[video] E-bike teardown + batterij-puntlasser update

Door mux op maandag 17 oktober 2016 21:55 - Reacties (12)
Categorie: Videos (PowerElectronicsBlog), Views: 2.613

Hť, twee video's op ťťn dag! Gezien het wel ťrg schort aan video's de laatste tijd dacht ik dat het long overdue was om weer aan de slag te gaan. Eigenlijk was m'n bedoeling om na m'n vakantie direct aan de slag te gaan met een 24V voeding-massatest, maar om technische redenen komt dit er maar niet van. Dat is echter geen goede reden om helemaal geen video's meer te maken.

Vandaag bekijken we mijn nieuwe e-bike (die ik voor §90 van Marktplaats heb gevist) en heb ik een update over de Sunkko 788H battery tab welder, namelijk: ik heb-'m gefikst! Ik kan nu batterijpacks bouwen!






Verkiezingen 2017: Wat is werk?

Door mux op zondag 16 oktober 2016 22:11 - Reacties (0)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 782

Hť mux, waarom maak je zulke saaie blogs? Ik wil lezen over coole mods, voedingen, uitvindingen! Sorry, maar het is stiekem best belangrijk om te weten hoe het land waarin je leeft werkt. Wat ik schrijf leest misschien wat abstract en ver-van-je-bed, maar alles wat ik hier schrijf bepaalt in grote mate hoe je iedere dag leeft. En de verkiezingen zijn jouw mogelijkheid om een ťchte stem te hebben in dit proces. Klinkt nog steeds ver van je bed? Laten we het eens over je werk hebben.

Wat is arbeid?

Arbeid is kracht maal afstand.

Haha, heel grappig
OK, ok. Arbeid in economische zin is opvallend moeilijk te definiŽren. Laat ik het eens zo stellen: wat doe jij van ruwweg 9:00 ‘s ochtends tot 17:00 ‘s middags? Ja, ok, werken. Maar wat is het resultaat van jouw werk? Met welk nuttig doel ben je bezig? En is dit de beste besteding van je tijd? Wat heeft de samenleving aan jouw productiviteit?

Er is een goede kans dat je niet echt duidelijke antwoorden kunt formuleren. Ja, je werkt om geld te verdienen - maar dat is niet waarom we werken. Als geld het enige doel was van werken in de maatschappij, dan zou iedereen gewoon een zak geld van de centrale bank krijgen. Klaar. Immers, wat is daar op tegen? Geld is niet iets dat actief gewonnen moet worden, je kunt het gewoon drukken en met elkaar afspreken dat het een bepaalde waarde heeft. Dat is hoe fiduciair geld werkt (zie ook mijn blog: wat zijn financiele zaken?).

https://pbs.twimg.com/media/B85467HCQAIo5ny.png

Nee, er is meer aan de hand. Je werkt zelf niet voor geld - je werkgever huurt jou in voor geld. Je verruilt jouw tijd, kennis en kunde voor geld. Dit is fundamenteel hoe arbeidsrelaties sinds de industriŽle revolutie werken. Vervolgens is vrijwel de hele economie gebaseerd op het uitgeven van dat geld aan zaken die voorheen zelf werden gedaan - je koopt je eten bij een supermarkt in plaats van het zelf te telen, je koopt je kleding bij een kledingwinkel (in plaats van het zelf te naaien), etc. Je bespaart jezelf tijd uit, die je vervolgens verkoopt aan een werkgever. En doordat iedereen taken doet waar hij of zij goed in is, kunnen deze taken efficiŽnter worden aangepakt. Die werkgever probeert dan jouw resultaten - jouw productie - om te zetten in een product dat door andere mensen gekocht kan worden en hem weer genoeg geld oplevert om jou te betalen. En als je goed bent in wat je doet, word je gepromoveerd, indien je slecht bent word je ontslagen en moet je een baan zoeken die beter bij je past.

Dit alles klinkt ontzettend simpel, maar meer dan eens kom ik mensen tegen die zeggen dat ze werken om geld te verdienen. Ja, dat is misschien jouw motivatie om te werken, maar de functie van arbeid in de samenleving is die van specialisatie. Zonder arbeid geen samenleving, want specialisatie en het efficiŽnter omgaan met tijd is dan niet mogelijk.

En nog belangrijker: arbeid en geld zijn niet echt gerelateerd. Geld is een beloning voor arbeid, omdat geld een eenvoudig ruilmiddel is. Maar in principe is er niets op tegen om mensen niet te belonen, of te belonen met spullen - zogenaamde vergoeding in natura. Geldbeloningen zijn ook niet proportioneel; iemand die 8 uur per dag 100% zijn best op werk doet kan alles van een minimumloon (hierover later meer) tot miljoenen euro’s verdienen. Het belang van een specifiek soort werk is ook niet gerelateerd aan beloning; werk dat te maken heeft met dingen die als hoogste rechten worden gezien (voedsel, onderdak, sociaal vangnet) zijn geen goedbetaalde functies.



Productiviteit
Dus wat doet arbeid? Met arbeid ben je productief, dat wil zeggen: je creŽert economische waarde. Sterker nog, goed werk creŽert veel meer economische waarde dan je loon. Productiviteit is niet gemakkelijk te meten; wederom hebben we te maken met een vaag begrip dat in de praktijk met ingewikkelde economische modellen wordt berekend. Kort gezegd; stel, je werkt in een staalfabriek en jij bent de volledige verantwoordelijke voor het aansturen van een hoogoven. Deze hoogoven verwerkt §10 000 aan ijzererts en maakt hier §100 000 aan staal van. De oven zelf kost §10 000 en jouw salaris is §50 000. De totale kosten zijn §70 000, de baten §100 000. Jouw productiviteit is dus positief - ongeveer 143%.

Wanneer de hoogovens dit ziet, denken ze: he, die persoon verdient een hoop geld voor ons, laten we meer mensen aannemen. Immers; nu verdienen we maar §30 000, als we 100 mensen aannemen die hetzelfde doen verdienen we 3 miljoen! Je ziet de bui uiteraard al aankomen; door de wet van vraag en aanbod is dit zelden het geval. De prijs van staal zal immers dalen als er veel aanbod is, tot het punt waar de hoogovens precies evenveel geld uitgeven als binnenhalen. Werknemersproductiviteit is dan precies 100%. Een lagere productiviteit en het bedrijf verlies geld en zal failliet gaan.

Maar dit is niet alles. Productiviteit wordt meestal niet alleen in euro’s, maar ook op een abstractere manier gemeten. Immers; honderd jaar geleden was het misschien een hele prestatie om een ton staal per dag te produceren, nu is het een peulenschilletje om met dezelfde hoeveelheid werkers 100 ton staal per dag te produceren. In die zin is de productiviteit verhonderdvoudigd. Productiviteit kun je dus zowel financieel als economisch uitdrukken.



Negatieve economische productiviteit
Veel mensen zullen nadenken over werk en productiviteit in de zin van mensen die iets maken of een nuttige dienst verlenen. Maar veel mensen doen feitelijk niks nuttigs. Dit is geen opmerking over karakter of werklustigheid - ik maak hier geen waarde-oordeel. Maar sommige arbeid heeft zgn. negatieve economische productiviteit. Ze vernietigen actief waarde in de economie.

Eťn van de makkelijkste voorbeelden is arbeid in een sociale werkplaats. Mensen die vanwege een chronische of aangeboren ziekte - of door een ongeval of mentale problemen - arbeidsongeschikt zijn geraakt, maar om redenen waar we later in deze blogpost op in gaan alsnog proberen te werken. Deze mensen hebben echter zodanig veel begeleiding nodig (door niet-arbeidsongeschikte mensen) dat ze tijd ‘verspillen’ van geschoolde, productieve mensen. De productiviteit van de werkers weegt niet op tegen de verloren productiviteit van de begeleiding.

Echter, negatieve economische productiviteit is overal te zien. Managementlagen hebben toegevoegde waarde in een bedrijf dat vanwege zijn takenpakket groot moet zijn, maar overbodige managementlagen of simpelweg 'te grote bedrijven voor hun taak' zijn doorgaans negatief productief. Sterk automatiseerbare administratieve taken - bijvoorbeeld data entry - is een vorm van negatieve productiviteit. Maar zeker wanneer externaliteiten worden meegerekend is bijvoorbeeld arbeid in kolenmijnen, olieproductie en de bouw tot op zekere hoogte negatief productief. Hoewel er op dit moment aanzienlijke waarde mee wordt gecreŽerd, is er een goede kans dat deze waarde vrijwel helemaal teniet wordt gedaan door toekomstige schade aan de samenleving.

Verspilling
Naast negatieve productiviteit bestaat er ook een andere vorm van productiviteitsderving: verspilling. In de vrije, kapitalistische markt overleeft een bedrijf niet wanneer deze werk, geld of tijd verspilt ten opzichte van zijn concurrenten. Echter, overheden hebben vaak geen concurrentie- of winstmotief, en kunnen zodoende mensen in dienst houden die taken vervullen welke elders allang geautomatiseerd zijn. Maar ook markten kunnen verspillend zijn; wanneer bijvoorbeeld perverse incentives aanwezig zijn. Alcohol- en drugsfabrikanten kunnen aggressief hun waren proberen te slijten aan de algemene bevolking, en hierin effectief zijn (zie bijv. de opiumoorlogen). Echter, de sociale gevolgen van overmatige drugsconsumptie zijn dat er veel meer productiviteit wordt verloren dan de winsten van deze bedrijven goed kunnen praten. De kredietcrisis van 2007 is ook een goed voorbeeld van het falen van markten op dit gebied.

En dan nu een mijns inziens prachtige reden waarom criminaliteit niet loont: vrijwel alle criminaliteit is ongelooflijk verspillend. Een inbreker die jouw televisie steelt krijgt misschien 50 euro op de zwarte markt voor het ding. Echter, die televisie vervangen kost jou §1500, plus de kosten die de verzekering en politie maken om de dader op te sporen en te corrigeren, plus het vervangen van sloten op je huis en potentieel tientallen uren verloren productiviteit van de ingebrokene. Het is goedkoper voor de maatschappij om een inbreker vůůr de daad §1000 te geven als hij belooft niet te zullen inbreken. Ondanks dat de meeste criminaliteit wordt verricht door mensen die (ver) onder het bestaansminimum verdienen, veroorzaken zij schade die een veelvoud is van een goed salaris.

Dit is bijvoorbeeld ook waarom de meeste justitiŽle instellingen zo’n sterke nadruk leggen op rehabilitatie, en niet op straf. Het is simpelweg beter voor de maatschappij als geheel om een crimineel op het goede pad te leiden dan om ze door de draaideur te gooien.

Werkloosheid
http://www.uwv.nl/particulieren/Images/logo-uwv.png

Een ander belangrijk arbeidsgerelateerd cijfer dat regelmatig langskomt in de media is werkloosheid. En ondanks dat ik totnogtoe erg technisch en economisch naar werk heb gekeken, is het wellicht tijd om ook het menselijke aspect van werk te bekijken: werk is de dominante manier waarop mensen structuur en betekenis geven aan hun leven. Puur economisch gezien is het niet bijzonder belangrijk of mensen werken; immers, we kunnen in al onze voedselbehoeften voorzien met minder dan 1% van de werkbevolking, we kunnen allemaal een prachtig dak over ons hoofd hebben met nog eens 1% van de werkbevolking en het merendeel van onze luxe wordt reeds geheel geautomatiseerd geproduceerd.

Echter, werkloosheid is een groot sociaal probleem. Structurele werkloosheid is een vorm van negatieve productiviteit. Werkloze mensen hebben doorgaans een lager bestaansniveau (met name als ze volledig moeten leven van bijstand), wat niet alleen ervoor zorgt dat ze minder economische activiteiten kunnen ondernemen, maar ook dat dit drukt op levensgeluk en gezondheid. Met name omdat bijna alles in het leven erop is ingericht om een werkbevolking te creŽren en onderhouden ((beroeps)onderwijs, sociale verzekeringen, markten) is niet kunnen werken een probleem dat veel verder gaat dan alleen een gebrek aan geld.

Het is nuttig om een term uit te lichten: werkbevolking. De werkbevolking is een overkoepelende term voor iedereen die klaar is met onderwijs, niet oud genoeg om met pensioen te gaan, arbeidsgeschikt is en een baan heeft of zoekt. Dat laatste sluit bijv. huismannen/vrouwen, sabbaticals, etc. uit.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33284-3-001.png

Onthoud deze grafiek - in de volgende blogpost gaat-ie belangrijk zijn.

Werkloosheid heeft vele oorzaken; er kunnen bijvoorbeeld veel meer lassers opgeleid worden dan er nodig zijn in het land (frictiewerkloosheid), of het gaat tijdelijk slecht met de economie (conjuncturele werkloosheid). En dit maakt het ook lastig om werkloosheid echt te meten. Meet je alleen mensen die thuis zitten, of ook mensen die een parttime baan hebben maar eigenlijk fulltime zouden willen werken? Meet je mensen die een eigen bedrijf hebben maar eigenlijk niet genoeg inkomen hebben (verborgen werkloosheid)? Meet je sommige vormen van onbetaald verlof?

http://economistsview.typepad.com/.a/6a00d83451b33869e20167658c92a8970b-800wi

Werkloosheid is daarom meestal niet goed te vergelijken tussen landen. Met name tussen Europa, AziŽ en de VS zitten hele grote verschillen in hoe werkloosheid wordt gemeten. Wanneer je artikelen tegenkomt die op basis van ‘harde cijfers’ laten zien dat er ‘veel meer werkloosheid is in Europa dan in de VS’... dan ligt dat vrijwel zeker aan de meetmethode. Net als in de econometrie zijn statistieken complex. En dit alles is ook verweven met…

Sociale mobiliteit
Een heel erg belangrijk onderdeel van een goed functionerende economie en arbeidsmarkt is de mogelijkheid voor individuen om - als ze dat willen en kunnen - te kunnen groeien in hun carriŤre. Wanneer je een cursus volgt of nieuwe vaardigheden leert, moet het mogelijk zijn om een betere of in ieder geval passende andere baan te vinden. En ook als je niet in staat bent om om te scholen van putjesschepper naar raketgeleerde, moet het nog steeds mogelijk zijn om een baan op je eigen niveau te vinden als je huidige werkgever geen behoefte meer heeft aan je diensten. Dit alles is onderdeel van het begrip sociale mobiliteit en social opportunity.

En net als met inkomen, is ook sociale mobiliteit samen te vatten met een Gini-coefficiŽnt.

Arbeid in Nederland

Tot zover algemeenheden over arbeid. Nederland heeft een vergaand gesocialiseerde arbeidsmarkt. Dit wil zeggen dat we in Nederland ervoor hebben gekozen om iedereen, ongeacht de waarde of het nut van het werk, op zijn minst een bestaansminimum te garanderen. Zelfs als die persoon (tijdelijk) niet kan werken. Dit garandeert dat de ergste gevolgen van werkloosheid kunnen worden vermeden; bijvoorbeeld ernstige geldproblemen, daaruit volgende criminaliteit of zorgkosten.

Eťn van de manieren waarop dit wordt gedaan is het minimumloon. Dit is in Nederland §1537,20 per maand, of minder als je jonger dan 23 jaar oud bent. Hiervoor mag je maximaal 40 uur per week werken. Dit bedrag wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld op basis van het bedrag dat nodig is om ‘normaal’ te kunnen leven (wat wederom een relatief complex begrip is dat ik even laat voor wat het is).

Naast een minimumloon hebben we ook sociale verzekeringen. Indien je onder het wettelijk bestaansminimum komt (wat ongeveer gelijk is aan het minimumloon), kom je in aanmerking voor verschillende aftrek-, subsidie- en hulpregelingen waardoor je altijd garantie hebt op een comfortabel leven. Dit wordt ook wel de verzorgingsstaat, of (een deel van) het sociaal vangnet genoemd. Voorbeelden hiervan zijn inkomensbelastingvrijstelling, zorgtoeslag, kinderbijslag (kindgebonden budget), huurtoeslag en kinderopvangtoeslag.

Sociale regels gaan niet alleen over de onderkant van de arbeidsmarkt; zo zijn er ook arbeidsregels die beperkingen stellen op wanneer, hoe lang en hoe intensief gewerkt mag worden. Dit om uitbuiting en ziekte te voorkomen. Een opvallende uitzondering op deze regels is de gezondheidszorg, waarover we het in de volgende blogpost gaan hebben.

Beroepen in Nederland
http://mathijsbouman.nl/mathijsbouman.nl/wp-content/uploads/2016/03/Schermafbeelding-2016-03-14-om-08.23.45.png
Iedere maatverdeling op deze grafiek is 5%

Nederland is relatief uitzonderlijk ten opzichte van de rest van Europa, gezien hier heel veel zelfstandigen, maatschappen en freelancers zijn. Dit jaar zijn we door de 15%-grens gebroken van aantal zelfstandigen, en dat maakt ZZP’ers de grootste ‘beroepsgroep’.

Een andere trend die inhaakt op een volgend blog - het onderwijs in Nederland - is dat Nederland relatief erg hoogopgeleid is en goed aansluiting vindt in de arbeidsmarkt. Zeker in de laatste 10 jaar is het aantal hoogopgeleide, op niveau werkenden in de beroepsbevolking geŽxplodeerd. We hebben in Nederland vrijwel evenveel universitair opgeleide onderzoekers als alle docenten voor alle scholen bij elkaar (ca. 5% van de beroepsbevolking).

Verder is de beroepsbevolking vrijwel geheel gericht op dienstverlening. Industrie en landbouw maakt totaal meer dan 50% van ons BNP uit, maar er werkt maar ongeveer 20% van onze beroepsbevolking. Meer dan 50% van de beroepsbevolking vervult een taak in dienstverlening of aanverwante taken. Dit is zeer typisch voor alle rijke OECD-landen.

http://www.knakdeworst.nl/stembewustop2maart/wp-content/uploads/2011/02/werkgelegenheid_cbs_2009.jpg
Ik kon oprecht geen slechtere grafiek vinden van de Nederlandse werkgelegenheid.

Het grappigste aan dit alles is dat dit alles ontzettend scheef is ten opzichte van het inkomen uit verschillende sectoren. Vrijwel niemand werkt in banken, land/tuinbouw of de olie-industrie, doch daar komt het merendeel van ons gemeenschappelijk inkomen vandaan. More food for thought!

Conclusie

Dit keer een wat kortere blog, met wat minder informatie. De voornaamste reden hiervoor is dat er relatief weinig complexe ideeŽn achter de meeste verkiezingsprogramma’s zitten op het gebied van arbeid, dus het is niet nodig hier al te diep op in te gaan. Indien je dit onderwerp interessant vindt is er veel en hele goede informatie te vinden via de wikipediapagina over arbeidseconometrie. Volgende keer gaan we het over de zorg hebben, en dat wordt een ontzettend cool blog (want ik ken een hoop mensen in de zorg)!

Verkiezingen 2017: Wat zijn financiŽle zaken?

Door mux op maandag 10 oktober 2016 11:01 - Reacties (12)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 3.049

FinanciŽle zaken lijken in eerste instantie veel overlap te hebben met economische zaken, en in de meeste landen in de wereld zijn deze twee functies ook onderdeel van ťťn ministerie of instituut. Nederland is ťťn van weinige landen in de wereld met een apart ministerie hiervoor. FinanciŽle zaken gaan over het innen, beheren en uitgeven van geld en roerende zaken door de staat.

Geld, munten en banken

http://www.ingenesist.com/wp-content/uploads/2010/12/paper-money-does-not-have-intrinsic-value.jpg

Een belangrijke functie van de minister van financiŽn is het aansturen van banken en de centrale bank. Waarom dat?

Geld is een concept dat soms bedrieglijk gemakkelijk lijkt, maar de ervaring leert dat er een hoop misverstanden bestaan rondom geld, munteenheden en financiŽle instituten. Geld heeft drie eigenschappen - nouja, vier eigenlijk:
  • Een nominale waarde (het getalletje dat erop gedrukt of gestampt staat)
  • een economische waarde (de hoeveelheid spullen die je ermee kunt kopen)
  • een monetaire waarde (de waarde ten opzichte van andere munten)
  • [een intrinsieke waarde (de waarde van het spul waarvan het is gemaakt)]
Al deze waarden kunnen aardig veranderen ten opzichte van elkaar. Wanneer de economische waarde van een munt daalt, noemen we dit inflatie. Het omgekeerde heet deflatie, hoewel dit niet vaak gebeurt. Goederen die je in het buitenland koopt kunnen duurder of goedkoper worden als de monetaire waarde verandert.

Geld heeft als enige functie in zijn leven om economische activiteiten makkelijker te maken. Geld moet uitgegeven worden. Van zichzelf is het niks waard; je kunt er op zijn best je stoel mee stutten of de haard mee aanmaken*. Binnen een economie bevindt zich een hoeveelheid geld en, tegelijkertijd, een hoeveelheid economische waarde. De verhouding hiertussen bepaalt hoe de nominale waarde van het geld correspondeert met de economische waarde. Als een land meer waarde heeft gecreŽerd (de economie is gegroeid), maar de hoeveelheid geld groeit niet mee, dan stijgt de economische waarde van de munt ook. Dit is deflatie: je kunt meer kopen voor dezelfde hoeveelheid geld. Dit lijkt op het eerste gezicht goed, ware het niet dat dit ervoor zorgt dat mensen liever geld opsparen dan uitgeven, waardoor economische activiteit vermindert. Als je volgend jaar twee huizen kunt kopen voor de prijs van ťťn nu, dan wacht je nog wel even met verhuizen.

[* zijstapje: in sommige landen is de intrinsieke waarde van geld - bijv. de penny in de Verenigde Staten - hoger dan de nominale waarde. Dit is uiteraard een zeer onwenselijke situatie; op die manier is er geen enkele reden om geld uit te geven gezien het ruwe materiaal meer waard is dan het (waardeloze) geld waarmee je het hebt gekocht. Zo kun je dus theoretisch oneindig veel geld maken zonder enige economische activiteit te ondernemen]

Je kunt dus als economie het beste een klein beetje inflatie hebben. Dat is gezond, en de minister kan dan ook De Nederlandsche Bank (DNB) instrueren om meer guldens te drukken zodat er meer geld komt dan de hoeveelheid waarmee de economie groeit. Wacht even. Ohja. We hebben tegenwoordig geen eigen centrale bank meer, en een gedeelde munt...

De Euro is een geweldig idee op veel fronten, maar binnenlandse financiŽle zaken is daar niet ťťn van. Doordat iedereen in de Eurozone - arm of rijk - dezelfde munt met ruwweg dezelfde economische waarde gebruikt, lopen sommige landen in de problemen doordat ze niet in staat zijn geld bij te drukken, of de geldkraan dicht te doen. Dit kan opgelost worden door overkoepelend monetair beleid in de Eurozone toe te staan, maar gek genoeg kan niemand het daar echt over eens worden. Dit is een interessant onderwerp om meer over te lezen



Als laatste wil ik het nog even hebben over andere soorten geld. Nee, niet andere munten, maar compleet andere concepten van wat geld is. Allereerst; een korte opmerking over de goudstandaard en gekoppelde valuta. Het moge duidelijk zijn dat de economische waarde van geld, goud en de economie als geheel eigenlijk drie aparte dingen zijn. Het is tot daar aan toe om geld te koppelen aan de economie, maar om vervolgens ook een hoeveelheid goud ergens te stallen om het geld in de economie te vertegenwoordigen is een gigantische logistieke, laat staan analytisch bijna onmogelijke taak. Hoe meet je effectief de correcte hoeveelheid goud vs. geld? Als je de functie van geld doorgrondt, lijkt een goudstandaard steeds meer een onbegonnen zaak.

Maar wellicht belangrijker is dat veruit het meeste geld dat in de economie rondgaat simpelweg niet echt bestaat. Dit omdat het geld is van een andere orde. In econometrie wordt het symbool M0 toegekend aan al het contante geld in een economie. Maar dat is niet alles. Wanneer je bij een bank geld op je betaal- of spaarrekening zet, geeft de bank dit vrijwel meteen uit als lening aan iemand anders. Toch lijkt het alsof er nog geld op de bank staat, en een klein beetje is er ook nog: dit is het reserve, een bepaald percentage van het totaalbedrag. Maar nu tellen we geld opeens dubbel: zowel jouw banktotaal als de lening zijn echt geld. Deze extra hoeveelheid geld wordt M1 genoemd (of MB). Deposito's - geld dat je op de bank zet en niet mag opnemen tot na een bepaalde hoeveelheid tijd - behoren tot M2. Deposito’s zijn eigenlijk obligaties - daar hebben we het later nog eens over. Interbancaire leningen, verpandingen en andere zaken die nooit het licht kunnen zien als 'echt' geld (M0 of M1) worden vaak tot M3 gerekend, en zaken zoals aandelen, -fondsen en futures worden tot M4 (of MZM) gerekend. Verschillende instituten houden er andere definities op na, maar het concept is duidelijk: niet alle geld is gelijk geschapen, en niet alle geld kun je in muntvorm uitdrukken.

http://macroblog.typepad.com/macroblog/images/money_levels.gif

De hoeveelheid M0 is vaak maar een paar procent van de totale hoeveelheid 'geld' in een economie, met andere woorden: de totale economie bevat tientallen malen zoveel geld als er daadwerkelijk in circulatie is of op bankrekeningen staat. Dat wil niet zeggen dat er maar heel weinig echt geld is - zijn bankrekeningen, hypotheken en aandelen geen echt geld?

Schuld
Zoals uitgelegd in het vorige hoofdstukje zijn banken in staat om aanzienlijk meer geld uit te lenen dan ze in kas hebben; dit heet fractional reserve banking. In Nederland en Europa zijn de eisen hiervoor variabel, maar als vuistregel kun je stellen dat er meestal tussen 5-10% contant geld op de bank moet staan*. Dit betekent dus dat er zomaar 10-20x zoveel schuld als geld in de economie zit. Dit wordt vaak de ‘debt-based society’ genoemd. Gezien dit, net als goudreserves, soms langskomt in discussies over dit onderwerp heeft het zin om hier iets dieper in te duiken.

Zowel schulden als geld zijn een vorm van… geld. Het zijn universele ruilmiddelen. Schuld is een soort negatief geld. Het verschil zit hem echter in de afbetaling. Geld kun je gebruiken als je de koper of verkoper waarmee je zaken doet niet vertrouwt; immers, als je iets verkoopt op schuld, moet je later nog eens aankloppen bij die persoon om de schuld in te willigen - en die persoon moet dan wel garant staan voor z’n eerder gemaakte schulden. Dit is waarom schulden ook wel verplichtingen worden genoemd, of als je het over schulden van een staat hebt: obligaties.

Echter, in tegenstelling tot geld, kun je veel subtieler en flexibeler omgaan met schuld. Schuld hoeft niet persť in ťťn keer afbetaald worden; je kunt het in termijnen afbetalen, of zelfs nooit: je kunt alleen maar een beetje rente (‘huur’) betalen voor je schuld. Door niet direct te hoeven betalen voor alles wat je nodig hebt, maar de betaling uit te kunnen stellen, kun je als bedrijf veel gemakkelijker zaken doen. Immers; je hebt als bedrijf grondstoffen nodig, die verwerk je en probeer je dan over een bepaalde periode te verkopen. Pas helemaal aan het einde van dit verhaal heb je genoeg geld om die grondstoffen terug te betalen. Schuld is wat het bestaan van zo’n bedrijf mogelijk maakt zonder grote hoeveelheden geld vanaf het begin.

Zelfs in een maatschappij zonder fiduciair geld (geld zonder intrinsieke waarde) is schuld nog steeds een belangrijk onderdeel van de economie. Sommige economen en historici zijn zelfs van mening dat de oudste bekende beschavingen voornamelijk een schuldeconomie hadden. Kortom; ondanks dat schuld negatieve sociale connotaties kan hebben, is het - indien goed gebruikt - een nuttig onderdeel van de financiŽle wereld.



Uiteraard zijn er legio voorbeelden van schulden die niet worden afbetaald. Hoe netjes mensen hun schulden afbetalen wordt ook wel de kwaliteit of credit risk genoemd. Wanneer het risico voor de bank erg hoog wordt - bijvoorbeeld als de schuld heel erg hoog is in verhouding tot het inkomen van een persoon - wordt er soms gevraagd om de lening te verzekeren. De bank kan daardoor hun inschatting van het risico verlagen (immers, de verzekeringsmaatschappij betaalt ze terug als de leninghouder niet aan zijn verplichtingen kan voldoen) en minder rente vragen. Een andere verzekeringsoptie is verpanding, oftewel een ander, waardevast object aanbieden dat als onderpand/waarborg dient voor de lening. Een goed voorbeeld hiervan is een huis en hypotheek. De bank geeft je een grote lening (hypotheek) om het huis te kopen, en jij koopt daarvan dat huis wat je vervolgens als onderpand aanmerkt voor de bank. Kun je je hypotheek niet betalen? Dan scheldt de bank (een deel van) je hypotheek kwijt en nemen zij je huis daarvoor in ruil. De bank heeft op die manier bijna geen risico en kan hele lage rentes rekenen, waardoor een hypotheek veel goedkoper is dan een persoonlijke rekening zůnder onderpand.

In het Engels heet een onderpand een collateral. De grote recessie van 2007 was veroorzaakt doordat banken collateralized debt obligations (CDO’s) - leningen met een onderpand - met elkaar verhandelden, maar niet eerlijk waren over de kwaliteit van deze leningen. Zo dachten banken die deze CDO’s kochten dat ze relatief goede kwaliteit hypotheken kregen, maar waren de leningen in werkelijkheid aan mensen die zeer waarschijnlijk nooit zouden betalen. Toen banken hierachter kwamen, moesten ze honderden miljarden aan leningen afschrijven, omdat die waarde nooit heeft bestaan. In ťťn keer werd heel veel M3 en MZM geld waarvan men dacht dat het bestond weggetoverd. Dit is een goede les in hoe belangrijk het is om als toezichthouder grip op de markt te houden, zodat kwaadwillende banken niet zomaar geld uit het niets kunnen toveren of kunnen valsspelen. Het soort regels dat dit tegenhoudt heet fiscale regelgeving, en toont hoe belangrijk fiscale toezichtsinstanties zoals de FIOD, ECD (Economische Controledienst) en NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit) zijn. Hierover later meer.

*echte regels zijn vaak complex; niet alleen moet vaak een percentage van de totale uitstaande schuld op voorraad worden gehouden; ook andere zaken zoals investeringen en andere risico’s moeten worden afgedekt - deze regels zijn doorgaans belangrijker dan de monetaire fractie.

De Staatsschuld
http://www.hugovandermolen.nl/scripophily/picsNL/ABN-1978-obligatie.jpg

Totnogtoe hebben we het gehad over leningen tussen personen en bedrijven, maar ook de overheid zelf kan leningen aangaan. En dit kan op verschillende manieren.

Allereerst; waarom zou een regering meer geld willen uitgeven dan ze binnenkrijgt met belastingen? Duidelijk: omdat meer geld lenen relatief weinig geld kost, en een groter positief effect kan hebben dan het negatieve effect van extra rente betalen. In de blogpost over de economie heb ik het al gehad over het fenomeen van de fiscal multiplier; het feit dat gemiddeld overheidsuitgaven voor ca. 2x zoveel waarde in de economie zorgen als de hoeveelheid geÔnvesteerd geld. Dit is doorgaans een beter rendement dan bedrijven en personen voor elkaar kunnen krijgen, dus de beste tactiek is om altijd zoveel mogelijk te lenen, toch? Staatsschuld is goed?

Naja, ook een staat is gebonden aan leenregels. Over leningen moet rente worden betaald, en de hoeveelheid rente wordt bijna altijd bepaald door je credit rating, oftewel kredietwaardigheid. Hoe lager je kredietwaardigheidsscore, des te hoger de kans dat je mogelijk niet in staat bent om netjes op tijd rente te betalen, en des te hoger je rentebedrag. En stel dat je als land een hele hoge staatsschuld hebt, en plotseling stijgt de kredietrente een beetje en je hebt niet meer genoeg geld om te betalen… Dan zit je ineens met een gigantisch probleem. Niet alleen moet je de hogere standaardrente betalen, maar je kredietwaardigheid wordt omlaag bijgesteld waardoor je in ťťn klap nog veel meer moet betalen. Dit is fundamenteel hoe kredietcrisissen ontstaan; een cascade-effect van renteverhogingen die uiteindelijk tot insolvabiliteit leiden. Een land dat failliet gaat heeft waarschijnlijk leningen lopen in de hele wereld, en zorgt voor gigantische financiŽle schokken over de hele wereld.

Maargoed, hoe leent een heel land geld? Dit wordt vrijwel uitsluitend gedaan door middel van staatsobligaties. Obligaties zijn een uit het Latijn stammend woord voor ‘verplichtingen’ - letterlijk schuldpapieren dus. Wanneer de Nederlandse staat geld nodig heeft, schrijft het schuldpapieren uit naar de vrije markt. Iedereen kan deze dan ‘kopen’, d.w.z. geld aan de staat geven en dit papiertje ervoor terug krijgen. Ieder jaar belooft de staat hier dan ‘rente’ voor te betalen (dit heet dividend), en aan het einde van de looptijd - die doorgaans 10 jaar is - koopt de staat je obligatie terug voor het gehele nominale bedrag. Als dit je bekend voorkomt: dit is exact hoe spaardeposito’s werken - alleen zit er dan een bank tussen.

De staat kan ook investeren; in principe is het voor de staat legaal om zich te gedragen als bedrijf en bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien. Dit wordt soms als ‘valsspelen’ en marktverstoring gezien (gezien de staat theoretisch wetten kan ontwerpen die alle concurrentie uitschakelt - of simpelweg het leger ergens heen kan sturen). Desalniettemin; veruit de meeste regeringen ontplooien een aantal activiteiten waaruit bedrijfsmatige winst wordt gehaald, met name omdat veel landen vanwege de volksgezondheid of staatsveiligheid een monopolie houden op gokken, drugs (incl. alcohol), wapens, prostitutie en waardevolle natuurlijke grondstoffen zoals olie.

Er zijn extreem veel facetten aan staatsschulden, en ik kan onmogelijk de complexiteit hiervan in deze blogpost uitleggen. Als je al hier bent gekomen met lezen van mijn blog en dus geÔnteresseerd bent in het onderwerp kan ik zeer sterk aanraden om dit onderwerp verder te bekijken. Een aspect dat te complex is om hier uit te leggen maar wel ontzettend belangrijk voor fiscale zaken is bijvoorbeeld de vraag: waarom heeft het wel of geen zin om extra geld te drukken als overheid?.

Subsidies, belastingaftrek en andere fiscale voordeelregelingen
Soms is het voor de staat niet mogelijk of wenselijk om direct geld uit te geven aan een specifiek doel (bijv. een brug bouwen). Stel dat de staat wil dat iedereen zoveel mogelijk overstapt op een nieuw type auto, omdat die schoner rijden en de wegen minder belasten. Niet iedereen wil dezelfde auto, niet iedereen wil nu direct een nieuwe auto. Hoe zorg je er dan toch voor dat mensen zo snel mogelijk overstappen?

Nou, mensen reageren ontzettend goed op financiŽle stimuli. Wanneer iets heel goedkoop of gratis is, wil iedereen het opeens. Hiervoor kan de overheid financiŽle middelen aandragen, en dat kan op verschillende manieren.

De makkelijkste manier is het verstrekken van subsidies. Dit is een zak geld die uitgegeven moet worden aan ťťn specifiek doel, binnen een bepaalde hoeveelheid tijd. Er zijn drie problemen met subsidies:
  • Het kost het de overheid direct geld. Dit lijkt een rare uitspraak, maar veel fiscale regelgeving wordt juist ontworpen om financieel neutraal voor de staatskas te zijn. Subsidies kosten altijd geld, en dat maakt ze vaak een laatste keuze voor beleidsmakers.
  • Subsidies zijn vaak marktverstorend. Doordat vaak ťťn deel van een markt wordt gesteund met subsidies en de rest van de markt ‘normaal’ doorgaat, zullen veel klanten verschuiven naar de gesubsidieerde markt, en kun je dus een industrie sterk verstoren of zelfs stukmaken.
  • Subsidies werken niet altijd. Doordat subsidies veel geld kosten, zijn het per persoon of per bedrijf vaak maar kleine bedragen. Stel dat een bedrijf de keuze heeft uit een nieuwe dieselauto van §50 000 en een elektrische auto van §500 000, dan helpt een subsidie van §2000 niet echt. Subsidies werken eigenlijk alleen maar als ‘laatste zetje’ om mensen over de drempel te halen, of in sommige gevallen als het een hele kleine sector betreft (en de subsidiebedragen dus relatief groot kunnen zijn).
Om al deze redenen is het vaak wenselijk om stimuleringsmaatregelen anders vorm te geven. De meest populaire maatregel voor personen is belastingaftrek. Stel, je verdient §1000 en moet hierover 50% belasting betalen. Maar de regering zegt dat je de BTW van je volgende telefoon helemaal mag aftrekken van de belasting. Je koopt een telefoon van §432 waarvan §75 BTW. Nu hoef je niet meer 500 euro belasting te betalen, maar 500-75=425 euro. Dit is hoe belastingaftrek werkt. Belastingaftrekregels kosten de staat niet direct geld, maar kosten de staat wel belastingderving, oftewel misgelopen belastinginkomsten. In tegenstelling tot subsidies zitten er echter een aantal handigheidjes in verwerkt; zo is belastingaftrek vaak gemaximeerd (gelimiteerd) tot een bepaald bedrag. Een nadeel van belastingaftrekregels is dat ze regressief zijn: hoe meer belasting je betaalt, des te meer je kunt profiteren van aftrekregels. Rijkere mensen hebben hier dus meer aan dan arme mensen.

Vrijstellingen zijn een soort omgekeerde vorm van belastingaftrek. Bij een vrijstelling kan de overheid bepalen dat bepaalde aankopen vrij zijn van BTW of andere belastingen tot een bepaald bedrag. Hoe goedkoper het voorwerp (en dus waarschijnlijk: hoe minder rijk de koper), des te meer voordeel eraan zit. Dit is een voorbeeld van een progressieve stimuleringsmaatregel.

Een 400 jaar oud instituut

http://www.ogief.nl/images/ministerie-van-financien/ministerie-van-financien-1.png

Laten we het eindelijk eens over Nederland zelf hebben. Het systematisch innen van belastingen is ťťn van de belangrijkste redenen voor het vormen van natie-staten, dus het zal je niet verbazen dat ons ministerie van FinanciŽn - voorheen de Thesaurie van de Bataafse Republiek - al bestaat sinds vůůr de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit betekent ook dat ons ministerie van FinanciŽn een heel erg breed portfolio van taken heeft; het:
  • Int belastingen
  • Int accijnzen, gasbaten, premies en andere vormen van staatsinkomen
  • Bepaalt fiscale wetgeving; de regels over hoe je met geld mag omgaan (regels voor banken, erfrecht, etc.)
  • Int invoerrechten en boetes met behulp van de Douane (de douane is geen politie, maar valt onder het MinFin)
  • Bestrijdt fraude/smokkel en bewaart fiscale integriteit (bijv. piramidespelen) via de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD)
  • Beheert gokinstellingen: de Staatsloterij en Holland Casino
  • Beheert roerende zaken van de staat en geconfisqueerde eigendommen, en verkoopt deze via Domeinen Roerende Zaken
  • Beheert (en helpt) genationaliseerde bedrijven zoals ABN Amro, Fortis, SNS, de Munt, NS, Schiphol, TenneT, onze kerncentrales, etc. Interessant genoeg int het MinFin wel de gasbaten, maar GasTerra BV - voorheen de Gasunie - wordt beheerd door Economische Zaken.
Een behoorlijk lange lijst van niet altijd even duidelijke financiŽle taken. Ja, allemaal hebben ze met geld te maken, maar het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat ook casino’s en het tweedehands verkopen van staatseigendommen hieronder valt.

http://www.domeinenrz.nl/ufc/rapid/domeinenrz_sites/assets/f77605db1507768fdfd08012bdcdfac1/ankelier.jpg
Belastingen en accijnzen
FinanciŽn gaan over het innen en uitgeven van geld. Laten we beginnen met de systemen die wij in Nederland gebruiken voor het innen van geld voor de staat.

Ons progressieve inkomstenbelastingsysteem
In Nederland kennen we een progressief belastingstelsel, zowel op inkomsten als op bedrijfsresultaten - hoewel het effect het sterkste is op inkomsten. Dit betekent dat je een hoger percentage van je inkomsten moet afdragen als belasting naarmate je meer inkomsten hebt. Het idee hierachter is dat iemand met een laag inkomen vrijwel zijn hele inkomen nodig heeft om te overleven. Naarmate je meer verdient, is een steeds groter deel van het inkomen zgn. welstand (luxe), en is het dus minder bezwaarlijk om meer geld af te dragen aan de staat. Ook zorgt een progressief belastingsysteem ervoor dat rijkere mensen niet onbeperkt rijker worden ten koste van arme mensen, met andere woorden: de wealth gap blijft zo klein mogelijk. Minder verschil tussen arm en rijk zorgt voor meer stabiliteit en geluk. Dit wordt vaak gekwantificeerd in de Gini-index. Nederland heeft een Gini-index van ca. 0.25-0.28, ťťn van de laagste (en dus meest inkomensgelijke) ter wereld. Er moet opgemerkt worden dat volledige gelijkheid niet gewenst is; opportunity, oftewel groeimogelijkheden, zijn een belangrijke motivator voor arbeid en bedrijvigheid. Er moeten altijd arme en rijke mensen zijn - maar niet straatarm en schatrijk.

Belangrijk om op te merken is dat inkomstenbelastingsschalen marginaal zijn. Stel dat je 25% belasting moet betalen tot §10 000 inkomsten en 35% vanaf §10 001. Dit betekent niet dat je opeens 35% af moet dragen als je loonsverhoging krijgt en nŤt in het hogere tarief komt te zitten; je betaalt alleen 35% belasting over je loon dat hoger is dan §10 000.

Ook bedrijven kennen een effectief progressief belastingstelsel, hoewel dit voornamelijk wordt gecreŽerd door middel van aftrekregels. Kleine bedrijven, met name eenmanszaken, kunnen gebruik maken van starters- en kleinschaligheidsaftrek waarmee zeker de kleinste bedrijven effectief vrijwel geen belasting hoeven te betalen. Grotere bedrijven betalen ruwweg een vlaktaks - een vast percentage - over hun inkomsten en omzet in de vorm van BTW en vennootschapsbelasting. Ook zijn er voor bedrijven relatief veel subsidieregels, zoals de WBSO voor R&D-werk. Met name Tweakers die op een hogeschool of universiteit zitten zullen regelmatig met terminologie van deze en andere subsidies van de RVO - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - te maken krijgen.

Premies
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/564x/8b/8a/e5/8b8ae507e55f378809e95dfeccfd02a1.jpg

Veruit het grootste deel van het staatsbudget gaat op aan sociale zaken, dus in Nederland draagt iedereen verplicht een deel van zijn loon af als sociale premie. Deze is ook progressief; mensen met een hoger inkomen betalen hogere premies. De premies zijn opgedeeld in:
  • Premies volksverzekeringen. Dit geld gaat naar de:
    • AOW of Algemene Ouderdomswet. Staatspensioenen, oftewel een bestaansminimum voor gepensioneerden.
    • Anw of Algemene nabestaandenwet. Dit is een uitkering voor weduwen en weduwnaars. Als weduwe of weduwnaar van gepensioneerde leeftijd heb je (in sommige gevallen) recht op een deel van het pensioen van je overleden echtgeno(o)t(e).
    • AWBZ of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Langdurig (chronisch) zieke mensen krijgen van dit potje hun zorgkosten betaald, ofwel via ZIN (zorg in natura; directe zorgverlening), een PGB (persoonsgebonden budget - een zak geld die de zieke persoon krijgt en naar eigen believen mag uitgeven aan relevante zorg) of via een VPZ (vergoedingsregeling persoonlijke zorg), waarbij een externe partij zorg inkoopt voor die persoon.
  • Premies werknemersverzekeringen. Dit zijn premies die ervoor zorgen dat je in het geval van kortdurende werkloosheid je huur nog kunt betalen en kunt doorleven zonder zorgen. Hieronder valt:
    • WW of Werkloosheidswet. Dit verzorgt een (hoog) percentage van je laatstgenoten inkomen in het geval van kortdurende onvrijwillige werkloosheid
    • ZW of Ziektewet. Idem, bij kortdurende ziekte.
    • WIA of Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Zoals de WW, maar dan langdurig.
Het staatspensioen (AOW) is erg laag; het is ontworpen om voldoende te zijn (in combinatie met andere hulpregelingen) om van te leven, maar in werkelijkheid is het behoorlijk op een houtje bijten. De informele sector is dan ook erg groot voor ouderen; hoopjes 65+’ers verdienen zwart een centje bij. Daarnaast hebben de meeste mensen ook een vrijwillig aanvullend pensioen. Hierbij wordt nog eens extra geld ingehouden bovenop de andere belastingen, en dit geldt wordt omgeslagen of opgespaard om later een extra pensioen bovenop de AOW te vormen.

Daarover gesproken; er zijn twee soorten verzekeringssystemen: omslagstelsels en spaarsystemen. Bij een spaarsysteem leg je in feite je hele leven lang geld in een spaarkas, die aan het einde van je leven wordt aangevuld. Omslagsystemen betalen de huidige gepensioneerden van premies die binnenkomen van werkenden. In werkelijkheid zijn alle volksverzekeringen (en private verzekeringen) meestal een combinatie van beiden; pensioenfondsen hebben weliswaar meer dan een biljoen euro contant geld op de bank staan, maar een aanzienlijk deel van de huidige premies wordt ook omgeslagen of anderszins geÔnvesteerd. In die zin zijn ze dus - zoals we hebben gezien in het afgelopen jaar - intiem verweven met de financiŽle markten.

Fun fact of the day: Ken je die eilanden ergens in Caribisch gebied waar wij soort van iets mee te maken zouden moeten hebben, maar niemand weet precies wat? Deze eilanden hebben hun eigen volksverzekeringssystemen en belastingtarieven. Hm, was dit een fun fact? Klinkt meer als huiswerk...

http://www.bonaire.nu/wp-content/uploads/2016/06/OM-Bord-500x281.jpg
Accijnzen, gasbaten en verdere inkomsten
Na premies, particuliere belastingen en bedrijfsbelastingen hebben we eigenlijk het merendeel van de belastingen al gehad. De grootste kruimels die overblijven zijn vrij voor zichzelf sprekend. Accijnzen en gasbaten, net als motorrijtuigenbelasting, zijn nog best grote kruimels, maar alles daarna valt eigenlijk in het niet. En dat is exact de reden waarom ik deze alinea schrijf; veel mensen hebben de neiging om bijvoorbeeld energiebelasting, verkeersboetes, erfrecht of andere van zulke regelingen af te doen als manier voor de staat om zijn macht te misbruiken en extra geld ‘los te kloppen’ van zijn burgers. En uiteraard is het helemaal waar dat de staat netto positieve inkomsten uit deze bronnen heeft - maar het gaat op het totale budget over totaal insignificante hoeveelheden.

Veruit de meeste kleine inkomsten zijn geen belastingmaatregelen ontworpen om de staatskas te spekken, maar manieren voor de overheid om gedrag te sturen. Mensen zijn extreem gevoelig voor schijnbaar kleine financiŽle prikkels op sommige punten. Iedereen die wel eens een verkeersboete heeft gehad weet waarschijnlijk nog goed waar dat voor het laatst was, en waarom. Gisteren nog werd ik door mijn vriendin gewezen op een verkeersboete die we gezamenlijk hadden opgelopen door te fietsen in een voetgangersgebied - vier jaar geleden. De hoeveelheid geld was zowel voor ons als voor de staat insignificant, maar sindsdien hebben we daar nooit meer gefietst. Verkeersboetes zijn super effective.

Conclusie
Hť! We hebben het over belastingen gehad, maar niet over uitgaven. Waar gaat al dat geld naartoe? Eh, nou, deze blogpost is al aardig lang aan het worden. Maar misschien nog belangrijker: we gaan het al in uitgebreid detail hebben over individuele uitgaven in de volgende posts, dus het heeft niet zoveel zin om het hier al neer te zetten. Stay tuned; volgende keer gaan we het over arbeid en sociale zaken hebben!

Verkiezingen 2017: Wat is de economie?

Door mux op maandag 3 oktober 2016 12:45 - Reacties (5)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 1.737

De economie is het geheel van productie, consumptie en handel van alles wat waarde heeft voor mensen. Maar wat is waarde? Hoe kwantificeer je de waarde van een melkkoe in euro's? Het antwoord op deze vragen is complex, niemand weet echt het antwoord en erger nog: er is geen antwoord. Toch is het nuttig om hier meer over te weten. Hier is een samenvatting van de belangrijkste economische concepten om de verkiezingsprogramma's goed te begrijpen.

Waarde

http://mediacaffeine.com/wp-content/uploads/2013/04/Cost-vs-Value.jpg

Hoe weet je wat iets waard is? Het is niet genoeg om te zeggen dat de nieuwste iPhone 799 euro in de winkel kost; dat is slechts de nominale waarde, ofwel het aantal euro's dat erop staat. Werkelijke waarde (de economische term: Real value) is niet in geld uit te drukken, omdat geld geen constante waarde heeft. We denken hier wel over na; als je 40 000 euro verdient per jaar met je baan, verdien je meer geld en - zo is de gedachte - kun je meer dingen kopen dan iemand die 30 000 euro verdient. Maar als je die 40 000 euro uitgeeft aan een grote berg aardappelen die vervolgens liggen te rotten heb je er niks aan. De waarde van je uitgaven - het geld dat je ergens aan hebt besteed - is extreem laag. Geld is duidelijk niet hetzelfde als waarde.

Daar stopt het niet. Sommige dingen kosten heel veel geld, maar zijn bijna niks waard. Zeldzame metalen zoals goud, platina en iridium hebben maar zeer weinig nuttige toepassingen, maar kosten veel meer dan water of lucht, die ongelooflijk veel waarde hebben maar geen (of nauwelijks) geld kosten. Werk is een ander voorbeeld; wat is de waarde van iemand die voedsel produceert ten opzichte van iemand die alleen met geld heen en weer schuift op de beurs?

http://www.gold-eagle.com/sites/default/files/vronsky060914-8.jpg

Een veelgehoorde uitspraak van politie bij het onderscheppen van grote hoeveelheden drugs is dat deze een 'straatwaarde' hebben van miljoenen, soms wel tientallen of honderden miljoenen. Maar dat betekent niet dat een drugskartel zoveel geld kwijt is; de werkelijke kosten - de hoeveelheid geld die is uitgegeven tijdens de economische activiteit - die in de productie zijn gaan zitten zijn vaak minder dan een procent van de straatwaarde. Grote getallen klinken leuk.

Kortom; waarde is een kneedbaar begrip. Het is een concept dat we toekennen aan van alles in ons leven - zowel materieel als immaterieel - op basis van eindeloos veel factoren. Nut, schaarste, historische prijzen, incidenten, speculatie, ga zo maar door.

Waardeverlies, -opslag en -creatie

Economische activiteit is een term voor alle acties die mensen uitvoeren die iets met waarde doen. Je kunt bijvoorbeeld grondstoffen ontginnen, verwerken en hier producten van maken die je verkoopt. Voordat je begon met ontginning waren er minder spullen, en de spullen die je van de grondstoffen hebt gemaakt hebben de totale waarde van de economie vergroot. Je hebt waarde gecreŽerd. Als het nuttige spullen zijn, natuurlijk.

Want een andere bron van waarde is potentieel vernietigd in dit proces. Het kost tijd, energie en gereedschap om deze activiteit te ondernemen, en deze zaken vertegenwoordigen allemaal waarde. Je hebt pas nettowaarde gecreŽerd als je in totaal minder kosten hebt gemaakt dan baten (inkomsten). Uiteraard is dit compleet subjectief. Vijftig jaar geleden was de toegevoegde waarde van meer auto's veel groter dan onze perceptie van de kosten. Nu dat we een beter begrip en meer aandacht voor het milieu hebben is het waarschijnlijk zo dat de schade die auto's aan het milieu doen groter is dan het economische nut. Zeker in een land als Nederland, waar een hoop mensen bijvoorbeeld kunnen fietsen of met de trein kunnen, en waar mensen even productief zijn - evenveel waarde creŽeren - wanneer ze telewerken versus op een kantoor.

En daar is een belangrijk punt om in te haken; de markt schat de waarde van sommige dingen soms niet goed in. Markten zijn plekken waar economische activiteiten plaatsvinden. Dus zowel een letterlijke markt - winkels, webwinkels, beurzen - als alle andere economische activiteiten bij elkaar. Er bestaan verschillende soorten markten; vraaggestuurde markten (waar producenten proberen te voldoen aan vraag en concurreren op prijs), aanbodgestuurde markten (waar rantsoenen worden ontworpen en iedereen een bepaald aandeel krijgt toegewezen, ongeacht werkelijke vraag), etc. In onze kapitalistische, vraaggestuurde markt wordt niet altijd waarde toegekend aan alles wat werkelijke waarde heeft. ‘Gratis’ zaken zoals lucht, water en andere natuurlijke grondstoffen worden effectief gezien als waardeloos. Eťn van de taken van een overheid is* om kunstmatig waarde toe te kennen aan zaken die wel degelijk doordreunende economische waarde hebben op de lange termijn, ondanks dat ze gratis beschikbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is een CO2-taks. Ongemerkt kan aanzienlijke toekomstige waarde vernietigd worden door economische activiteiten die hier geen rekening mee houden.

http://www.rtlnieuws.nl/sites/default/files/styles/landscape_2/public/content/images/2014/01/09/Pensioen%201020_0.jpg?itok=nISMCosj

Waarde kan ook opgeslagen worden, en ook dat is soms complexer dan je op het eerste gezicht denkt. In onze economie gebruiken we geld - euro's, dollars, ponden, etc. - om economische waarde te vertegenwoordigen zodat we gemakkelijk hierin kunnen handelen zonder telkens opnieuw uit te vogelen hoeveel melkkoeien eerlijk zijn om te geven in ruil voor een pak wasverzachter. Maar geld heeft totaal geen constante waarde. Geld is alleen een opslag van waarde in die zin dat het ontworpen is om zo goed mogelijk te helpen met economische activiteit. Maar, het grappige gevolg daarvan is dat geld zelf zo goed als geen intrinsieke waarde heeft. Het is dus een waarde-opslag by proxy. Waarde-opslag neemt dus vaak ook andere vormen aan, in Nederland bijvoorbeeld in vastgoed (huizen, land) en langetermijnfondsen (bijv. pensioenfondsen) - die op hun beurt weer investeren in andere materiŽle zaken.

Het meten van de economie

https://economie.rabobank.com/Global/Publicatie%20afbeeldingen/2015/11%20November/Visie-Nederland/Fig-1.png

Dus, als waarde een kneedbaar begrip is, hoe kunnen we dan zulke harde uitspraken maken over onze economie dat het '1% is gegroeid in het afgelopen kalenderjaar'? Het makkelijke antwoord is dat niemand het precies weet, want je kunt waarde niet makkelijk meten. Echter, je kunt waarde wel vergelijken. Je kunt bijvoorbeeld meten hoeveel geld er totaal is rondgegaan in de economie door alle aankopen plus al het spaargeld en schulden van iedereen bij elkaar op te tellen. En vervolgens kun je kijken hoeveel jouw geld waard is ten opzichte van andere muntsoorten, om het effect van geld dat meer of minder waard wordt (deflatie en inflatie) te corrigeren.

Maar dat is niet genoeg. Economische modellen gaan vaak uit van tientallen verschillende inputs, van echt geld (cash) tot schulden en spaargeld (credit/debet) tot virtuele bezittingen (aandelen, futures, etc.), plus andere maten van economische activiteit zoals loonontwikkeling, werkloosheid, consumentenvertrouwen enz.

En sommige aspecten van de economie zijn veel belangrijker dan anderen voor verschillende mensen. Een goed voorbeeld is Brexit; daar was de waarde van de pond ineens 20% gekelderd. Gezien niet iedereen automatisch een loonsverhoging van 20% kreeg, betekende dat dat het importeren van goederen - van voedsel tot iPhones - ongeveer 20% duurder werd. Maar het kopen van goederen uit het binnenland bleef zo goed als ongewijzigd. Als je als overheid je binnenlandse economische activiteiten wilt stimuleren, is een zwakke munt dus een effectief middel. Omgekeerd; als je sterk afhankelijk bent van import (doordat je land zelf niet genoeg productie heeft bijvoorbeeld), is dit een groot probleem.

De rol van de overheid in de economie

Hier wordt het pas echt interessant. Want er is geen duidelijke, fundamentele rol weggelegd voor de overheid in de economie. Ondanks dat ik reeds heb gesproken over zaken als een CO2-taks, is dit een relatief recente en beperkte rol van de overheid die nog bijna nergens serieus wordt uitgevoerd. Sommige mensen zijn van mening dat de overheid helemaal geen rol zou moeten spelen in de economie, en dat de economie (vaak gesymboliseerd door 'de markt', oftewel alle economische activiteit) zichzelf moet redden. Immers, specifiek vraaggestuurde, kapitalistische markten zijn goed in het optimaliseren van productie. Dit is het idee achter Anarcho-kapitalisme, met zijn iets minder extreme broertje Economisch Libertarisme.



Aan de andere kant van het spectrum staat de aanbodeconomie, ofwel planeconomie. Dit is geen synoniem voor communisme, maar de enige communistische systemen in de wereld waren en zijn planeconomieŽn. Communisme zegt namelijk alleen dat er geen eigendom bestaat; alle grondstoffen, materialen, fabrieken, huizen, alles is in gelijke mate van iedereen. Dat is een principe dat ook zonder planeconomie zou kunnen werken, maar in de praktijk is het noodzakelijk voor een overheid om mensen aan te sturen zodat ze doen wat nodig is om het land te laten functioneren.

En in het midden van het spectrum zijn vele gradaties te vinden. Iedere economie in de wereld valt tussen de extremen; sommigen hebben iets meer overheidsbemoeienis, sommigen iets minder, maar de verschillen zijn veel kleiner dan je op het eerste gezicht zou denken (met name als je naar Amerikaanse libertariŽrs en liberalen luistert). In Nederland zijn we op economisch gebied relatief liberaal en op sociaal gebied relatief sterk gestuurd. Nederland heeft een eenvoudig belastingen- en subsidiesysteem dat erg vriendelijk is voor bedrijven bijvoorbeeld. Nederland leeft op internationale handel - zoals gezegd: Rotterdam is ongeveer de enige industrie van belang in het hele land - dus het is belangrijk om regels op dit gebied losjes te houden.

De publieke sector
Maar de overheid stelt niet alleen overkoepelende regels op voor de economie. Iedere overheid is in zekere mate ook zelf een actief onderdeel van de economie; dit heet de publieke sector. Bedrijven en instituten die niet aan de overheid gebonden zijn, noemen we de private sector. Niet alles past even netjes in deze vakjes; de meeste zorginstellingen in Nederland worden ook wel semi-overheids- of semi-publieke instanties genoemd, omdat hier zowel direct zaken door de overheid worden geregeld als wordt gehandeld met puur private bedrijven.

Er zitten voor- en nadelen aan de publieke sector. Overheden kunnen zaken doen die de private sector nooit zou willen doen, zoals het bouwen van infrastructuur voor het hele land. Een heel erg belangrijk voordeel van een grote publieke sector is dat de overheid kan garanderen dat veel geld binnenlands of zelfs aan specifieke bedrijven wordt uitgegeven, zodat de binnenlandse economie sterk wordt gehouden. Immers; het zou best dom zijn om een groot infrastructuurproject zoals een treinontwerp uit te besteden aan een bedrijf uit ItaliŽ dat weliswaar goedkoop leek op papier, maar uiteindelijk een defect product levert. Toch? Hmm... OK, dit is ook ťťn van de nadelen van de publieke sector; marktkrachten die doorgaans goed zijn in het uitvinden wat de meest efficiŽnte oplossing is voor een probleem zijn niet altijd aanwezig. Dit betekent dat projecten die de overheid uitvoert meestal duurder zijn en langzamer worden uitgerold dan wanneer het door de private sector wordt aangepakt.

Maar grappig genoeg is dit zelden echt een probleem. Zelfs projecten die jaren tijdsoverschrijding hebben en twee keer zoveel kosten als aanvankelijk gedacht zijn nog steeds projecten waarbij Nederlandse bedrijven extra omzet draaien, de economie stimuleren en voor banen zorgen. Met name in onze sterk geglobaliseerde wereldeconomie is de overheid meestal veel beter in het stimuleren van de economie met overheidsuitgaven dan de private sector, die op jacht naar maximale efficiŽntie maar al te graag banen uitbesteedt aan het buitenland, waar het geld ons niet ten goede komt. De term hiervoor is het fiscal multiplier effect - meer hierover in m’n blog over fiscale zaken.

Niet-fiscale economische activiteit
Naast betaalde/professionele economische activiteit, is er ook een hoop waardecreatie (en -destructie) die niet direct in geld is uit te drukken. Hieronder valt bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, mantelzorg en huishoudelijk werk. Maar ook andere delen van de informele economie, zoals zwartwerkers, de schaduweconomie (illegale en andere activiteiten die een negatief imago hebben) en zelfs in zekere mate de natuur en omgeving. Sommige partijen kennen bijzonder grote waarde toe aan dit deel van de economie, bijvoorbeeld de PVV en PvdD.

Vaak wordt de denkfout gemaakt om dit soort activiteiten erg persoonlijk op te vatten; "Natuurlijk moeten we stoppen met het doodknuppelen van zeehondjes, dat is vreselijk!". Echter, de politiek is daar niet voor; dit soort principes hebben vaak solide (of... niet zo solide) economische achtergronden. Mantelzorg is bijvoorbeeld een ontzettend effectieve manier om zorgkosten te reduceren, gezien mantelzorg de noodzaak voor sociale hulpverlening en zelfs ziekenhuisbezoek aan ouderen uitspaart. Ondanks dat iemand wellicht niet betaald wordt voor het zorgen voor zijn of haar ouders, spaart dit de gehele economie tot wel duizenden euro's per dag uit. En doorgaans met een betere kwaliteit van leven, hoewel niet altijd betere medische uitkomsten.

Er bestaat uiteraard ook heel erg effectieve waardedestructie. Natuurrampen zijn het gemakkelijkste voorbeeld. Maar Nederland is ook ťťn van de koplopers in huisinbraken. Een inbraak is ťťn van de beste manieren om waarde te vernietigen; er wordt vaak maar voor enkele tientallen euro’s (verpandingswaarde) gestolen, maar er wordt vaak voor duizenden euro’s aan eigendom vernietigd - om nog niet te spreken van consequentiŽle schade zoals verloren uren van de huiseigenaar, kosten aan de verzekeraar, etc.

De economie van Nederland

Nederland is een ontzettend rijk land, op veel manieren. We hebben de op 16 na grootste economie van de wereld, ondanks dat we op plaats 66 staan qua populatie en 134e qua oppervlak - om een idee te geven van wat dat betekent: we hebben een grotere economie dan Hong Kong en Singapore bij elkaar. Met afstand de grootste reden hiervoor is Royal Dutch Shell; een bedrijf dat in zijn eentje 50% van het BNP van Nederland vertegenwoordigd - hoewel het merendeel hiervan verdiend, uitgegeven en belast wordt in het buitenland (m.n. het Verenigd Koninkrijk). Maar in tegenstelling tot landen als Canada, Saoedi-ArabiŽ, Rusland en Nigeria - waar olieproducten een vergelijkbaar aandeel van de economie uitmaken - is in Nederland ons olie- en gasbelang vrijwel geheel privaat en laag belast, waardoor dalende olieprijzen (vooralsnog) bijna geen invloed hebben gehad op onze economie.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5b/2014_Netherlands_Products_Export_Treemap.png

Na olie is de bankensector ook een aanzienlijk deel van onze economie (ca. 10%), met daarna land- en tuinbouw als fikse inkomstenbron (voornamelijk door de export van bloemen en groente). Overlappend met al deze categorieŽn zijn we ook een groot handelsland; ongeveer een kwart van de economie draait direct of indirect op handel en logistiek. Ondanks dat bijvoorbeeld het Rotterdams Havenbedrijf 'maar' 500 miljoen per jaar omzet (minder dan 1% van ons BNP), brengt alle achterliggende handel en logistiek tientallen miljarden per jaar voor de staat op.

Tot zover de private sector - in de publieke sector (overheidsinkomsten en -uitgaven) zien we uiteraard een compleet ander plaatje. De taak van de overheid is immers niet bankieren of olie winnen. Veruit de meeste overheidsinkomsten komen uit inkomstenbelastingen en -premies. Op plaats twee staan bedrijfsbelastingen. Nederland is niet uniek hierin, maar het moet opgemerkt worden dat in Nederland bedrijven relatief weinig belasting betalen. Dit maakt ons een belastingparadijs voor veel bedrijven (zie ‘Dutch sandwich’), en dit is uiteraard van groot belang voor onze handelseconomie. En niet alleen grote multinationals; Nederland is extreem vriendelijk voor het midden- en kleinbedrijf, gezien ruim 15% van de werkbevolking een eigen bedrijf heeft (inclusief ik).

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/componenten/infographics/miljoenennota-2017/miljoenennota.jpg

Uitgaven kun je min of meer in 3 categorieŽn van gelijke grootte indelen: Zorg, sociale zekerheid en 'de rest'. Nederland heeft momenteel de op drie na duurste zorg in de wereld, na de VS, Zwitserland en Noorwegen - hoewel de kwaliteit van zorg internationaal gezien wel erg goed is. Nederland is extreem sociaal; de sociale vangnetten in Nederland staan doorgaans in de top-5, zoniet direct aan de top. En hetzelfde verhaal gaat op voor de meeste sectoren van publieke uitgaven; we hebben een relatief duur maar ook erg goed en door iedereen (nagenoeg) gratis te volgen onderwijssysteem; we hebben op Japan na de beste weg-, trein-, en waterweginfrastructuur, we hebben het meest betrouwbare elektriciteitsnetwerk, etc. Heel kort gezegd: onze overheid geeft heel veel geld uit, maar we hebben hier ook relatief veel resultaat van.

De informele economie is in Nederland klein, maar aanwezig. Vrijwilligerswerk is lang op zijn retour geweest; minder mensen zijn gratis bezig voor hun sportclub, ouderen, kerk of vakbond dan in de jaren '90. In de laatste jaren is wel het e.e.a. veranderd; met name omdat kinderopvang en mantelzorg voor veel mensen meer prioriteit heeft gekregen en duurder is geworden door wegvallende subsidie van de staat.

De schaduweconomie van Nederland is moeilijk te meten, maar lijkt op zijn retour. Minder mensen werken zwart dan ooit, hoewel zwartwerken nog steeds vele tientallen miljarden euro's per jaar vertegenwoordigt. Illegale activiteiten zoals wiet-, wapen- en mensenhandel vertegenwoordigt slechts enkele miljarden per jaar - georganiseerde criminaliteit is een (relatief) klein probleem vergeleken met hoe het in de jaren ‘90 en eerder was.

Conclusie

Dit is bij lange na geen compleet overzicht van alle concepten en termen in de economie. Ik ben nog niet eens half begonnen met het bespreken van alle aspecten van de Nederlandse economie. Maar dat is ook niet de bedoeling - met deze blogserie probeer ik een fundament te bouwen waar ik op kan terugslaan wanneer we in toekomstige blogs naar de verschillende verkiezingsprogramma's gaan kijken.

Dat betekent ook dat deze blogs in de toekomst waarschijnlijk aanpassingen en toevoegingen krijgen indien noodzakelijk voor een beter begrip van verkiezingsprogramma's.

Oproep: Wil je meehelpen met het schrijven en nakijken van deze blogs? Heb je verstand van financiŽle zaken, sociale zaken, defensie, veiligheid of kiesstelsels? Dan nodig ik je graag uit op m'n google doc met kladversies van blogs in deze serie. DM me je e-mailadres!