je de vele grote en kleine kernrampen in de wereld meeneemt, behoorlijk goed. Dus waarom zijn we niet allang over op kernenergie? Waarom is er ieder jaar juist steeds minder kernenergie?

De voornaamste reden is financieel. Kerncentrales zijn zeer riskante ondernemingen. Ze kosten véél meer dan iedere andere energiebron - zelfs duurder dan zonnepanelen en batterijen - ca. ¤10 000/kW. Echter, als je eenmaal een kerncentrale hebt gebouwd, kost het bijna niks om hem te opereren (typisch ¤0,02/kWh). Je wilt dus een kerncentrale bouwen, en dan ongeveer een halve eeuw lang de centrale de hele dag voluit elektriciteit laten produceren om zo de investering terug te verdienen. Helaas bestaan er maar heel weinig bedrijven met én genoeg geld, én genoeg toekomstvisie om zoiets te doen. De meeste bedrijven met genoeg geld bestaan maar een paar decennia op z’n langst, en zijn na 50 jaar niet meer herkenbaar als het bedrijf dat het ooit was. Bovendien wordt door meerdere oorzaken kernenergie ieder decennium alleen maar duurder - een onwenselijke eigenschap voor de economie.

En dat zijn nog niet eens alle kosten. Als je als land kerncentrales bezit, moet je voldoen aan bepaalde infrastructurele en technische eisen; wij zijn bijvoorbeeld lid van Euratom wat dit soort zaken regelt. Dat kost enkele honderden miljoenen per jaar. Recent zijn we erachter gekomen dat opslag en verwerking van kernafval een heel stuk duurder is dan eerder gedacht. Kerncentrales in o.a. Frankrijk en Duitsland hielden al rekening met deze kosten - in iedere kWh zat een kleine post voor verwerking van het afval - maar dit potje bleek heftig ondermaats. Voor het meeste afval in de wereld is zelfs helemaal nog geen permanente oplossing; het afval blijft duizenden jaren gevaarlijk, en moet dus in speciale faciliteiten veilig worden ondergebracht. Ook zijn de kosten voor kernrampen totnogtoe sterk ondergewaardeerd. De ramp in Fukushima lijkt volgens de laatste schattingen ca. ¤200 miljard aan schade hebben toegebracht. Zelfs als we deze kosten over alle kernreactoren in de wereld zouden verspreiden, zou dat nog steeds een éxtra kostenpost van ¤2 miljard per centrale betekenen. Niet mals. En dat was maar één (toegegeven, zeer groot) ongeluk. Meer over dit doorlopende probleem in The Externalities of Nuclear Power - First, Assume We Have a Can Opener.

Meer kerncentrales betekent ook dat er simpelweg meer kernrampen gaan komen. Ondanks dat het statistisch beter is dan veel andere opwekkingsmethoden, zorgt dit voor veel politieke en maatschappelijke oppositie. Dit maakt het duur en moeilijk om nieuwe kernreactoren te plaatsen. Kort gezegd; hoewel kernenergie in veel opzichten aantrekkelijk is van een afstand, is het een politiek en economisch moeilijke keuze.

Windenergie
Windturbines zetten kinetische energie in de wind direct om in elektriciteit. Gezien het doorgaans harder en vaker waait op zee, en omdat het harder en consistenter waait in hogere luchtlagen, is de trend om windturbines zoveel mogelijk op zee en zo groot mogelijk te maken. Nederland heeft een ongekend goede plek hiervoor; ons hoekje van de Noordzee ziet sterke, consistente wind en heeft een gemiddelde diepte van minder dan 50 meter, waardoor het bevestigen van windturbines zeer gemakkelijk is.

Windenergie is een zeer sterke groeimarkt, waar zowel door concurrentie als schaalvergroting ieder jaar de kosten sterk dalen. Reeds een kleine 20 jaar is windenergie in Nederland economisch haalbaar, en kort geleden is het goedkoopste (en één van de grootste) offshore windparken ter wereld - voor onze kust - aangekondigd. Met totale elektriciteitskosten van ¤0,057/kWh is dit zelfs goedkoper dan kolenstroom. Kan niet mooier, toch?

Helaas, je voelt ‘m al aankomen: het waait niet altijd wanneer je elektriciteit nodig hebt. Ondanks dat windenergie niet zo seizoensafhankelijk is als zonne-energie, is het wél sterk afhankelijk van klimaatpatronen. Dit zorgt ervoor dat je niet goed kunt vertrouwen op windcapaciteit, en dus backups nodig hebt. Momenteel wordt dit gedaan met gasgestookte elektriciteitscentrales, maar in de toekomst is zowel batterij- als waterstofopslag in verschillende landen in onderzoek. Recent is bijvoorbeeld in het VK een 150MWh batterij geïnstalleerd voor dit doel.

http://2.bp.blogspot.com/-KuEkBr85oAo/VCMhpadkz7I/AAAAAAAASJo/QUFgZgMq2Wo/s1600/lazard-lcoe-solar-wind.png

Echter, gezien windenergie reeds erg goedkoop is, de kosten nog steeds blijven dalen en het energie-opslagprobleem relatief beperkt is, is de verwachting dat dit een zeer groot deel van de toekomstige opwekcapaciteit zal uitmaken.

Zonne-energie
Als laatste bespreken we kort zonne-energie. Dit is op te splitsen in zonne-warmtecentrales en fotovoltaïsche panelen. In zonnewarmtecentrales wordt door middel van heliostaten - spiegels die meebewegen met de zon - een vloeistof of zout opgewarmd in een centrale toren. Deze hitte wordt vervolgens gebruikt om water te koken en een stoomturbine aan te drijven die elektriciteit opwekt. De verwarmde vloeistof kan ook tot in de nacht worden opgeslagen om zo nog energie op te wekken als de zon reeds onder is.

Fotovoltaïsche panelen zetten zonlicht direct om in elektriciteit. Dit is wat je kent als zonnepanelen.

Het unieke aan zonnepanelen is dat ze extreem schaalbaar zijn; je kunt een mini-zonnecel in je rekenmachine stoppen of je kunt meerdere vierkante kilometers braakliggend land volzetten met zonnepanelen. En de kosten zijn aan beide kanten van het spectrum vergelijkbaar; kleine installaties zijn nauwelijks duurder per watt dan grote. Hierdoor zijn zonnepanelen ook bij kleinverbruikers erg populair (bijvoorbeeld op daken van huizen).

http://blogs-images.forbes.com/jamesconca/files/2015/02/EROI-Book-Figure.jpg
Het effect van het moeten toevoegen van energie-opslag drukt de EROEI van wind- en zonne-energie aanzienlijk - hoewel dit alleen maar beter wordt in de toekomst, waarschijnlijk al voordat het überhaupt nodig is om op grote schaal opslag toe te passen

Helaas zit er een groot nadeel aan zonnepanelen; ze werken alleen als de zon schijnt, en alleen als de zon hoog staat. Dit betekent dat er een grote opwekkingspiek is midden op de dag en dat er veel wordt opgewekt in hartje zomer, maar ‘s nachts en ‘s winters is de productie nagenoeg nul. Dit beperkt het nut van zonnepanelen tot een relatief klein aandeel van de totale elektriciteitsproductie - naar verwachting minder dan 30% globaal. We zijn daar nog lang niet, overigens.

Transmissie-aanpassingen
Vooral bij wind- en zonne-energie is het probleem van variabele opwekking (‘intermittency’) (in tegenstelling tot constante ‘baseload’) een lastige. Er zijn een aantal manieren om dit deels op te lossen.

Allereerst is er opslag. Batterijen zijn momenteel al financieel haalbaar voor dagopslag en frequentie-stabilisering, maar veel te duur en temperatuurgevoelig om de energie uit de zomer op te slaan tot in de winter. Ondergrondse warmte-opslag biedt hier deels uitkomst, maar is nog zeer experimenteel. Ook andere oplossingen zijn bijna het noemen niet waard - in de komende kabinetsperiode gaat dit geen issue zijn.

Echter, voor bijvoorbeeld industrieën waarbij het niet uitmaakt wanneer ze energie verbruiken (bijvoorbeeld aluminiumproductie, chemische industrie), is dit niet erg. En dit zijn vaak dé grootverbruikers. Deze fabrieken kunnen simpelweg alleen werken als de zon hard schijnt. Dit heet supply-driven consumption. Dit in tegenstelling tot het huidige consumptiemodel: demand-driven supply.

Een andere manier is om transmissielijnen tussen geografisch verschillende gebieden te leggen. Dit is al uitgebreid aan de gang; wij hebben twee gigantische HVDC-interconnects liggen naar Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Wanneer zij overtollige energie hebben verkopen ze het aan ons en omgekeerd. Zo kunnen grote lokale variaties (bijvoorbeeld door het weer) worden opgelost. Meer verbindingen leggen - met name tussen continenten - zou theoretisch zelfs 100% wind of 100% zonne-energie mogelijk maken. Uiteraard is dit geen kortetermijnproject.

Nederlandse energieconsumptie

http://www.clo.nl/sites/default/files/infographics/0201_001s_clo_19_nl.png

Oh, CBS, ik word zo blij van al je data. Dit zijn de energiestromen in Nederland. Het eerste dat je ziet is dat Nederland olieland is - niet alleen omdat we aardig wat olie en gas gebruiken, maar vooral omdat we een monsterlijk grote raffinage-industrie hebben. Het grootste deel van de olie die hiervoor nodig is wordt geïmporteerd - een groot deel van het verkeer rond IJmuiden en Rotterdam - en de resulterende producten (benzine, diesel, kunstmest, plastic-halffabrikaten) wordt weer uitgevoerd. Dit is waarom onze economie grootendeels op olie loopt.

Vervolgens gebruiken we - qua energie - voornamelijk aardolieproducten (diesel en benzine) met 1188PJ per jaar. Daarnaast gebruiken we nog eens 884PJ/jr voor verwarming en CO2-productie in de tuinbouw. Vrijwel alle andere energie is industriëel en huishoudelijk elektriciteitsgebruik, wat voornamelijk met aardgas wordt opgewekt.

Hm, da’s een bedroevend… fossiel beeld. Waar landen als Portugal en - in mindere mate - Duitsland inmiddels een aanzienlijk aandeel duurzame energiebronnen benutten, doen wij het voornamelijk nog met fossiel. Dit is dan ook een speerpunt in meerdere verkiezingsprogramma’s.

Regelgeving en instituten
In Nederland hebben we niet alleen het ministerie die zich bezighoudt met duurzaamheid; er zijn ook een aantal semi-overheids- en commerciële instituten die subsidies en projecten beheren.

Het belangrijkste instituut is de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland of RVO(.nl). Dit was voorheen bekend als AgentschapNL. Deze dienst is verantwoordelijk voor het beoordelen van subsidiegerechtigde projecten - niet alleen op het gebied van duurzaamheid - en het toekennen van deze subsidies.

Wat subsidieregelingen betreft zijn de grootste regelingen de SDE (belastingaftrek- en subsidieregeling voor energiebesparing bij consumenten, o.a. voor zonnepanelen en isolatie), de EnergieInvesteringsAftrek (EIA) die ongeveer hetzelfde doet voor bedrijven, en verschillende pan-Europese regelingen onder het Horizon 2020-programma. Ik ga in deze blogpost niet verder in op de details hiervan, gezien eventuele verkiezingspunten vaak over details gaan die beter daar kunnen worden besproken.

Conclusie

Vandaag een - voor m’n gevoel wederom veel te beperkte - kijk naar de huidige stand van politieke en macro-maatschappelijke manieren om om te gaan met klimaatverandering. Ik ben me ervan bewust dat ik vrijwel niets over andere duurzaamheidsthema’s heb gezegd; dit komt later in mijn analyses van verkiezingsprogramma’s waar het van toepassing is wel. In de volgende blogpost gaan we het eens over iets totaal anders hebben: Defensie en veiligheid.