Verkiezingen 2017: Infrastructuur

Door mux op zondag 4 december 2016 12:01 - Reacties (10)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 1.107

Infrastructuur is ontzettend zichtbaar; wegen, hoogspanningsmasten, dijken, kanalen, internettoegang. Maar hoe wordt dit allemaal aangestuurd en bekostigd? Hoe werkt de infrastructuur in Nederland?

Wat is infrastructuur?

Infrastructuur is een overkoepelende term voor netwerken van algemeen nut. Infrastructuur kan slaan op wegen, elektriciteit, internet, riolering, etc. En in tegenstelling tot veel politieke zaken, is er meestal een heel erg duidelijke manier waarop infrastructuur 'het beste' kan worden gedaan. Dit is wat SimCity zo leuk maakt; je kunt continu optimaliseren en meetbaar resultaat krijgen. Het is echter behulpzaam om infrastructuur wat verder onder te verdelen.

Ruimtelijke ordening
Op het hoogste niveau van organisatie vind je meestal ruimtelijke ordening. Dit is een term voor hoe de overheid het land verdeelt; waar komen de dijken, waar komen de wegen, waar komen de wijken. Uiteraard stopt het daar niet; ruimtelijke ordening gaat helemaal door tot de kleinste details. Zo kun je bijvoorbeeld in kadastertekeningen ordeningen tot in het kleinste detail uitgewerkt zien. Langs een weg wordt bijvoorbeeld een bufferstrook van de gemeente ingetekend, vervolgens een strook die door een energiebedrijf of ProRail wordt beheerd, vervolgens een deel openbaar groen, dan een sloot en uiteindelijk een huizenperceel. Iedere ruimtelijke onderverdeling heeft een bestemmingsplan; een doel waar alles wat je met dat land doet aan moet voldoen. Iedere bestemming is onderhevig aan regelgeving vanuit de verschillende overheidslagen.

https://static1.squarespace.com/static/547b2df3e4b0dcc910e8552e/559e8c0fe4b0df8f48d26a78/559e8c22e4b0cc535740c75f/1436453927257/kadastrale+kaart+Kuifeend-2.jpg

Ruimtelijke ordening wordt niet willekeurig uitgevoerd. Er zitten doorgaans diepgaande historische en wetenschappelijke richtlijnen achter de vorm waarin steden en percelen zich ontwikkelen. Zo zijn wegen en paden gestandaardiseerd op bepaalde minimummaten, gebaseerd op hoe een veilige weg eruit moet zien. Gas- en waterleidingen moeten zich in een specifiek soort grond en zand bevinden zodat ze niet (door natuurlijke grondverschuivingen en grondwater) kapotgebogen worden. Elektriciteitsleidingen van verschillende soorten moeten zó worden aangelegd dat ze niet overbelasten, zelfs met toekomstige veranderingen in consumptiepatronen. Maar wie is er dan verantwoordelijkheid voor de invulling?

Verschillende overheidsinstituten
Jawel, verschillende overheden zijn verantwoordelijk voor verschillende delen van onze infrastructuur. Het is echter belangrijk om te weten dat er een groot verschil zit tussen de verantwoordelijkheden voor geld/bestuur en uitvoering. Sommige projecten hebben tientallen verantwoordelijke partijen, maar alle werkzaamheden worden uitgevoerd door één partij.

Kort gezegd hebben we de volgende overheidslagen:
  • Het Koninkrijk. Het koninkrijk is verantwoordelijk voor het uitschrijven van de 'grote lijnen'; wat gaan we de komende 10-20 jaar allemaal doen. Dit slaat op zowel Nederland als de BES-eilanden. Aruba, Curaçao en Sint Maarten - onderdelen van het koninkrijk - hebben een autonome status. In feite worden deze grote lijnen rond Prinsjesdag besloten door ons parlement en voorgedragen aan de Koning, die dit min of meer klakkeloos overneemt.
  • De Staten-Generaal (Eerste en Tweede kamer). Dit is eigenlijk het eerste echte organisatieniveau. Dit is waar het geld wordt verdeeld. Dit wordt in overweldigende mate in feite gedaan door de ambtenarij, die ieder jaar - op basis van wetenschappelijk en statistisch onderzoek door veschillende instituten zoals het CPB en CBS - afwegen welke projecten worden opgenomen en welke worden geschrapt uit het budget. De Staat heeft heel veel macht over onze infrastructuur; afgezien van het geld dat naar gemeenten en waterschappen gaat, bepaalt de staat in feite precies wat er allemaal gebouwd wordt in Nederland.
  • De provincies. Een relatief zwak en klein organisatieniveau in Nederland. De provincie besluit traditioneel over het verdelen van gelden voor wegen tussen gemeenten. Echter, gezien ieder stuk land in Nederland zowel tot een gemeente als tot de provincie behoort - en omdat de provincie doorgaans geen eigen werklui en materieel heeft, is dit meer een manier om tot samenwerking tussen gemeenten te komen.
  • Waterschappen. Traditioneel een machtig en groot organisatieniveau, want Nederland ligt letterlijk onder water. Waterschappen zijn een organisatieniveau dat doorgaans gemeente- en soms zelfs provincieoverschrijdend is, en een soort veto heeft in zowat ieder infrastructuurproject. Het waterschap zorgt ervoor dat op ieder moment onze waterhuishouding goed geregeld is - dijken, rivieren, kanalen, boezems, grondwater, vervuiling, duinen.
  • Staatsbosbeheer. Dit onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken (yep, nog zoeen) beheert de natuur in Nederland. Dit zijn speciale, doorgaans door het rijk bepaalde provincie- en gemeenteoverschrijdende uitzonderingsgebieden.
  • Gemeentes. De gemeente krijgt van het Rijk geld om kleine reparaties en werkzaamheden uit te voeren binnen de gemeentegrenzen, en kan voorstellen maken voor grotere projecten die het rijk of de provincie bekostigen. Doorgaans betekent dit dat alles groter dan wegreparaties niet alleen door de gemeente wordt gedaan. Riolering is een van de weinige volledige verantwoordelijkheden van de gemeente.
Daarnaast hebben we nog speciale instituten voor andere infrastructuur:
  • TenneT beheert het transmissienetwerk in Nederland, dat wil zeggen de transport van grote hoeveelheden elektrische energie over hoogspanningsmasten. Distributie - het verdelen van elektriciteit binnen stadsgrenzen - is geliberaliseerd en wordt beheerd door verschillende netbeheerders (Enexis, Stedin, etc.). Energie wordt verhandeld tussen producenten en netbeheerders via APX. Internationale handel gaat via verscheidene power exchanges (bijv. NorNed, BritNed).
  • Onze internetinfrastructuur is vrijwel helemaal geliberaliseerd en wordt beheerd door veel verschillende bedrijven. Procentueel valt het meeste onder KPN (glasvezel en telefoonlijnen) en Ziggo (kabel). Ook de grote internetswitches zijn bedrijven, bijv. AMS-IX (een non-profit).
  • ProRail beheert de spoorinfrastructuur.
  • Voor sommige heel erg grootschalige projecten worden speciale eenheden opgezet, bijvoorbeeld De Nieuwe Afsluitdijk
  • Het Rotterdams Havenbedrijf (deels eigendom van de Gemeente Rotterdam) beheert de grootste haven van het land.


Uitvoer van infrastructuurwerkzaamheden
Nederland is - wederom - relatief uniek in de wereld vanwege de manier waarop het (grote) infrastructuurprojecten aanpakt. Ondanks dat we, net als ieder ander land, vele bestuursniveaus hebben, wordt de uitvoer van projecten vaak gedaan door één partij: Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is de aannemer van Nederland. Het plant en coördineert ieder aspect van grote projecten. Rijkswaterstaat heeft een klein leger ingenieurs en managers in eigen dienst, maar voor het echte werk wordt vaak één externe partij ingehuurd; Heijmans, Mammoet, Sweco, BAM Nedam, etc. Deze partijen zijn vaak oude bedrijven die in feite samen gegroeid zijn met ons land en ontzettend goed ingericht zijn voor Nederlandse infrastructuurprojecten. Met andere woorden: ze hebben alles wat nodig is onder één dak.

En wat is het resultaat daarvan? Nou, tja, kijk maar:



Het kan je niet ontgaan zijn dat ik best enthousiast ben over Rijkswaterstaat en Nederlandse infrastructuurprojecten. En nee, ik ben de rest van de infrastructuur ook niet vergeten. ProRail doet ook mooi spul:



En wat dacht je van Tennet/Joulz?



OK, mooie filmpjes, maar ik zie nog niet echt wat er zo speciaal is aan Nederland? Dit is toch hoe ze overal bruggen vervangen en transformatoren verslepen? Je zult je verbazen - maar nee! Ik bedoel, afgezien van dat het in andere landen andere bedrijven zijn, is de gehele werkwijze vaak totaal verschillend.

Allereerst: het feit dat we een klein land zijn, betekent dat het hier mogelijk is om alles groter dan een straatje leggen vanuit de centrale overheid te regelen. Met andere woorden; ondanks dat er veel organisatieniveaus zijn die meedenken en hun eigen eisen stellen, is er alsnog één centrale organisatie die alles weet en kan regelen. Dit is in veel gevallen Rijkswaterstaat. En dit zorgt ervoor dat snelwegen in de Randstad van dezelfde kwaliteit zijn als in Groningen.

Maar misschien nog veel belangrijker voor ons oh-zo-drukke, oh-zo-volgebouwde land, is dat infrastructuurprojecten allemaal op projectbasis door één goed samenwerkend team wordt gedaan. Dit klinkt super-obvious, maar in het buitenland - en daarmee bedoel ik zowat de hele wereld - werkt dat niet zo. Het is veel 'normaler' om als gemeente of provincie een bedrijf in te huren dat jouw wegen onderhoudt. Dat bedrijf neemt vervolgens meerdere projecten tegelijk aan, en de ene week laat hij z'n werklui aan het ene project werken, en de volgende week aan het andere, om daarna weer terug te komen naar het eerste project. Dit is waarom bijvoorbeeld wegwerkzaamheden in Duitsland weken of maanden lang duren - met vaak geen enkel persoon te zien die echt aan het werk is als je erlangs rijdt. In Nederland wordt de klok rond gewerkt aan één project tegelijk, zodat de impact op de doorstroming minimaal is.

En wederom; ik focus nogal op Rijkswaterstaat en wegprojecten, maar hetzelfde geldt voor alle andere infrastructuur. Centraal gestuurde projecten, uitgevoerd door gigantische, zeer goed uitgeruste bedrijven. Dat is hoe Nederland bouwt.

Wat kost het en wat levert het ons op?

Al deze sexy filmpjes kosten ons bakken met geld, nietwaar? Nou... je zult verbaasd staan. We geven totaal ongeveer 4 miljard euro uit aan infrastructuur, dat is 0,47% van ons BNP; aanzienlijk minder dan het wereldgemiddelde en de meeste OECD-landen.

http://s30.postimg.org/5fkf3lxn5/infrastructure_spending.png

Deels komt dit doordat we simpelweg minder te onderhouden hebben; ruwweg 7,5km weg per 1000 mensen versus bijvoorbeeld 22km voor de Verenigde Staten (en hetzelfde geldt voor andere infra). Maar dat is niet het hele verhaal, want we hebben ook aanzienlijk hogere belasting van onze wegen. En onze fietsinfrastructuur - een voorbeeld voor de rest van de wereld en bijna 25% van onze weginfra - wordt hier niet bij gerekend. Ook op het gebied van elektrische infrastructuur zitten we doorgaans in de top-3 in Europa, en daarmee ook de wereld. Zie bijvoorbeeld de hoeveelheid stroomuitval in minuten per jaar:

https://www.cleanenergywire.org/sites/default/files/styles/large/public/images/factsheet/average-annual-interruption-power-saidi-eu-ceer-5.2-2015.png?itok=OvTy5-SS

Dit komt deels door aggressieve vernieuwing van onze transmissie- en distributie-infrastructuur, die momenteel flink (en heel zichtbaar) wordt aangepakt met de nieuwe Noord- en Zuidring (zie bijvoorbeeld dit filmpje van TenneT) in verwachting van de hogere elektriciteitsconsupmtie van elektrische auto's en hogere transmissie via de internationale HVDC-kabels.

Nederland ligt zoals gezegd onder water, en klimaatverandering zorgt ervoor dat we gevoelig zijn voor dijk- en duindoorbraken. Geen punt, dit is al gefikst:



(Oh, en als je overmatige zoetsappigheid kunt tolereren: hier een extreem patriotische video over de nieuwe afsluitdijk).

Er zijn eigenlijk heel weinig aandachtspunten voor onze infrastructuur. Tweede bron. Op ieder infrastructureel punt... zijn we top-3 of op z'n slechtst top-5 (internetsnelheden). OK, we staan 7e op de ranglijst van spoorkwaliteit. Blame ProRail.

Je gaat toch niet zeggen dat het hier perfect is?
Oh, nee, als er iets is waar we goed in zijn, dan is het zeiken. Lang niet altijd zonder reden. En er zijn echt dingen die beter kunnen én die van toepassing zijn op de komende verkiezingen. We hebben al bijna 10 jaar geen nieuwe grootschalige uitrol van glasvezelinternet gehad. Het Reggefiber- en KPN-netwerk bestrijkt nog steeds maar ongeveer de helft van het land, en daarin zijn we absoluut geen koploper meer. Er is nog heel veel slecht aangesloten fietsinfrastructuur; je weet wel, een fietssnelweg die uitmondt in een keienweggetje. De uitrol van mobiele internetdiensten is traag en ver achter de wereldkoplopers. En ondanks dat de regering hard bezig is geweest met het aanmoedigen van hybrides en elektrische auto's, zijn we nog steeds een fikse vervuiler en uitstoter van broeikasgassen - terwijl we juist zo gevoelig zijn voor klimaatverandering!

Conclusie

Dit was een korte, wat leukere blog over iets waar we als land echt in uitblinken. Hopelijk houden we dit vol in de komende kabinetsperiode. Nu dat je weet waaróm alles hier werkt zoals het werkt, ben je hopelijk beter in staat verkiezingsprogramma's te beoordelen op hun merites ten aanzien van infrastructuur. Let wel, ik heb het wederom maar over een kleine minderheid van de aspecten van onze infrastructuur gehad - deze blogs zijn geen compleet compendium. Ik leg alleen de basics uit zodat we goed beslagen ten ijs komen wanneer we naar de verkiezingsprogramma's gaan kijken.

De volgende keer gaan we het over energie en duurzaamheid hebben.

Verkiezingen 2017: De zorg

Door mux op zondag 27 november 2016 10:30 - Reacties (23)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 2.121

Zowat mijn hele familie werkt in de zorg, inclusief mijn vriendin. Het zal dus niet als een verrassing komen dat ik een hoop kan vertellen over dit onderwerp. Maar niet alleen mijn persoonlijke motivatie helpt hieraan mee; Nederland heeft een uniek zorgsysteem. Als je eenmaal begrijpt hoe het werkt.

Als follow-up voor deze blogpost maak ik een video met daarin interviews van verschillende professionals in ons zorgsysteem. Heb je een vraag over ons zorgsysteem, stel die dan in de comments!

Wat is gezondheidszorg?

http://media.melty.com/article-10373-ajust_930-f1457806718/warren-performs-an-emergency-surgery.jpg
Dit is niet gezondheidszorg

Allereerst; het heeft zin om eens helemaal terug te gaan naar het begin en na te denken over de vraag: wat is gezondheidszorg eigenlijk? Wat verstaan we precies onder de zorgsector?

De definitie van zorg is door de geschiedenis heen sterk veranderd. Ziekte is een afwijkende conditie is van de normale situatie, welke storend is voor de drager. Zorg is vervolgens het zorgen voor zieken zodat ze (sneller) beter worden. Maar je ziet het probleem al; wat is normaal, wat noemen we een ziekte en - dit is historisch belangrijk - wat zien we als noch normaal, noch ziekte? Om maar even een scherp punt te maken - homoseksualiteit wordt in een groot deel van de wereld als ziekte gezien. Moet dit gedekt worden door onze basisverzekering?

Naast zogenaamde curatieve zorg, oftewel mensen beter maken, is er ook preventieve zorg - het voorkómen van ziekte - en (palliatieve) zorg, het zorgen voor mensen met een ongeneeslijke aandoening of aan het einde van hun leven. Veruit de meeste kosten in de zorg hangen samen met dat laatste. Dus… betaal je als samenleving niet alleen voor gebroken benen, maar ook voor verzorgingstehuizen?

De vier zorgsystemen
Het antwoord op al de voorgaande vragen is een volmondig ‘Ja!’ in de drie grote onderverdelingen van zorgsystemen: Bismarck, Beveridge en NHI. Echter, hoe je vervolgens deze zorg verstrekt en betaalt varieert.

http://image.slidesharecdn.com/chicaago2015-150521234539-lva1-app6891/95/great-presentation-by-adrian-wagg-at-innovating-for-continence-conference-7-638.jpg?cb=1432251998

In het Beveridge-systeem is alle gezondheidszorg publiek. Dat wil zeggen dat alle doktoren, verplegers, assistenten en management onderdeel zijn van de staatsoverheid. Doktoren zijn dan dus ook ambtenaren met een ambtenarensalaris. Dit drukt de kosten flink; niet alleen kunnen salarissen - vaak het grootste deel van zorgkosten - geminimaliseerd worden, de overheid kan ook hele goede deals krijgen voor medicijnen en apparatuur, gezien ze groot kunnen inkopen. Het Beveridge-model heeft ook geen winstmotivatie; er zijn in feite geen zorgverzekeraars of ziekenhuizen of maatschappen die winst moeten draaien. Daardoor is er heel veel potentie voor kostenreductie en focus op zorgkwaliteit, gezien dat de punten zijn die de kiezers het belangrijkste vinden. Een kenmerk van Beveridge-systemen is dat dit dus ook erg goedkope en effectieve systemen zijn, omdat de overheid de best mogelijke tools heeft om te bepalen welke zorg de beste prijs-kwaliteitverhouding geeft.

Er zijn ook nadelen aan het Beveridge-model. De eerste is dat het door de overheid wordt bedreven, en dus gevoelig is voor verspilling en trage reactie op markten. Dit is een relatief zwak argument; de meeste landen met Beveridge-zorgsystemen hebben alsnog lagere zorgkosten en betere kwaliteit en toegankelijkheid dan veel alternatieven. Daarnaast is er ook weinig keuze; je hebt doorgaans één huisarts waar je naar toe moet en ook in specialisten en verzorging is weinig keuze. Een belangrijker punt is dat het een heel erg duur systeem is voor de overheid, gezien alle kosten en dus ook alle risico’s door de overheid worden gedragen. Met name nu, met hogere zorgkosten door vergrijzing (veruit de meeste zorgkosten komen pas in de laatste jaren van je leven) en minder inkomsten (veel lager percentage werkbevolking) betekent Beveridge dat de zorg verschraalt, wachtlijsten flink oplopen en minder zorg vanuit de overheid wordt betaald. Een ander nadeel van Beveridge is dat zorgverleners meestal veel minder betaald krijgen, en dus minder bereid zijn in het vak te treden of na hun opleiding naar het buitenland vertrekken. Omdat de overheid niet echt meer geld kan bieden aan specialisten om nieuw talent aan te trekken, zorgt dit voor langdurige gaten in de zorgverlening.

Een alternatief voor Beveridge is het Bismarck-systeem. In Bismarck zijn alle zorgpartijen geprivatiseerd - het zijn bedrijven - maar staan ze onder zeer strikte overheidscontrole. In feite is het semi-overheid. In plaats van direct een ambtenarensalaris te krijgen, worden zorgverleners vergoed op basis van de zorg die ze verlenen. Deze vergoeding wordt vastgesteld en betaald door zorgverzekeraars die - wederom - bedrijven met winstmotief zijn, maar wel onder sterke overheidscontrole werken. Bovendien moet de belangrijkste zorg zonder winstmotief worden verleend, zowel vanuit de verzekeraar als vanuit de zorgverleners.

Bismarck is dus een verzekeringssysteem, en dat betekent dat iedereen een steentje moet bijdragen in de vorm van een verzekeringspremie aan één van de verzekeraars. Deze verzekeringen heten ook wel ziekenfondsen. Dit heeft het voordeel dat er marktwerking en concurrentie kan worden aangejaagd in de zorg. Echter, het nadeel is dat zorg… niet echt heel erg goed is in vraag en aanbod. Als je je been breekt, kun je niet even rustig shoppen en onderhandelen over de prijs - er moet NU geopereerd worden in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. De meeste Bismarck-systemen hebben dan ook een acceptatie- en zorgplicht ingebouwd, en rekenen op marktwerking op een hoger niveau (bijv. concurrentie op medicijnen en apparatuur). Bismarck heeft doorgaans veel minder last van de problemen van Beveridge - wachtlijsten en verschraalde zorg - maar verwacht wel dat zorgconsumenten deels meebetalen aan hun zorg. Daarnaast bepaalt de overheid nog steeds in grote mate hoeveel geld verzekeraars en leveranciers krijgen voor specifieke diensten; dat zorgt ervoor dat nieuwe (dure) technieken niet snel worden betaald en ziekenhuizen dus vaak ietwat ouderwetser ingericht zijn dan bij NHI.

Vervolgens hebben we het National Health Insurance-systeem. NHI is een soort hybride systeem, waar de zorgverleners privaat zijn, maar de zorgverzekering een verplichte afdracht is naar de staat toe (een soort belasting), en de staat betaalt alle zorgverleners. In plaats van vele verschillende zorgverzekeraars is er dus maar ééntje (lijkt een beetje op Beveridge), maar de zorgverleners zijn commerciële instituten (lijkt een beetje op Bismarck). Eigen risico en andere directe betalingen vanuit de zorgconsument zijn er niet. Dit betekent dat de staat voornamelijk kosten beheerst door mensen te laten wachten op zorg (wachtlijsten) en door mensen naar de goedkoopste zorgverlener te laten gaan (geen vrije keuze).

Als laatste is er het eh… geen systeem. In het Engels wordt dit ook wel out of pocket care of fully private care genoemd. Veruit de meeste landen in de wereld hebben dit ‘systeem’, waarbij er geen overheidsgestuurde organisatie van zorg is en mensen behandelingen doorgaans contant aan de zorgverlener moeten betalen. Soms bestaan zorgverzekeringen wel, maar deze zijn zo ontzettend duur (doordat het risico over relatief weinig mensen wordt gespreid en de verzekeraars geen goede onderhandelingspositie hebben voor inkoop) dat alleen de rijkste mensen dit kunnen betalen.

Niemand heeft een puur systeem
http://www.ohio.com/polopoly_fs/1.469286.1393386160!/image/image.jpg_gen/derivatives/landscape_500/cuba0226web.jpg
Dit is het soort sappige vergelijkingen waarom je mijn blogs leest

Dus, nu vraag je je zeker af: waar kan ik welk systeem vinden, en welk systeem is het beste? Antwoord: Nergens en allemaal. Natuurlijk, wat verwacht je nou van deze blogs?

Er zijn twee landen die extreem dicht bij een puur systeem komen: Cuba heeft een schoolboek Beveridge-systeem en Singapore had tot ongeveer 10 jaar geleden een vrijwel perfect NHI-systeem, hoewel dit recent ook wat complexer is geworden.

Aan de andere kant van het spectrum is zonder twijfel de Verenigde Staten, die letterlijk ieder systeem heeft en op - voor een buitenlander onbegrijpelijke wijze - de slechtste eigenschappen van alle systemen lijkt aan te moedigen. Hun militaire veteranen vallen onder een Beveridge-model, gepensioneerden hebben een NHI-model (Medicare), een flink deel van de middenklasse heeft dure private systemen. Een aanzienlijk deel van de bevolking is onverzekerd en wordt - voor een ontwikkeld land - opvallend veel ziek met zaken die eigenlijk nergens in de Westerse wereld zoveel voorkomen. De VS geeft ook met afstand het meeste uit aan zorg en krijgt er gemiddeld ver ondermaatse zorg voor terug.

En in Nederland? Pfoe, laten we eens de geschiedenis in duiken. Want dit is, net als het Amerikaanse systeem, niet makkelijk te begrijpen als buitenstaander.

Het Nederlandse zorgsysteem

http://www.allezorgvergoedingen.nl/images/zorgstelselklein.png

Het Nederlandse zorgsysteem zoals we dat grootendeels kennen is voor het eerst opgezet door de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vóór dit punt waren er ook al ziektekostenverzekeringen - de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG) had al een soort basisverzekering ontworpen aan het begin van de 20e eeuw - maar een verplichte algemene zorgverzekering werd door onze Duitse bezetters ingevoerd. Dit was een heel erg puur Bismarck-systeem; als je werkte en minder verdiende dan een bepaalde loongrens, betaalde je aan speciale contributie-inners (boden) je contributie en in ruil daarvoor had je min of meer universele toegang tot de zorg. Deze zorg - en de ziekenfondsen waaruit het werd betaald - waren grootendeels een manier om de arme bevolking zorg te verlenen. Als je meer verdiende dan de grens, dan kon je jezelf particulier verzekeren. Verzekeringen waren soort-van verplicht, maar er stonden geen boetes op om onverzekerd te zijn.

In de jaren ‘70 veranderde de maatschappelijke kijk op zorg, met name vanwege voorbeelden uit Beveridge-systemen. Zowel vanuit moreel als vanuit financieel oogpunt was het beter om alle staatsburgers toegang te geven tot hetzelfde zorgsysteem. Immers; mensen in het ziekenfonds kregen vaak ondermaatse zorg vergeleken met particulier verzekerden. Daarnaast waren er veel on- en onderverzekerden. Het duurde echter tot 2006 (!!) voordat Nederland een universele basiszorgverzekering kreeg, onder Minister Hoogervorst.

En dat is wat we nu hebben. Soort van. Waar we vroeger een relatief puur Bismarck-systeem hadden, lijkt het nu meer op een kruising tussen Bismarck en NHI; we hebben een verplichte zorgverzekering voor iedere rijksingezetene (vergelijkbaar met NHI), maar de zorg wordt verleend door semi-overheid en bedrijven. En zowel de overheid (NHI) als zorgverzekeringen (Bismarck) betalen mee aan de zorg. Hoe meer je leert over ons systeem, des te meer je doorkrijgt dat we eigenlijk een uniek systeem hebben zonder enig vergelijkbaar systeem in de wereld. Dus, wat is er zo… anders aan zorg in Nederland?

Hoe werkt zorg hier nou precies?
Als je in Nederland zorg nodig hebt, ga je naar de huisarts. Logisch, toch? Nee, totaal niet logisch - geen enkel ander land werkt op deze manier. De huisarts in Nederland is de ‘poortwachter’ van de zorg; hij verwijst je door naar een ziekenhuis, specialist, apotheek, enzovoorts. En, zoals je ongetwijfeld al eens hebt gemerkt: soms doet hij letterlijk niks. Je hangt snotterig aan de telefoon met de huisartsassistent en hij zegt dat je over een paar dagen mag terugbellen als het nog steeds zo erg is. Ook dit is relatief uniek; in vrijwel de hele wereld worden er, vanwege winstmotief, een hoop onnodige antibiotica en andere middelen voorgeschreven. Huisartsen in Nederland hebben geen winstmotief en hun inkomsten zijn volledig onafhankelijk van jouw behandeling of medicijnen. Doordat huisartsen doorgaans nauwkeurig weten wat jouw gezondheidshistorie is (doordat Huisarts-Informatie-Systemen - ook wel HIS genoemd - al jouw huisartsenbezoeken bevatten) en je vaak ook persoonlijk kennen, kunnen ze relatief goed en snel beoordelen wat voor zorg je werkelijk nodig hebt. Een huisartsenbezoek kost de patiënt nooit geld.

Vervolgens word je doorverwezen naar een specialist of moet je medicijnen op doktersrecept halen bij een apotheek. Afgezien van een beperkte hoeveelheid zelfzorg-geneesmiddelen die je in supermarkten en drogisterijen kunt krijgen, lopen medicijnen en behandelingen via het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). In dit systeem staat voor iedere soort medicijn en behandeling wat het mag kosten, op basis van gemiddelde marktprijzen. Je verzekering keert maximaal die gemiddelde prijs uit, maar je hebt zelf vrije keuze in wat je neemt. Als je een medicijn wilt kopen dat duurder is dan deze prijs, dan moet je het verschil met de maximumvergoeding uit eigen portemonnee betalen. In de praktijk willen mensen dit niet, dus fabrikanten en zorgverleners proberen netjes onder dat gemiddelde te zitten; een voorbeeld van marktwerking in de zorg.

Echter, niet alles wordt vergoed. Ieder jaar heb je een Wettelijk Eigen Risico; in 2017 is dit ¤385. Dit betekent dat je alle zorg tot ¤385 zelf moet betalen; pas boven dat bedrag keert je verzekering uit. Dit is een totaalbedrag over het hele jaar, niet per behandeling. Dit geldt niet voor huisartsbezoek, kraam- en verloskundige zorg, alle zorg aan kinderen onder de 18 jaar en een aantal andere uitzonderingen. Als je een laag inkomen hebt, kun je recht hebben op teruggave van het eigen risico via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Ook als je chronisch ziek bent of anderszins hoge, doorlopende zorgkosten hebt, kan er een kwijtscheldings- of compensatieregeling van toepassing zijn. Het eigen risico is bedoeld om mensen twee keer te laten nadenken over onnodige zorgvraag, maar niet om de armste mensen zorg te ontzeggen (hierover in een latere blogpost veel meer). Ondanks het bestaan van het eigen risico, hebben we in Nederland veruit de laagste out of pocket-zorgkosten - met andere woorden: de verzekering betaalt alsnog zo goed als alles.

Goed, je ontvangt nu je zorg. Hoe betaal je? Dit hangt af van het soort zorgverzekering dat je hebt. Als je een restitutiepolis hebt, heb je volledig vrije keuze in waar je je zorg vandaan krijgt, en moet je die ook zelf betalen. Vervolgens stuur je de rekening op naar je verzekeraar, die je weer terugbetaalt. Voor doorlopende of erg dure zorg gaat dit declaratieproces meestal digitaal en hoef je het zelf niet voor te schieten.

http://www.zorgwijzer.nl/wp-content/uploads/Vergelijking-zorgpremies-grote4-2017-1.jpg

Bij een naturapolis hoef je zelf niets voor te schieten en betaalt je verzekeraar alles achter de schermen. Echter, de verzekeraar kan dit alleen doen met zorgverleners waarmee het een contract heeft - je bent dus beperkt in de plekken waar je zorg kunt betrekken. Ga je ergens anders heen, dan word je nog steeds behandeld, maar moet je een deel van de rekening (maximaal ca. 1/3e van het totaalbedrag) zelf betalen. Doordat verzekeraars met deze contracten vaak betere prijzen kunnen onderhandelen, zijn naturapolissen iets goedkoper dan restitutiepolissen.

Er zijn ook budgetpolissen. Hierbij heeft de verzekeraar vaak voor ieder soort zorg alleen een contract met de goedkoopste aanbieder. Soms kun je dus niet voor alle soorten zorg bij hetzelfde ziekenhuis terecht.

OK, dat is hoe het voor mij werkt. Hoe werkt het achter de schermen?
Als je je écht diep gaat inlezen over het Nederlandse zorgsysteem - en geloof me, ik heb hier veel te veel tijd in gestoken - kom je steeds meer tot de conclusie dat ons systeem ergens een basis heeft, maar die basis zit diep begraven onder een berg van ‘pleistermaatregelen’. Kleine aanpassingen, regels, toevoegingen. Iedere regel ontworpen om één specifiek probleem op te lossen.

Dit is aan de ene kant op te vatten als bureaucratie, maar stiekem is het best een positieve instelling; in plaats van het hele systeem op de schop te gooien als er iets mis is, nemen zowel de minister als ambtenaren vaak de vrijheid om individuele problemen snel en doelmatig te fiksen. Ja, dit zorgt soms voor extra bureaucratie en regeldruk, maar het systeem wordt (doorgaans) zo ingericht dat we er allemaal uiteindelijk op vooruit gaan, voornamelijk omdat de overgrote meerderheid van regels nooit op jou betrekking hebben. Je kunt nieuwe regels, ‘nieuwe bureaucratie’, dus vaak negeren.

En dit gaat verder; nieuwe en bestaande regels worden bijna altijd opgezet voor specifieke regelniveaus van ons zorgsysteem. Ziekenhuizen hebben met andere delen van de wet te doen dan gewone burgers, maar ook binnen ziekenhuizen zijn de verantwoordelijkheden, rechten en plichten verdeeld over verschillende managementniveaus. Grappig genoeg leidt dit ertoe dat in veel gevallen de professionals - mensen die het echte zorgwerk doen - relatief zelfregulerend zijn. Sterker nog, een deel van zorghervormingen komt in feite op initiatief van artsen en verplegers.

Zijstapje - ik wil je wijzen op een paar geweldige publicaties door Hester van de Bovenkamp over dit concept van Institutional Layering in de zorg. In het algemeen kan ik publicaties van iBMG aanraden (de zorgmanagement-leerstoel op de Erasmus Universiteit). Ze zijn een belangrijke pilaar van de Nederlandse zorg. Het gelinkte paper bevat zulke parels als:

Incremental change can count on growing attention of Public Administration scholars
working in the field of institutional theory. This strand of literature argues that
institutions are not static and do not only change through exogenous shocks as 
punctuated equilibrium theory proposes, but incrementally change and evolve 
due to both exogenous and endogenous sources of change


Veel harder kan ik niet klaarkomen.

Meten, meten, meten, meten, meten
Een ontzettend belangrijke reden dát we deze cultuur van layering en management hebben in de zorg, is omdat dit transparantie idioot veel verbetert. Managementlagen zorgen er namelijk voor dat mensen in feite continu op de vingers worden gekeken. Ieder aspect van de zorg wordt gemeten en doorgegeven naar de laag boven je; deze laag compileert die informatie en geeft het weer naar boven. En zo verder, tot je bij de Minister bent. En iedere laag op zijn beurt wordt boos wanneer z’n ondergeschikten gaten in de data hebben.

En wederom, dit klinkt als een cynische manier van zeggen dat dokters niet toe komen aan zorgen voor hun patiënten omdat ze omkomen in het papierwerk - een klacht die maar al te vaak wordt gehoord.

Het is niet vreemd om te meten en op te schrijven wanneer er iets misgaat, en zaken te proberen te verbeteren. Je wilt immers een gatenkaas vermijden - de situatie waarin een toevallige opeenstapeling van fouten tot een incident kan leiden. Het systeem moet zo ontworpen zijn dat mensen fouten kunnen maken zonder meteen tot slechte zorgresultaten te komen. Echter, alleen het meten van incidenten is niet genoeg.

Je wilt immers niet alleen weten wat er totaal fout is gegaan, maar ook wat er een klein beetje fout is gegaan, of zelfs wat er níet fout is gegaan. Je wilt bijvoorbeeld weten hoeveel lijninfecties er zijn geweest; echter, je wilt ook weten hoeveel infusen er totaal zijn gelegd zodat je weet hoe vaak het misgaat. 10 lijninfecties per 1000 infundaties is een prima score; 10 lijninfecties per 100 is reden voor alarm.

En mijn god, wat een gevécht is het geweest in het begin van deze eeuw om ziekenhuizen en andere zorginstellingen überhaupt netjes te laten bijhouden wat ze doen. Dit is wat men bedoelt met ‘transparantie in de zorg’. Tussen 2006 en nu is hier veel aan gewerkt. Tekenend zijn incidentele grote nieuwsberichten over blunders in de zorg; dit is grootendeels een gevolg van betere transparantie in de zorg. Hoewel deze soms… wat doorschiet.

Ziekenhuizen worden namelijk betaald op basis van hun zorgresultaten. Aan het eind van ieder jaar rekenen zorgverzekeraars uit hoeveel sterftes, infecties, etc. je zou verwachten op basis van het soort patiënten dat het ziekenhuis heeft gehad. Als het ziekenhuis slechter scoort, krijgt-ie minder. Scoort hij beter, geweldig, meer geld! OK, dit is niet echt hoe het werkt (soms krijgen slechter presterende ziekenhuizen juist meer geld om de zorg te verbeteren), maar dit is heel simpel uitgelegd één aspect van de marktwerking in de zorg. Dus, hoe verbeter je als ziekenhuis de kwaliteit van je zorg?

Nou, je kunt je zorgresultaten verbeteren. Of….. je kunt méér opschrijven. Immers; veruit de meeste zorgresultaten zijn neutraal of positief; er gaan niet zoveel mensen dood. Als je meer bijhoudt, worden je statistieken automatisch (ietsjes) beter. Dit heeft geleid tot een ware cijferoorlog, waarbij met name ziekenhuizen en gecombineerde zorgaanbieders (zorgcentra) zoveel mogelijk cijfers proberen te verzamelen en publiceren, om maar zo hoog mogelijk te scoren.

https://www.medischcontact.nl/upload/965d0395-0f02-4bd1-9de3-3f97e74ef25c_image4741465832876134883.jpg

Immers; je kunt de cijfers niet echt veranderen; er zijn vele pleistermaatregelen op z’n plek om ervoor te zorgen dat je niet echt kunt valsspelen. Om beter te scoren zul je, uiteindelijk, beter voor je patiënten moeten zorgen. Met name omdat de criteria voor bepaalde aspecten van de zorg continu worden aangescherpt. Dit zorgt voor een positieve prikkel richting zowel zorgverzekeraars als zorgverleners om te proberen beter zorg te verlenen. En omdat je niet wordt afgerekend op het hebben van ‘ziekere’ klanten, zijn er zelfs speciale zorgverzekeringen voor ouderen en gehandicapten die proberen betere zorg te verlenen door zich te specialiseren op die velden. Dat is exact wat je wil.

Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. De hoop van Minister Hoogervorst was dat we bij het kiezen van onze verzekeraar en zorg naar dit soort kwaliteitsgraadmeters zouden kijken, maar in de praktijk doet niemand dat. Weet jij hoe goed de zorg in jouw ziekenhuis is? Heb je hun accreditaties wel nagekeken? Naar welk ziekenhuis ga je eigenlijk als er iets mis met je is? Mensen kijken vooral naar geld, en niet naar kwaliteit. Een belangrijke les van de eerste paar jaren van ons nieuwe zorgsysteem is dus ook dat de overheid deze taak moet overnemen en zorginstellingen moet pushen de kwaliteit te verbeteren. Zorgconsumenten - de gewone mensen - doen dat niet voldoende. Niet omdat ze slechte zorg prima vinden, maar omdat het ze lang niet zoveel boeit als wat ze betalen.

En dat leidt soms tot incidentenbeleid. Kort gezegd: een medische blunder wordt breed uitgemeten in de media, het parlement eist dat de minister hier iets aan doet en like a wrecking ball raast de minister dan door de layercake heen om iedereen te vertellen hoe het van nu af aan moet gebeuren. Tot grote frustratie van zorgmanagers die juist bezig waren op systematische manier de zorg te verbeteren. Dit wordt ook wel ‘top-down disruption’ genoemd: het in de war gooien van het systeem van bovenaf, vaak vanwege een incident. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is maar al te vaak aan de ontvangende kant van dit soort onregelmatigheden.

Kwaliteit en kosten van de zorg

Op dit punt kom ik erachter dat ik al 6 kantjes verder ben en nog niet 10% van ons zorgsysteem heb uitgelegd. Het is hoog tijd om het eens over de resultaten van al deze layering, marktwerking en kwaliteitsmonitoring te hebben. Spoiler: ‘t is allemaal best oké, en wordt steeds beter.

http://www.mollema-pensioenconsultancy.nl/wp-content/uploads/2011/11/Bevolking-Nederland-1950-2009.jpg

Allereerst is het ontzettend belangrijk om de grootste kostenpost in onze zorg te benadrukken, en het kan echt geen kwaad om dit continu in je achterhoofd te houden: we leven in een periode van extreme vergrijzing, met ieder jaar 4-6% méér zorgvraag. Dus, wat voor impact heeft dit op de kosten?

http://www.rtlz.nl/sites/default/files/content/images/2016/06/18/08_Zorg_def_render.png?itok=8-P7jCzC

Ik heb lang zitten rondzoeken naar een grafiek die het beste laat zien wat er is gebeurd over een lange periode. Wat je hier ziet zijn onze zorgkosten als aandeel van het bruto nationaal product. Je ziet rond 2006 een scherpe stijging van onze zorgkosten van ca. 8 naar 10% van het BNP. Dat was de invoering van de het nieuwe verzekeringsstelsel, en daardoor het afnemen van het aantal onverzekerden van ca. 1 miljoen in 2000 naar 29.000 nu. Helaas was ook duidelijk dat in eerste instantie de nieuwe verzekering níet goed was in het beperken van zorgkosten. De vergrijzing begon ook net, waardoor allerlei dingen zijn uitgeprobeerd om met name ouderenzorg goedkoper te maken (van boter-bij-de-vis-beleid naar PGB en WMO). Dit leidde ertoe dat we rond 2010-11 het op één na duurste zorgstelsel ter wereld hadden. Maar wat gebeurde er toen? Jawel, kostenbeheersing - een metric butt-ton aan maatregelen zijn uitgeprobeerd. Meer transparantie, betere inzage in kostenontwikkeling, besparingsmaatregelen aan alle kanten. En dit heeft resultaat gehad; onze zorgkosten zijn nominaal (in euro’s) nog wel een heel klein beetje aan het stijgen, maar veel minder dan inflatie en economische groei. Naar verwachting streven een flink aantal landen ons de komende paar jaar voorbij qua zorgkosten, en zijn we hopelijk in de jaren ‘20 niet meer in de top-5 duurste zorglanden.

http://docplayer.nl/docs-images/25/4893983/images/19-0.png
Nederland zo ongeveer op z'n duurst, vergeleken met andere landen

Pfoe, hoop geld, krijgen we daar ook een beetje redelijke zorg voor? Heel kort gezegd: dit is ontzettend moeilijk te meten, maar het lijkt er wel op. Landen onderling vergelijken is geen doen, omdat ieder land andere metrieken gebruikt. Daarnaast zijn een hoop metrieken gebaseerd op de lange termijn; levensverwachting, risico en uitkomst van de top-5 ziekten, etc. Dus, heel ruwweg, hoe vaart Nederland er internationaal bij?

In vrijwel alle populatiebrede metrieken zoals levensverwachting, medische fouten, eigenlijk alles wat je kunt bedenken scoren we consistent in de top-10. We scoren doorgaans in de top-3 als het gaat om toegang tot de zorg en effectieve zorg. Maar het is ontzettend moeilijk om veel van deze zaken los te zien van andere hoeken van de samenleving, en veel zaken (zoals de invoering van ons nieuwe zorgstelsel) hebben nog lang niet hun volledige vruchten afgeworpen. Pas sinds heel kort zijn wij - en een aantal andere landen - überhaupt bezig met het meten van zaken zoals ervaren zorgkwaliteit (met de CQ-index). Maar de rapporten die dit meenemen, zijn het er allemaal over eens dat de Nederlandse zorg echt heel goed is.

Conclusie

Deze blogs gaan uiteindelijk over de verkiezingen. Waarom ga ik zo vreselijk in detail over ons zorgsysteem? Nou, laten we wel wezen: 10% van ons BNP gaat naar de zorg, en nog eens bijna 10% gaat in aanverwante zaken zoals onze farmaceutische industrie, medische bedrijven en verzekeringen, alsmede onbetaalde zorg (bijv. mantelzorg). Zorg is niet alleen een fundamenteel recht van iedere Nederlander, het heeft ook een grote impact op iedereen.

Daarom is het belangrijk om in ieder geval een half idee te hebben van hoe het hier werkt, en hoe groot de verschillen zijn met andere systemen. Ik word soms erg treurig van politici (en familieleden...) die van mening zijn dat het hele systeem op de schop moet; dit is wat mij betreft de compleet verkeerde instelling. Niet dat ik het oneens ben met elementen van de kritiek op ons stelsel, maar 'het roer moet om'?

Heb je nog niet genoeg gelezen over de zorg? Wil je weten wat er allemaal aan de gang is? Dan zou ik sterk aanraden Skipr (zorgmanagement) en Medisch Contact (zorguitvoerders) in je favorieten te zetten. Heb je vragen, opmerkingen of epistels over de zorg? Ik heb ontzettend veel kennissen en familieleden in alle hoeken van zorg, van management tot verpleging tot artsen tot specialisten. En ik ga ze interviewen. Schrijf een reactie met jouw vraag!

Brexit, Trump en de Nederlandse verkiezingen

Door mux op donderdag 10 november 2016 09:30 - Reacties (50)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 3.374

Ik zit in het midden van het schrijven van blogs over ons zorgstelsel en infrastructuur, maar met het oog op de recente verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten wil ik een paar woorden besteden aan Trump, Brexit en wat dit soort trends doen voor Nederland

We zijn hier bekend met populisme

Uiteraard willen we als Nederlanders allemaal graag denken dat Nederland een topland is met hoogopgeleide, tolerante mensen en dat we een samenleving hebben die niemand laat vallen. Dit is in heel erg grote mate waar; we scoren eigenlijk op iedere ranglijst heel erg hoog, vaak top-3 of top-5. Maar dit betekent lang niet wat sommige mensen willen dat het betekent; dat het hier een rijke utopie is met alleen maar zorgzame, tolerante mensen. Er zijn heel veel mensen met ongenuanceerde (soms correcte, soms incorrecte) ideeën en weinig verbaal tact in het uitspreken van die ideeën. Dit is waarom Pim Fortuyn en Geert Wilders bestaan, maar ook eerdere politici zoals Hans Janmaat, aardig wat voet aan de grond krijgen. Deze populistische partijen werken door in te spelen op gevoelsargumenten en tribalisme; kijk uit voor de vreemdelingen! Ondanks dat deze vreemdelingen doorgaans statistisch weinig relevant zijn en de problematiek eromheen zelden te maken heeft met hun vreemdelingheid.

Kort gezegd; populisme is mainstream in Nederland. En laten we eerlijk zijn: in een democratie is het belangrijk dat iedereen een gelijke stem heeft. Als de helft van de bevolking overweldigend aansluiting vindt bij een populistische partij, dan zie ik geen enkele reden om dit soort partijen te weren of tegen te werken. Dit is hoe een democratie hoort te werken. Echter, democratieën werken ook op een tweede manier: wanneer we eenmaal een partij in de regering hebben, hebben wij als volk het recht om de prestaties van de partij te beoordelen op hun effectiviteit. Dit doen wij wederom via representativiteit, doordat partijen steun of oppositie geven aan de hand van hun achterban en partijbeloftes. Doordat we in Nederland een zeer representatief parlementair systeem hebben, moet er bovendien voor alles een coalitie of ad-hocverband gezocht worden om wetten en regelgeving door te voeren. Er moet dus altijd gepolderd worden, wat betekent dat in theorie de wil van een meerderheid van de mensen altijd wordt gerespecteerd.

Het VK en de VS zijn niet Nederland
In zekere zin ben ik van mening dat zowel het VK als de VS niet gewend zijn aan populisme, en daardoor het effect hiervan grof hebben onderschat. Dit is uiteraard een wat extreme manier om deze mening op te schrijven. Ik bedoel; de VS is ten opzichte van Nederland van zichzelf al ontzettend populistisch, hoe kun je dan zeggen dat ze er niet aan gewend zijn? Nou, de VS is gewend aan een zekere House of Cards-politiek: Het politieke systeem is gebouwd op archaïsche regels en stemwetgeving die ervoor zorgt dat het zo moeilijk mogelijk is voor outsiders om in het systeem te komen. En iedereen die in het systeem zit, is zo afhankelijk van de gunsten van collega's en zo bang voor politieke vijanden dat ze allemaal het spelletje spelen. Het Verenigd Koninkrijk werkt in zekere zin ook op die manier; hoewel daar een (soort-van) representatief parlement zit, is het politieke systeem (mede door FPTP stemsystemen en gerrymandering) ingericht op een politiek kaartenhuis.

En dezelfde redenen die het mogelijk maken dat je met 22% van de stemmen president kan worden in de VS, maakt dat een onverwacht effectieve populist opeens alles overhoop kan gooien. Idem in het VK. Dit maakt populisme véél destructiever in deze landen.

Nederlandse issues zijn totaal anders dan Brexit of Trump

Maar hier wil ik het niet eens over hebben. Alles hierboven is alleen maar om aan te tonen dat populisme overal is. En dat het populair is. Ik ben kritisch over de merites van populisme. Wat mij betreft is populisme meestal véél te ongenuanceerd, waardoor het belangrijke details kan missen. Je kunt niet zomaar de belastingen versimpelen zonder honderden pleistermaatregelen die zijn ingevoerd over decennia stuk te maken. Je kunt niet zomaar uit de EU stappen en verwachten dat alles doorgaat zoals het ging. Dit zijn dingen die makkelijk gezegd worden, maar alleen als je geen flauw idee hebt van de redenen waarom het zo complex is.

Het punt dat ik in deze blogpost wil maken is dat ik bang ben dat buitenlandse problemen zonder goede redenen op Nederland worden betrokken. Nederlanders zijn - als piepklein kikkerlandje - altijd al sterk oververtegenwoordigd geweest op het internet en in de consumptie van buitenlandse media. We zijn ons goed bewust van wat er bij onze buren aan toe gaat - dichtbij en aan de andere kant van de oceaan. Maar soms betekent dat ook dat we denken dat problemen die elders bestaan, hier net zo erg zijn.

Ohjee, moslimterrorisme is hier... oh wacht, nee, we hebben eigenlijk geen enkel serieus probleem met moslimterroristen - of welke terroristen dan ook - gehad in de laatste paar jaren. Er zijn relatief kleine incidenten geweest, er zijn mooie gevoelsverhalen geweest, maar statistisch doet het allemaal geen zak. Het geld dat we netto kwijt zijn aan huisvesting van vluchtelingen uit Syrië (en laten we eerlijk zijn: de rest van de wereld :P) is peanuts op onze begroting, en zelfs wanneer ze niet repatriëren zijn dit op lange termijn waarschijnlijk netto productieve mensen in onze samenleving. We leven niet in België. Sorry, Belgen.

Ons zorgsysteem is duur maar goed, geen wachtlijsten, onlangs hebben zelfs dak- en thuislozen een zorgverzekering gekregen. We leven niet in de VS.

De economie gaat nog OK, werkloosheid lijkt nog steeds te dalen en koopkracht is weer wat aan het aantrekken. We leven niet in Baltimore.

Toch zie ik dat ontzettend veel mensen zich zorgen lijken te maken voor buitenlandse problemen... in Nederland. Alsof de wereldproblematiek automatisch proportioneel hier ook van toepassing is. Hoezeer ik ook wil denken dat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn: landen, instituten en systemen zijn níet gelijkwaardig. Hier heersen andere issues dan elders.

Conclusie

Ik hoop heel erg dat onze verkiezingen in begin 2017 niet worden gegrepen door misleid populisme. Nogmaals; ik ben niet anti-populistische partijen, ik vind dat representatieve democratieën ook lelijke of ineffectieve ideeën moeten vertegenwoordigen als deze populair zijn. De problemen beginnen als populistische partijen ideeën vooruitschuiven die feitelijk onjuist zijn of geen betrekking hebben op het hier en nu - of in ieder geval op een redelijke tijdsschaal.

Er wordt zowel in het VK als de VS gesproken over 'post-truth politics'. Politiek die helemaal op de onderbuik is gericht, zonder feiten of waarheid. Dit is een probleem dat ook hier heerst. Laten we hiervoor waken.

Verkiezingen 2017: Wat is werk?

Door mux op zondag 16 oktober 2016 22:11 - Reacties (0)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 658

Hé mux, waarom maak je zulke saaie blogs? Ik wil lezen over coole mods, voedingen, uitvindingen! Sorry, maar het is stiekem best belangrijk om te weten hoe het land waarin je leeft werkt. Wat ik schrijf leest misschien wat abstract en ver-van-je-bed, maar alles wat ik hier schrijf bepaalt in grote mate hoe je iedere dag leeft. En de verkiezingen zijn jouw mogelijkheid om een échte stem te hebben in dit proces. Klinkt nog steeds ver van je bed? Laten we het eens over je werk hebben.

Wat is arbeid?

Arbeid is kracht maal afstand.

Haha, heel grappig
OK, ok. Arbeid in economische zin is opvallend moeilijk te definiëren. Laat ik het eens zo stellen: wat doe jij van ruwweg 9:00 ‘s ochtends tot 17:00 ‘s middags? Ja, ok, werken. Maar wat is het resultaat van jouw werk? Met welk nuttig doel ben je bezig? En is dit de beste besteding van je tijd? Wat heeft de samenleving aan jouw productiviteit?

Er is een goede kans dat je niet echt duidelijke antwoorden kunt formuleren. Ja, je werkt om geld te verdienen - maar dat is niet waarom we werken. Als geld het enige doel was van werken in de maatschappij, dan zou iedereen gewoon een zak geld van de centrale bank krijgen. Klaar. Immers, wat is daar op tegen? Geld is niet iets dat actief gewonnen moet worden, je kunt het gewoon drukken en met elkaar afspreken dat het een bepaalde waarde heeft. Dat is hoe fiduciair geld werkt (zie ook mijn blog: wat zijn financiele zaken?).

https://pbs.twimg.com/media/B85467HCQAIo5ny.png

Nee, er is meer aan de hand. Je werkt zelf niet voor geld - je werkgever huurt jou in voor geld. Je verruilt jouw tijd, kennis en kunde voor geld. Dit is fundamenteel hoe arbeidsrelaties sinds de industriële revolutie werken. Vervolgens is vrijwel de hele economie gebaseerd op het uitgeven van dat geld aan zaken die voorheen zelf werden gedaan - je koopt je eten bij een supermarkt in plaats van het zelf te telen, je koopt je kleding bij een kledingwinkel (in plaats van het zelf te naaien), etc. Je bespaart jezelf tijd uit, die je vervolgens verkoopt aan een werkgever. En doordat iedereen taken doet waar hij of zij goed in is, kunnen deze taken efficiënter worden aangepakt. Die werkgever probeert dan jouw resultaten - jouw productie - om te zetten in een product dat door andere mensen gekocht kan worden en hem weer genoeg geld oplevert om jou te betalen. En als je goed bent in wat je doet, word je gepromoveerd, indien je slecht bent word je ontslagen en moet je een baan zoeken die beter bij je past.

Dit alles klinkt ontzettend simpel, maar meer dan eens kom ik mensen tegen die zeggen dat ze werken om geld te verdienen. Ja, dat is misschien jouw motivatie om te werken, maar de functie van arbeid in de samenleving is die van specialisatie. Zonder arbeid geen samenleving, want specialisatie en het efficiënter omgaan met tijd is dan niet mogelijk.

En nog belangrijker: arbeid en geld zijn niet echt gerelateerd. Geld is een beloning voor arbeid, omdat geld een eenvoudig ruilmiddel is. Maar in principe is er niets op tegen om mensen niet te belonen, of te belonen met spullen - zogenaamde vergoeding in natura. Geldbeloningen zijn ook niet proportioneel; iemand die 8 uur per dag 100% zijn best op werk doet kan alles van een minimumloon (hierover later meer) tot miljoenen euro’s verdienen. Het belang van een specifiek soort werk is ook niet gerelateerd aan beloning; werk dat te maken heeft met dingen die als hoogste rechten worden gezien (voedsel, onderdak, sociaal vangnet) zijn geen goedbetaalde functies.



Productiviteit
Dus wat doet arbeid? Met arbeid ben je productief, dat wil zeggen: je creëert economische waarde. Sterker nog, goed werk creëert veel meer economische waarde dan je loon. Productiviteit is niet gemakkelijk te meten; wederom hebben we te maken met een vaag begrip dat in de praktijk met ingewikkelde economische modellen wordt berekend. Kort gezegd; stel, je werkt in een staalfabriek en jij bent de volledige verantwoordelijke voor het aansturen van een hoogoven. Deze hoogoven verwerkt ¤10 000 aan ijzererts en maakt hier ¤100 000 aan staal van. De oven zelf kost ¤10 000 en jouw salaris is ¤50 000. De totale kosten zijn ¤70 000, de baten ¤100 000. Jouw productiviteit is dus positief - ongeveer 143%.

Wanneer de hoogovens dit ziet, denken ze: he, die persoon verdient een hoop geld voor ons, laten we meer mensen aannemen. Immers; nu verdienen we maar ¤30 000, als we 100 mensen aannemen die hetzelfde doen verdienen we 3 miljoen! Je ziet de bui uiteraard al aankomen; door de wet van vraag en aanbod is dit zelden het geval. De prijs van staal zal immers dalen als er veel aanbod is, tot het punt waar de hoogovens precies evenveel geld uitgeven als binnenhalen. Werknemersproductiviteit is dan precies 100%. Een lagere productiviteit en het bedrijf verlies geld en zal failliet gaan.

Maar dit is niet alles. Productiviteit wordt meestal niet alleen in euro’s, maar ook op een abstractere manier gemeten. Immers; honderd jaar geleden was het misschien een hele prestatie om een ton staal per dag te produceren, nu is het een peulenschilletje om met dezelfde hoeveelheid werkers 100 ton staal per dag te produceren. In die zin is de productiviteit verhonderdvoudigd. Productiviteit kun je dus zowel financieel als economisch uitdrukken.



Negatieve economische productiviteit
Veel mensen zullen nadenken over werk en productiviteit in de zin van mensen die iets maken of een nuttige dienst verlenen. Maar veel mensen doen feitelijk niks nuttigs. Dit is geen opmerking over karakter of werklustigheid - ik maak hier geen waarde-oordeel. Maar sommige arbeid heeft zgn. negatieve economische productiviteit. Ze vernietigen actief waarde in de economie.

Eén van de makkelijkste voorbeelden is arbeid in een sociale werkplaats. Mensen die vanwege een chronische of aangeboren ziekte - of door een ongeval of mentale problemen - arbeidsongeschikt zijn geraakt, maar om redenen waar we later in deze blogpost op in gaan alsnog proberen te werken. Deze mensen hebben echter zodanig veel begeleiding nodig (door niet-arbeidsongeschikte mensen) dat ze tijd ‘verspillen’ van geschoolde, productieve mensen. De productiviteit van de werkers weegt niet op tegen de verloren productiviteit van de begeleiding.

Echter, negatieve economische productiviteit is overal te zien. Managementlagen hebben toegevoegde waarde in een bedrijf dat vanwege zijn takenpakket groot moet zijn, maar overbodige managementlagen of simpelweg 'te grote bedrijven voor hun taak' zijn doorgaans negatief productief. Sterk automatiseerbare administratieve taken - bijvoorbeeld data entry - is een vorm van negatieve productiviteit. Maar zeker wanneer externaliteiten worden meegerekend is bijvoorbeeld arbeid in kolenmijnen, olieproductie en de bouw tot op zekere hoogte negatief productief. Hoewel er op dit moment aanzienlijke waarde mee wordt gecreëerd, is er een goede kans dat deze waarde vrijwel helemaal teniet wordt gedaan door toekomstige schade aan de samenleving.

Verspilling
Naast negatieve productiviteit bestaat er ook een andere vorm van productiviteitsderving: verspilling. In de vrije, kapitalistische markt overleeft een bedrijf niet wanneer deze werk, geld of tijd verspilt ten opzichte van zijn concurrenten. Echter, overheden hebben vaak geen concurrentie- of winstmotief, en kunnen zodoende mensen in dienst houden die taken vervullen welke elders allang geautomatiseerd zijn. Maar ook markten kunnen verspillend zijn; wanneer bijvoorbeeld perverse incentives aanwezig zijn. Alcohol- en drugsfabrikanten kunnen aggressief hun waren proberen te slijten aan de algemene bevolking, en hierin effectief zijn (zie bijv. de opiumoorlogen). Echter, de sociale gevolgen van overmatige drugsconsumptie zijn dat er veel meer productiviteit wordt verloren dan de winsten van deze bedrijven goed kunnen praten. De kredietcrisis van 2007 is ook een goed voorbeeld van het falen van markten op dit gebied.

En dan nu een mijns inziens prachtige reden waarom criminaliteit niet loont: vrijwel alle criminaliteit is ongelooflijk verspillend. Een inbreker die jouw televisie steelt krijgt misschien 50 euro op de zwarte markt voor het ding. Echter, die televisie vervangen kost jou ¤1500, plus de kosten die de verzekering en politie maken om de dader op te sporen en te corrigeren, plus het vervangen van sloten op je huis en potentieel tientallen uren verloren productiviteit van de ingebrokene. Het is goedkoper voor de maatschappij om een inbreker vóór de daad ¤1000 te geven als hij belooft niet te zullen inbreken. Ondanks dat de meeste criminaliteit wordt verricht door mensen die (ver) onder het bestaansminimum verdienen, veroorzaken zij schade die een veelvoud is van een goed salaris.

Dit is bijvoorbeeld ook waarom de meeste justitiële instellingen zo’n sterke nadruk leggen op rehabilitatie, en niet op straf. Het is simpelweg beter voor de maatschappij als geheel om een crimineel op het goede pad te leiden dan om ze door de draaideur te gooien.

Werkloosheid
http://www.uwv.nl/particulieren/Images/logo-uwv.png

Een ander belangrijk arbeidsgerelateerd cijfer dat regelmatig langskomt in de media is werkloosheid. En ondanks dat ik totnogtoe erg technisch en economisch naar werk heb gekeken, is het wellicht tijd om ook het menselijke aspect van werk te bekijken: werk is de dominante manier waarop mensen structuur en betekenis geven aan hun leven. Puur economisch gezien is het niet bijzonder belangrijk of mensen werken; immers, we kunnen in al onze voedselbehoeften voorzien met minder dan 1% van de werkbevolking, we kunnen allemaal een prachtig dak over ons hoofd hebben met nog eens 1% van de werkbevolking en het merendeel van onze luxe wordt reeds geheel geautomatiseerd geproduceerd.

Echter, werkloosheid is een groot sociaal probleem. Structurele werkloosheid is een vorm van negatieve productiviteit. Werkloze mensen hebben doorgaans een lager bestaansniveau (met name als ze volledig moeten leven van bijstand), wat niet alleen ervoor zorgt dat ze minder economische activiteiten kunnen ondernemen, maar ook dat dit drukt op levensgeluk en gezondheid. Met name omdat bijna alles in het leven erop is ingericht om een werkbevolking te creëren en onderhouden ((beroeps)onderwijs, sociale verzekeringen, markten) is niet kunnen werken een probleem dat veel verder gaat dan alleen een gebrek aan geld.

Het is nuttig om een term uit te lichten: werkbevolking. De werkbevolking is een overkoepelende term voor iedereen die klaar is met onderwijs, niet oud genoeg om met pensioen te gaan, arbeidsgeschikt is en een baan heeft of zoekt. Dat laatste sluit bijv. huismannen/vrouwen, sabbaticals, etc. uit.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33284-3-001.png

Onthoud deze grafiek - in de volgende blogpost gaat-ie belangrijk zijn.

Werkloosheid heeft vele oorzaken; er kunnen bijvoorbeeld veel meer lassers opgeleid worden dan er nodig zijn in het land (frictiewerkloosheid), of het gaat tijdelijk slecht met de economie (conjuncturele werkloosheid). En dit maakt het ook lastig om werkloosheid echt te meten. Meet je alleen mensen die thuis zitten, of ook mensen die een parttime baan hebben maar eigenlijk fulltime zouden willen werken? Meet je mensen die een eigen bedrijf hebben maar eigenlijk niet genoeg inkomen hebben (verborgen werkloosheid)? Meet je sommige vormen van onbetaald verlof?

http://economistsview.typepad.com/.a/6a00d83451b33869e20167658c92a8970b-800wi

Werkloosheid is daarom meestal niet goed te vergelijken tussen landen. Met name tussen Europa, Azië en de VS zitten hele grote verschillen in hoe werkloosheid wordt gemeten. Wanneer je artikelen tegenkomt die op basis van ‘harde cijfers’ laten zien dat er ‘veel meer werkloosheid is in Europa dan in de VS’... dan ligt dat vrijwel zeker aan de meetmethode. Net als in de econometrie zijn statistieken complex. En dit alles is ook verweven met…

Sociale mobiliteit
Een heel erg belangrijk onderdeel van een goed functionerende economie en arbeidsmarkt is de mogelijkheid voor individuen om - als ze dat willen en kunnen - te kunnen groeien in hun carrière. Wanneer je een cursus volgt of nieuwe vaardigheden leert, moet het mogelijk zijn om een betere of in ieder geval passende andere baan te vinden. En ook als je niet in staat bent om om te scholen van putjesschepper naar raketgeleerde, moet het nog steeds mogelijk zijn om een baan op je eigen niveau te vinden als je huidige werkgever geen behoefte meer heeft aan je diensten. Dit alles is onderdeel van het begrip sociale mobiliteit en social opportunity.

En net als met inkomen, is ook sociale mobiliteit samen te vatten met een Gini-coefficiënt.

Arbeid in Nederland

Tot zover algemeenheden over arbeid. Nederland heeft een vergaand gesocialiseerde arbeidsmarkt. Dit wil zeggen dat we in Nederland ervoor hebben gekozen om iedereen, ongeacht de waarde of het nut van het werk, op zijn minst een bestaansminimum te garanderen. Zelfs als die persoon (tijdelijk) niet kan werken. Dit garandeert dat de ergste gevolgen van werkloosheid kunnen worden vermeden; bijvoorbeeld ernstige geldproblemen, daaruit volgende criminaliteit of zorgkosten.

Eén van de manieren waarop dit wordt gedaan is het minimumloon. Dit is in Nederland ¤1537,20 per maand, of minder als je jonger dan 23 jaar oud bent. Hiervoor mag je maximaal 40 uur per week werken. Dit bedrag wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld op basis van het bedrag dat nodig is om ‘normaal’ te kunnen leven (wat wederom een relatief complex begrip is dat ik even laat voor wat het is).

Naast een minimumloon hebben we ook sociale verzekeringen. Indien je onder het wettelijk bestaansminimum komt (wat ongeveer gelijk is aan het minimumloon), kom je in aanmerking voor verschillende aftrek-, subsidie- en hulpregelingen waardoor je altijd garantie hebt op een comfortabel leven. Dit wordt ook wel de verzorgingsstaat, of (een deel van) het sociaal vangnet genoemd. Voorbeelden hiervan zijn inkomensbelastingvrijstelling, zorgtoeslag, kinderbijslag (kindgebonden budget), huurtoeslag en kinderopvangtoeslag.

Sociale regels gaan niet alleen over de onderkant van de arbeidsmarkt; zo zijn er ook arbeidsregels die beperkingen stellen op wanneer, hoe lang en hoe intensief gewerkt mag worden. Dit om uitbuiting en ziekte te voorkomen. Een opvallende uitzondering op deze regels is de gezondheidszorg, waarover we het in de volgende blogpost gaan hebben.

Beroepen in Nederland
http://mathijsbouman.nl/mathijsbouman.nl/wp-content/uploads/2016/03/Schermafbeelding-2016-03-14-om-08.23.45.png
Iedere maatverdeling op deze grafiek is 5%

Nederland is relatief uitzonderlijk ten opzichte van de rest van Europa, gezien hier heel veel zelfstandigen, maatschappen en freelancers zijn. Dit jaar zijn we door de 15%-grens gebroken van aantal zelfstandigen, en dat maakt ZZP’ers de grootste ‘beroepsgroep’.

Een andere trend die inhaakt op een volgend blog - het onderwijs in Nederland - is dat Nederland relatief erg hoogopgeleid is en goed aansluiting vindt in de arbeidsmarkt. Zeker in de laatste 10 jaar is het aantal hoogopgeleide, op niveau werkenden in de beroepsbevolking geëxplodeerd. We hebben in Nederland vrijwel evenveel universitair opgeleide onderzoekers als alle docenten voor alle scholen bij elkaar (ca. 5% van de beroepsbevolking).

Verder is de beroepsbevolking vrijwel geheel gericht op dienstverlening. Industrie en landbouw maakt totaal meer dan 50% van ons BNP uit, maar er werkt maar ongeveer 20% van onze beroepsbevolking. Meer dan 50% van de beroepsbevolking vervult een taak in dienstverlening of aanverwante taken. Dit is zeer typisch voor alle rijke OECD-landen.

http://www.knakdeworst.nl/stembewustop2maart/wp-content/uploads/2011/02/werkgelegenheid_cbs_2009.jpg
Ik kon oprecht geen slechtere grafiek vinden van de Nederlandse werkgelegenheid.

Het grappigste aan dit alles is dat dit alles ontzettend scheef is ten opzichte van het inkomen uit verschillende sectoren. Vrijwel niemand werkt in banken, land/tuinbouw of de olie-industrie, doch daar komt het merendeel van ons gemeenschappelijk inkomen vandaan. More food for thought!

Conclusie

Dit keer een wat kortere blog, met wat minder informatie. De voornaamste reden hiervoor is dat er relatief weinig complexe ideeën achter de meeste verkiezingsprogramma’s zitten op het gebied van arbeid, dus het is niet nodig hier al te diep op in te gaan. Indien je dit onderwerp interessant vindt is er veel en hele goede informatie te vinden via de wikipediapagina over arbeidseconometrie. Volgende keer gaan we het over de zorg hebben, en dat wordt een ontzettend cool blog (want ik ken een hoop mensen in de zorg)!

Verkiezingen 2017: Wat zijn financiële zaken?

Door mux op maandag 10 oktober 2016 11:01 - Reacties (12)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 2.927

Financiële zaken lijken in eerste instantie veel overlap te hebben met economische zaken, en in de meeste landen in de wereld zijn deze twee functies ook onderdeel van één ministerie of instituut. Nederland is één van weinige landen in de wereld met een apart ministerie hiervoor. Financiële zaken gaan over het innen, beheren en uitgeven van geld en roerende zaken door de staat.

Geld, munten en banken

http://www.ingenesist.com/wp-content/uploads/2010/12/paper-money-does-not-have-intrinsic-value.jpg

Een belangrijke functie van de minister van financiën is het aansturen van banken en de centrale bank. Waarom dat?

Geld is een concept dat soms bedrieglijk gemakkelijk lijkt, maar de ervaring leert dat er een hoop misverstanden bestaan rondom geld, munteenheden en financiële instituten. Geld heeft drie eigenschappen - nouja, vier eigenlijk:
  • Een nominale waarde (het getalletje dat erop gedrukt of gestampt staat)
  • een economische waarde (de hoeveelheid spullen die je ermee kunt kopen)
  • een monetaire waarde (de waarde ten opzichte van andere munten)
  • [een intrinsieke waarde (de waarde van het spul waarvan het is gemaakt)]
Al deze waarden kunnen aardig veranderen ten opzichte van elkaar. Wanneer de economische waarde van een munt daalt, noemen we dit inflatie. Het omgekeerde heet deflatie, hoewel dit niet vaak gebeurt. Goederen die je in het buitenland koopt kunnen duurder of goedkoper worden als de monetaire waarde verandert.

Geld heeft als enige functie in zijn leven om economische activiteiten makkelijker te maken. Geld moet uitgegeven worden. Van zichzelf is het niks waard; je kunt er op zijn best je stoel mee stutten of de haard mee aanmaken*. Binnen een economie bevindt zich een hoeveelheid geld en, tegelijkertijd, een hoeveelheid economische waarde. De verhouding hiertussen bepaalt hoe de nominale waarde van het geld correspondeert met de economische waarde. Als een land meer waarde heeft gecreëerd (de economie is gegroeid), maar de hoeveelheid geld groeit niet mee, dan stijgt de economische waarde van de munt ook. Dit is deflatie: je kunt meer kopen voor dezelfde hoeveelheid geld. Dit lijkt op het eerste gezicht goed, ware het niet dat dit ervoor zorgt dat mensen liever geld opsparen dan uitgeven, waardoor economische activiteit vermindert. Als je volgend jaar twee huizen kunt kopen voor de prijs van één nu, dan wacht je nog wel even met verhuizen.

[* zijstapje: in sommige landen is de intrinsieke waarde van geld - bijv. de penny in de Verenigde Staten - hoger dan de nominale waarde. Dit is uiteraard een zeer onwenselijke situatie; op die manier is er geen enkele reden om geld uit te geven gezien het ruwe materiaal meer waard is dan het (waardeloze) geld waarmee je het hebt gekocht. Zo kun je dus theoretisch oneindig veel geld maken zonder enige economische activiteit te ondernemen]

Je kunt dus als economie het beste een klein beetje inflatie hebben. Dat is gezond, en de minister kan dan ook De Nederlandsche Bank (DNB) instrueren om meer guldens te drukken zodat er meer geld komt dan de hoeveelheid waarmee de economie groeit. Wacht even. Ohja. We hebben tegenwoordig geen eigen centrale bank meer, en een gedeelde munt...

De Euro is een geweldig idee op veel fronten, maar binnenlandse financiële zaken is daar niet één van. Doordat iedereen in de Eurozone - arm of rijk - dezelfde munt met ruwweg dezelfde economische waarde gebruikt, lopen sommige landen in de problemen doordat ze niet in staat zijn geld bij te drukken, of de geldkraan dicht te doen. Dit kan opgelost worden door overkoepelend monetair beleid in de Eurozone toe te staan, maar gek genoeg kan niemand het daar echt over eens worden. Dit is een interessant onderwerp om meer over te lezen



Als laatste wil ik het nog even hebben over andere soorten geld. Nee, niet andere munten, maar compleet andere concepten van wat geld is. Allereerst; een korte opmerking over de goudstandaard en gekoppelde valuta. Het moge duidelijk zijn dat de economische waarde van geld, goud en de economie als geheel eigenlijk drie aparte dingen zijn. Het is tot daar aan toe om geld te koppelen aan de economie, maar om vervolgens ook een hoeveelheid goud ergens te stallen om het geld in de economie te vertegenwoordigen is een gigantische logistieke, laat staan analytisch bijna onmogelijke taak. Hoe meet je effectief de correcte hoeveelheid goud vs. geld? Als je de functie van geld doorgrondt, lijkt een goudstandaard steeds meer een onbegonnen zaak.

Maar wellicht belangrijker is dat veruit het meeste geld dat in de economie rondgaat simpelweg niet echt bestaat. Dit omdat het geld is van een andere orde. In econometrie wordt het symbool M0 toegekend aan al het contante geld in een economie. Maar dat is niet alles. Wanneer je bij een bank geld op je betaal- of spaarrekening zet, geeft de bank dit vrijwel meteen uit als lening aan iemand anders. Toch lijkt het alsof er nog geld op de bank staat, en een klein beetje is er ook nog: dit is het reserve, een bepaald percentage van het totaalbedrag. Maar nu tellen we geld opeens dubbel: zowel jouw banktotaal als de lening zijn echt geld. Deze extra hoeveelheid geld wordt M1 genoemd (of MB). Deposito's - geld dat je op de bank zet en niet mag opnemen tot na een bepaalde hoeveelheid tijd - behoren tot M2. Deposito’s zijn eigenlijk obligaties - daar hebben we het later nog eens over. Interbancaire leningen, verpandingen en andere zaken die nooit het licht kunnen zien als 'echt' geld (M0 of M1) worden vaak tot M3 gerekend, en zaken zoals aandelen, -fondsen en futures worden tot M4 (of MZM) gerekend. Verschillende instituten houden er andere definities op na, maar het concept is duidelijk: niet alle geld is gelijk geschapen, en niet alle geld kun je in muntvorm uitdrukken.

http://macroblog.typepad.com/macroblog/images/money_levels.gif

De hoeveelheid M0 is vaak maar een paar procent van de totale hoeveelheid 'geld' in een economie, met andere woorden: de totale economie bevat tientallen malen zoveel geld als er daadwerkelijk in circulatie is of op bankrekeningen staat. Dat wil niet zeggen dat er maar heel weinig echt geld is - zijn bankrekeningen, hypotheken en aandelen geen echt geld?

Schuld
Zoals uitgelegd in het vorige hoofdstukje zijn banken in staat om aanzienlijk meer geld uit te lenen dan ze in kas hebben; dit heet fractional reserve banking. In Nederland en Europa zijn de eisen hiervoor variabel, maar als vuistregel kun je stellen dat er meestal tussen 5-10% contant geld op de bank moet staan*. Dit betekent dus dat er zomaar 10-20x zoveel schuld als geld in de economie zit. Dit wordt vaak de ‘debt-based society’ genoemd. Gezien dit, net als goudreserves, soms langskomt in discussies over dit onderwerp heeft het zin om hier iets dieper in te duiken.

Zowel schulden als geld zijn een vorm van… geld. Het zijn universele ruilmiddelen. Schuld is een soort negatief geld. Het verschil zit hem echter in de afbetaling. Geld kun je gebruiken als je de koper of verkoper waarmee je zaken doet niet vertrouwt; immers, als je iets verkoopt op schuld, moet je later nog eens aankloppen bij die persoon om de schuld in te willigen - en die persoon moet dan wel garant staan voor z’n eerder gemaakte schulden. Dit is waarom schulden ook wel verplichtingen worden genoemd, of als je het over schulden van een staat hebt: obligaties.

Echter, in tegenstelling tot geld, kun je veel subtieler en flexibeler omgaan met schuld. Schuld hoeft niet persé in één keer afbetaald worden; je kunt het in termijnen afbetalen, of zelfs nooit: je kunt alleen maar een beetje rente (‘huur’) betalen voor je schuld. Door niet direct te hoeven betalen voor alles wat je nodig hebt, maar de betaling uit te kunnen stellen, kun je als bedrijf veel gemakkelijker zaken doen. Immers; je hebt als bedrijf grondstoffen nodig, die verwerk je en probeer je dan over een bepaalde periode te verkopen. Pas helemaal aan het einde van dit verhaal heb je genoeg geld om die grondstoffen terug te betalen. Schuld is wat het bestaan van zo’n bedrijf mogelijk maakt zonder grote hoeveelheden geld vanaf het begin.

Zelfs in een maatschappij zonder fiduciair geld (geld zonder intrinsieke waarde) is schuld nog steeds een belangrijk onderdeel van de economie. Sommige economen en historici zijn zelfs van mening dat de oudste bekende beschavingen voornamelijk een schuldeconomie hadden. Kortom; ondanks dat schuld negatieve sociale connotaties kan hebben, is het - indien goed gebruikt - een nuttig onderdeel van de financiële wereld.



Uiteraard zijn er legio voorbeelden van schulden die niet worden afbetaald. Hoe netjes mensen hun schulden afbetalen wordt ook wel de kwaliteit of credit risk genoemd. Wanneer het risico voor de bank erg hoog wordt - bijvoorbeeld als de schuld heel erg hoog is in verhouding tot het inkomen van een persoon - wordt er soms gevraagd om de lening te verzekeren. De bank kan daardoor hun inschatting van het risico verlagen (immers, de verzekeringsmaatschappij betaalt ze terug als de leninghouder niet aan zijn verplichtingen kan voldoen) en minder rente vragen. Een andere verzekeringsoptie is verpanding, oftewel een ander, waardevast object aanbieden dat als onderpand/waarborg dient voor de lening. Een goed voorbeeld hiervan is een huis en hypotheek. De bank geeft je een grote lening (hypotheek) om het huis te kopen, en jij koopt daarvan dat huis wat je vervolgens als onderpand aanmerkt voor de bank. Kun je je hypotheek niet betalen? Dan scheldt de bank (een deel van) je hypotheek kwijt en nemen zij je huis daarvoor in ruil. De bank heeft op die manier bijna geen risico en kan hele lage rentes rekenen, waardoor een hypotheek veel goedkoper is dan een persoonlijke rekening zónder onderpand.

In het Engels heet een onderpand een collateral. De grote recessie van 2007 was veroorzaakt doordat banken collateralized debt obligations (CDO’s) - leningen met een onderpand - met elkaar verhandelden, maar niet eerlijk waren over de kwaliteit van deze leningen. Zo dachten banken die deze CDO’s kochten dat ze relatief goede kwaliteit hypotheken kregen, maar waren de leningen in werkelijkheid aan mensen die zeer waarschijnlijk nooit zouden betalen. Toen banken hierachter kwamen, moesten ze honderden miljarden aan leningen afschrijven, omdat die waarde nooit heeft bestaan. In één keer werd heel veel M3 en MZM geld waarvan men dacht dat het bestond weggetoverd. Dit is een goede les in hoe belangrijk het is om als toezichthouder grip op de markt te houden, zodat kwaadwillende banken niet zomaar geld uit het niets kunnen toveren of kunnen valsspelen. Het soort regels dat dit tegenhoudt heet fiscale regelgeving, en toont hoe belangrijk fiscale toezichtsinstanties zoals de FIOD, ECD (Economische Controledienst) en NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit) zijn. Hierover later meer.

*echte regels zijn vaak complex; niet alleen moet vaak een percentage van de totale uitstaande schuld op voorraad worden gehouden; ook andere zaken zoals investeringen en andere risico’s moeten worden afgedekt - deze regels zijn doorgaans belangrijker dan de monetaire fractie.

De Staatsschuld
http://www.hugovandermolen.nl/scripophily/picsNL/ABN-1978-obligatie.jpg

Totnogtoe hebben we het gehad over leningen tussen personen en bedrijven, maar ook de overheid zelf kan leningen aangaan. En dit kan op verschillende manieren.

Allereerst; waarom zou een regering meer geld willen uitgeven dan ze binnenkrijgt met belastingen? Duidelijk: omdat meer geld lenen relatief weinig geld kost, en een groter positief effect kan hebben dan het negatieve effect van extra rente betalen. In de blogpost over de economie heb ik het al gehad over het fenomeen van de fiscal multiplier; het feit dat gemiddeld overheidsuitgaven voor ca. 2x zoveel waarde in de economie zorgen als de hoeveelheid geïnvesteerd geld. Dit is doorgaans een beter rendement dan bedrijven en personen voor elkaar kunnen krijgen, dus de beste tactiek is om altijd zoveel mogelijk te lenen, toch? Staatsschuld is goed?

Naja, ook een staat is gebonden aan leenregels. Over leningen moet rente worden betaald, en de hoeveelheid rente wordt bijna altijd bepaald door je credit rating, oftewel kredietwaardigheid. Hoe lager je kredietwaardigheidsscore, des te hoger de kans dat je mogelijk niet in staat bent om netjes op tijd rente te betalen, en des te hoger je rentebedrag. En stel dat je als land een hele hoge staatsschuld hebt, en plotseling stijgt de kredietrente een beetje en je hebt niet meer genoeg geld om te betalen… Dan zit je ineens met een gigantisch probleem. Niet alleen moet je de hogere standaardrente betalen, maar je kredietwaardigheid wordt omlaag bijgesteld waardoor je in één klap nog veel meer moet betalen. Dit is fundamenteel hoe kredietcrisissen ontstaan; een cascade-effect van renteverhogingen die uiteindelijk tot insolvabiliteit leiden. Een land dat failliet gaat heeft waarschijnlijk leningen lopen in de hele wereld, en zorgt voor gigantische financiële schokken over de hele wereld.

Maargoed, hoe leent een heel land geld? Dit wordt vrijwel uitsluitend gedaan door middel van staatsobligaties. Obligaties zijn een uit het Latijn stammend woord voor ‘verplichtingen’ - letterlijk schuldpapieren dus. Wanneer de Nederlandse staat geld nodig heeft, schrijft het schuldpapieren uit naar de vrije markt. Iedereen kan deze dan ‘kopen’, d.w.z. geld aan de staat geven en dit papiertje ervoor terug krijgen. Ieder jaar belooft de staat hier dan ‘rente’ voor te betalen (dit heet dividend), en aan het einde van de looptijd - die doorgaans 10 jaar is - koopt de staat je obligatie terug voor het gehele nominale bedrag. Als dit je bekend voorkomt: dit is exact hoe spaardeposito’s werken - alleen zit er dan een bank tussen.

De staat kan ook investeren; in principe is het voor de staat legaal om zich te gedragen als bedrijf en bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien. Dit wordt soms als ‘valsspelen’ en marktverstoring gezien (gezien de staat theoretisch wetten kan ontwerpen die alle concurrentie uitschakelt - of simpelweg het leger ergens heen kan sturen). Desalniettemin; veruit de meeste regeringen ontplooien een aantal activiteiten waaruit bedrijfsmatige winst wordt gehaald, met name omdat veel landen vanwege de volksgezondheid of staatsveiligheid een monopolie houden op gokken, drugs (incl. alcohol), wapens, prostitutie en waardevolle natuurlijke grondstoffen zoals olie.

Er zijn extreem veel facetten aan staatsschulden, en ik kan onmogelijk de complexiteit hiervan in deze blogpost uitleggen. Als je al hier bent gekomen met lezen van mijn blog en dus geïnteresseerd bent in het onderwerp kan ik zeer sterk aanraden om dit onderwerp verder te bekijken. Een aspect dat te complex is om hier uit te leggen maar wel ontzettend belangrijk voor fiscale zaken is bijvoorbeeld de vraag: waarom heeft het wel of geen zin om extra geld te drukken als overheid?.

Subsidies, belastingaftrek en andere fiscale voordeelregelingen
Soms is het voor de staat niet mogelijk of wenselijk om direct geld uit te geven aan een specifiek doel (bijv. een brug bouwen). Stel dat de staat wil dat iedereen zoveel mogelijk overstapt op een nieuw type auto, omdat die schoner rijden en de wegen minder belasten. Niet iedereen wil dezelfde auto, niet iedereen wil nu direct een nieuwe auto. Hoe zorg je er dan toch voor dat mensen zo snel mogelijk overstappen?

Nou, mensen reageren ontzettend goed op financiële stimuli. Wanneer iets heel goedkoop of gratis is, wil iedereen het opeens. Hiervoor kan de overheid financiële middelen aandragen, en dat kan op verschillende manieren.

De makkelijkste manier is het verstrekken van subsidies. Dit is een zak geld die uitgegeven moet worden aan één specifiek doel, binnen een bepaalde hoeveelheid tijd. Er zijn drie problemen met subsidies:
  • Het kost het de overheid direct geld. Dit lijkt een rare uitspraak, maar veel fiscale regelgeving wordt juist ontworpen om financieel neutraal voor de staatskas te zijn. Subsidies kosten altijd geld, en dat maakt ze vaak een laatste keuze voor beleidsmakers.
  • Subsidies zijn vaak marktverstorend. Doordat vaak één deel van een markt wordt gesteund met subsidies en de rest van de markt ‘normaal’ doorgaat, zullen veel klanten verschuiven naar de gesubsidieerde markt, en kun je dus een industrie sterk verstoren of zelfs stukmaken.
  • Subsidies werken niet altijd. Doordat subsidies veel geld kosten, zijn het per persoon of per bedrijf vaak maar kleine bedragen. Stel dat een bedrijf de keuze heeft uit een nieuwe dieselauto van ¤50 000 en een elektrische auto van ¤500 000, dan helpt een subsidie van ¤2000 niet echt. Subsidies werken eigenlijk alleen maar als ‘laatste zetje’ om mensen over de drempel te halen, of in sommige gevallen als het een hele kleine sector betreft (en de subsidiebedragen dus relatief groot kunnen zijn).
Om al deze redenen is het vaak wenselijk om stimuleringsmaatregelen anders vorm te geven. De meest populaire maatregel voor personen is belastingaftrek. Stel, je verdient ¤1000 en moet hierover 50% belasting betalen. Maar de regering zegt dat je de BTW van je volgende telefoon helemaal mag aftrekken van de belasting. Je koopt een telefoon van ¤432 waarvan ¤75 BTW. Nu hoef je niet meer 500 euro belasting te betalen, maar 500-75=425 euro. Dit is hoe belastingaftrek werkt. Belastingaftrekregels kosten de staat niet direct geld, maar kosten de staat wel belastingderving, oftewel misgelopen belastinginkomsten. In tegenstelling tot subsidies zitten er echter een aantal handigheidjes in verwerkt; zo is belastingaftrek vaak gemaximeerd (gelimiteerd) tot een bepaald bedrag. Een nadeel van belastingaftrekregels is dat ze regressief zijn: hoe meer belasting je betaalt, des te meer je kunt profiteren van aftrekregels. Rijkere mensen hebben hier dus meer aan dan arme mensen.

Vrijstellingen zijn een soort omgekeerde vorm van belastingaftrek. Bij een vrijstelling kan de overheid bepalen dat bepaalde aankopen vrij zijn van BTW of andere belastingen tot een bepaald bedrag. Hoe goedkoper het voorwerp (en dus waarschijnlijk: hoe minder rijk de koper), des te meer voordeel eraan zit. Dit is een voorbeeld van een progressieve stimuleringsmaatregel.

Een 400 jaar oud instituut

http://www.ogief.nl/images/ministerie-van-financien/ministerie-van-financien-1.png

Laten we het eindelijk eens over Nederland zelf hebben. Het systematisch innen van belastingen is één van de belangrijkste redenen voor het vormen van natie-staten, dus het zal je niet verbazen dat ons ministerie van Financiën - voorheen de Thesaurie van de Bataafse Republiek - al bestaat sinds vóór de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit betekent ook dat ons ministerie van Financiën een heel erg breed portfolio van taken heeft; het:
  • Int belastingen
  • Int accijnzen, gasbaten, premies en andere vormen van staatsinkomen
  • Bepaalt fiscale wetgeving; de regels over hoe je met geld mag omgaan (regels voor banken, erfrecht, etc.)
  • Int invoerrechten en boetes met behulp van de Douane (de douane is geen politie, maar valt onder het MinFin)
  • Bestrijdt fraude/smokkel en bewaart fiscale integriteit (bijv. piramidespelen) via de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD)
  • Beheert gokinstellingen: de Staatsloterij en Holland Casino
  • Beheert roerende zaken van de staat en geconfisqueerde eigendommen, en verkoopt deze via Domeinen Roerende Zaken
  • Beheert (en helpt) genationaliseerde bedrijven zoals ABN Amro, Fortis, SNS, de Munt, NS, Schiphol, TenneT, onze kerncentrales, etc. Interessant genoeg int het MinFin wel de gasbaten, maar GasTerra BV - voorheen de Gasunie - wordt beheerd door Economische Zaken.
Een behoorlijk lange lijst van niet altijd even duidelijke financiële taken. Ja, allemaal hebben ze met geld te maken, maar het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat ook casino’s en het tweedehands verkopen van staatseigendommen hieronder valt.

http://www.domeinenrz.nl/ufc/rapid/domeinenrz_sites/assets/f77605db1507768fdfd08012bdcdfac1/ankelier.jpg
Belastingen en accijnzen
Financiën gaan over het innen en uitgeven van geld. Laten we beginnen met de systemen die wij in Nederland gebruiken voor het innen van geld voor de staat.

Ons progressieve inkomstenbelastingsysteem
In Nederland kennen we een progressief belastingstelsel, zowel op inkomsten als op bedrijfsresultaten - hoewel het effect het sterkste is op inkomsten. Dit betekent dat je een hoger percentage van je inkomsten moet afdragen als belasting naarmate je meer inkomsten hebt. Het idee hierachter is dat iemand met een laag inkomen vrijwel zijn hele inkomen nodig heeft om te overleven. Naarmate je meer verdient, is een steeds groter deel van het inkomen zgn. welstand (luxe), en is het dus minder bezwaarlijk om meer geld af te dragen aan de staat. Ook zorgt een progressief belastingsysteem ervoor dat rijkere mensen niet onbeperkt rijker worden ten koste van arme mensen, met andere woorden: de wealth gap blijft zo klein mogelijk. Minder verschil tussen arm en rijk zorgt voor meer stabiliteit en geluk. Dit wordt vaak gekwantificeerd in de Gini-index. Nederland heeft een Gini-index van ca. 0.25-0.28, één van de laagste (en dus meest inkomensgelijke) ter wereld. Er moet opgemerkt worden dat volledige gelijkheid niet gewenst is; opportunity, oftewel groeimogelijkheden, zijn een belangrijke motivator voor arbeid en bedrijvigheid. Er moeten altijd arme en rijke mensen zijn - maar niet straatarm en schatrijk.

Belangrijk om op te merken is dat inkomstenbelastingsschalen marginaal zijn. Stel dat je 25% belasting moet betalen tot ¤10 000 inkomsten en 35% vanaf ¤10 001. Dit betekent niet dat je opeens 35% af moet dragen als je loonsverhoging krijgt en nèt in het hogere tarief komt te zitten; je betaalt alleen 35% belasting over je loon dat hoger is dan ¤10 000.

Ook bedrijven kennen een effectief progressief belastingstelsel, hoewel dit voornamelijk wordt gecreëerd door middel van aftrekregels. Kleine bedrijven, met name eenmanszaken, kunnen gebruik maken van starters- en kleinschaligheidsaftrek waarmee zeker de kleinste bedrijven effectief vrijwel geen belasting hoeven te betalen. Grotere bedrijven betalen ruwweg een vlaktaks - een vast percentage - over hun inkomsten en omzet in de vorm van BTW en vennootschapsbelasting. Ook zijn er voor bedrijven relatief veel subsidieregels, zoals de WBSO voor R&D-werk. Met name Tweakers die op een hogeschool of universiteit zitten zullen regelmatig met terminologie van deze en andere subsidies van de RVO - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - te maken krijgen.

Premies
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/564x/8b/8a/e5/8b8ae507e55f378809e95dfeccfd02a1.jpg

Veruit het grootste deel van het staatsbudget gaat op aan sociale zaken, dus in Nederland draagt iedereen verplicht een deel van zijn loon af als sociale premie. Deze is ook progressief; mensen met een hoger inkomen betalen hogere premies. De premies zijn opgedeeld in:
  • Premies volksverzekeringen. Dit geld gaat naar de:
    • AOW of Algemene Ouderdomswet. Staatspensioenen, oftewel een bestaansminimum voor gepensioneerden.
    • Anw of Algemene nabestaandenwet. Dit is een uitkering voor weduwen en weduwnaars. Als weduwe of weduwnaar van gepensioneerde leeftijd heb je (in sommige gevallen) recht op een deel van het pensioen van je overleden echtgeno(o)t(e).
    • AWBZ of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Langdurig (chronisch) zieke mensen krijgen van dit potje hun zorgkosten betaald, ofwel via ZIN (zorg in natura; directe zorgverlening), een PGB (persoonsgebonden budget - een zak geld die de zieke persoon krijgt en naar eigen believen mag uitgeven aan relevante zorg) of via een VPZ (vergoedingsregeling persoonlijke zorg), waarbij een externe partij zorg inkoopt voor die persoon.
  • Premies werknemersverzekeringen. Dit zijn premies die ervoor zorgen dat je in het geval van kortdurende werkloosheid je huur nog kunt betalen en kunt doorleven zonder zorgen. Hieronder valt:
    • WW of Werkloosheidswet. Dit verzorgt een (hoog) percentage van je laatstgenoten inkomen in het geval van kortdurende onvrijwillige werkloosheid
    • ZW of Ziektewet. Idem, bij kortdurende ziekte.
    • WIA of Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Zoals de WW, maar dan langdurig.
Het staatspensioen (AOW) is erg laag; het is ontworpen om voldoende te zijn (in combinatie met andere hulpregelingen) om van te leven, maar in werkelijkheid is het behoorlijk op een houtje bijten. De informele sector is dan ook erg groot voor ouderen; hoopjes 65+’ers verdienen zwart een centje bij. Daarnaast hebben de meeste mensen ook een vrijwillig aanvullend pensioen. Hierbij wordt nog eens extra geld ingehouden bovenop de andere belastingen, en dit geldt wordt omgeslagen of opgespaard om later een extra pensioen bovenop de AOW te vormen.

Daarover gesproken; er zijn twee soorten verzekeringssystemen: omslagstelsels en spaarsystemen. Bij een spaarsysteem leg je in feite je hele leven lang geld in een spaarkas, die aan het einde van je leven wordt aangevuld. Omslagsystemen betalen de huidige gepensioneerden van premies die binnenkomen van werkenden. In werkelijkheid zijn alle volksverzekeringen (en private verzekeringen) meestal een combinatie van beiden; pensioenfondsen hebben weliswaar meer dan een biljoen euro contant geld op de bank staan, maar een aanzienlijk deel van de huidige premies wordt ook omgeslagen of anderszins geïnvesteerd. In die zin zijn ze dus - zoals we hebben gezien in het afgelopen jaar - intiem verweven met de financiële markten.

Fun fact of the day: Ken je die eilanden ergens in Caribisch gebied waar wij soort van iets mee te maken zouden moeten hebben, maar niemand weet precies wat? Deze eilanden hebben hun eigen volksverzekeringssystemen en belastingtarieven. Hm, was dit een fun fact? Klinkt meer als huiswerk...

http://www.bonaire.nu/wp-content/uploads/2016/06/OM-Bord-500x281.jpg
Accijnzen, gasbaten en verdere inkomsten
Na premies, particuliere belastingen en bedrijfsbelastingen hebben we eigenlijk het merendeel van de belastingen al gehad. De grootste kruimels die overblijven zijn vrij voor zichzelf sprekend. Accijnzen en gasbaten, net als motorrijtuigenbelasting, zijn nog best grote kruimels, maar alles daarna valt eigenlijk in het niet. En dat is exact de reden waarom ik deze alinea schrijf; veel mensen hebben de neiging om bijvoorbeeld energiebelasting, verkeersboetes, erfrecht of andere van zulke regelingen af te doen als manier voor de staat om zijn macht te misbruiken en extra geld ‘los te kloppen’ van zijn burgers. En uiteraard is het helemaal waar dat de staat netto positieve inkomsten uit deze bronnen heeft - maar het gaat op het totale budget over totaal insignificante hoeveelheden.

Veruit de meeste kleine inkomsten zijn geen belastingmaatregelen ontworpen om de staatskas te spekken, maar manieren voor de overheid om gedrag te sturen. Mensen zijn extreem gevoelig voor schijnbaar kleine financiële prikkels op sommige punten. Iedereen die wel eens een verkeersboete heeft gehad weet waarschijnlijk nog goed waar dat voor het laatst was, en waarom. Gisteren nog werd ik door mijn vriendin gewezen op een verkeersboete die we gezamenlijk hadden opgelopen door te fietsen in een voetgangersgebied - vier jaar geleden. De hoeveelheid geld was zowel voor ons als voor de staat insignificant, maar sindsdien hebben we daar nooit meer gefietst. Verkeersboetes zijn super effective.

Conclusie
Hé! We hebben het over belastingen gehad, maar niet over uitgaven. Waar gaat al dat geld naartoe? Eh, nou, deze blogpost is al aardig lang aan het worden. Maar misschien nog belangrijker: we gaan het al in uitgebreid detail hebben over individuele uitgaven in de volgende posts, dus het heeft niet zoveel zin om het hier al neer te zetten. Stay tuned; volgende keer gaan we het over arbeid en sociale zaken hebben!