Verkiezingen 2017: Wat zijn financiŽle zaken?

Door mux op maandag 10 oktober 2016 11:01 - Reacties (12)
Categorie: Verkiezingen 2017, Views: 3.177

FinanciŽle zaken lijken in eerste instantie veel overlap te hebben met economische zaken, en in de meeste landen in de wereld zijn deze twee functies ook onderdeel van ťťn ministerie of instituut. Nederland is ťťn van weinige landen in de wereld met een apart ministerie hiervoor. FinanciŽle zaken gaan over het innen, beheren en uitgeven van geld en roerende zaken door de staat.

Geld, munten en banken

http://www.ingenesist.com/wp-content/uploads/2010/12/paper-money-does-not-have-intrinsic-value.jpg

Een belangrijke functie van de minister van financiŽn is het aansturen van banken en de centrale bank. Waarom dat?

Geld is een concept dat soms bedrieglijk gemakkelijk lijkt, maar de ervaring leert dat er een hoop misverstanden bestaan rondom geld, munteenheden en financiŽle instituten. Geld heeft drie eigenschappen - nouja, vier eigenlijk:
  • Een nominale waarde (het getalletje dat erop gedrukt of gestampt staat)
  • een economische waarde (de hoeveelheid spullen die je ermee kunt kopen)
  • een monetaire waarde (de waarde ten opzichte van andere munten)
  • [een intrinsieke waarde (de waarde van het spul waarvan het is gemaakt)]
Al deze waarden kunnen aardig veranderen ten opzichte van elkaar. Wanneer de economische waarde van een munt daalt, noemen we dit inflatie. Het omgekeerde heet deflatie, hoewel dit niet vaak gebeurt. Goederen die je in het buitenland koopt kunnen duurder of goedkoper worden als de monetaire waarde verandert.

Geld heeft als enige functie in zijn leven om economische activiteiten makkelijker te maken. Geld moet uitgegeven worden. Van zichzelf is het niks waard; je kunt er op zijn best je stoel mee stutten of de haard mee aanmaken*. Binnen een economie bevindt zich een hoeveelheid geld en, tegelijkertijd, een hoeveelheid economische waarde. De verhouding hiertussen bepaalt hoe de nominale waarde van het geld correspondeert met de economische waarde. Als een land meer waarde heeft gecreŽerd (de economie is gegroeid), maar de hoeveelheid geld groeit niet mee, dan stijgt de economische waarde van de munt ook. Dit is deflatie: je kunt meer kopen voor dezelfde hoeveelheid geld. Dit lijkt op het eerste gezicht goed, ware het niet dat dit ervoor zorgt dat mensen liever geld opsparen dan uitgeven, waardoor economische activiteit vermindert. Als je volgend jaar twee huizen kunt kopen voor de prijs van ťťn nu, dan wacht je nog wel even met verhuizen.

[* zijstapje: in sommige landen is de intrinsieke waarde van geld - bijv. de penny in de Verenigde Staten - hoger dan de nominale waarde. Dit is uiteraard een zeer onwenselijke situatie; op die manier is er geen enkele reden om geld uit te geven gezien het ruwe materiaal meer waard is dan het (waardeloze) geld waarmee je het hebt gekocht. Zo kun je dus theoretisch oneindig veel geld maken zonder enige economische activiteit te ondernemen]

Je kunt dus als economie het beste een klein beetje inflatie hebben. Dat is gezond, en de minister kan dan ook De Nederlandsche Bank (DNB) instrueren om meer guldens te drukken zodat er meer geld komt dan de hoeveelheid waarmee de economie groeit. Wacht even. Ohja. We hebben tegenwoordig geen eigen centrale bank meer, en een gedeelde munt...

De Euro is een geweldig idee op veel fronten, maar binnenlandse financiŽle zaken is daar niet ťťn van. Doordat iedereen in de Eurozone - arm of rijk - dezelfde munt met ruwweg dezelfde economische waarde gebruikt, lopen sommige landen in de problemen doordat ze niet in staat zijn geld bij te drukken, of de geldkraan dicht te doen. Dit kan opgelost worden door overkoepelend monetair beleid in de Eurozone toe te staan, maar gek genoeg kan niemand het daar echt over eens worden. Dit is een interessant onderwerp om meer over te lezen



Als laatste wil ik het nog even hebben over andere soorten geld. Nee, niet andere munten, maar compleet andere concepten van wat geld is. Allereerst; een korte opmerking over de goudstandaard en gekoppelde valuta. Het moge duidelijk zijn dat de economische waarde van geld, goud en de economie als geheel eigenlijk drie aparte dingen zijn. Het is tot daar aan toe om geld te koppelen aan de economie, maar om vervolgens ook een hoeveelheid goud ergens te stallen om het geld in de economie te vertegenwoordigen is een gigantische logistieke, laat staan analytisch bijna onmogelijke taak. Hoe meet je effectief de correcte hoeveelheid goud vs. geld? Als je de functie van geld doorgrondt, lijkt een goudstandaard steeds meer een onbegonnen zaak.

Maar wellicht belangrijker is dat veruit het meeste geld dat in de economie rondgaat simpelweg niet echt bestaat. Dit omdat het geld is van een andere orde. In econometrie wordt het symbool M0 toegekend aan al het contante geld in een economie. Maar dat is niet alles. Wanneer je bij een bank geld op je betaal- of spaarrekening zet, geeft de bank dit vrijwel meteen uit als lening aan iemand anders. Toch lijkt het alsof er nog geld op de bank staat, en een klein beetje is er ook nog: dit is het reserve, een bepaald percentage van het totaalbedrag. Maar nu tellen we geld opeens dubbel: zowel jouw banktotaal als de lening zijn echt geld. Deze extra hoeveelheid geld wordt M1 genoemd (of MB). Deposito's - geld dat je op de bank zet en niet mag opnemen tot na een bepaalde hoeveelheid tijd - behoren tot M2. Deposito’s zijn eigenlijk obligaties - daar hebben we het later nog eens over. Interbancaire leningen, verpandingen en andere zaken die nooit het licht kunnen zien als 'echt' geld (M0 of M1) worden vaak tot M3 gerekend, en zaken zoals aandelen, -fondsen en futures worden tot M4 (of MZM) gerekend. Verschillende instituten houden er andere definities op na, maar het concept is duidelijk: niet alle geld is gelijk geschapen, en niet alle geld kun je in muntvorm uitdrukken.

http://macroblog.typepad.com/macroblog/images/money_levels.gif

De hoeveelheid M0 is vaak maar een paar procent van de totale hoeveelheid 'geld' in een economie, met andere woorden: de totale economie bevat tientallen malen zoveel geld als er daadwerkelijk in circulatie is of op bankrekeningen staat. Dat wil niet zeggen dat er maar heel weinig echt geld is - zijn bankrekeningen, hypotheken en aandelen geen echt geld?

Schuld
Zoals uitgelegd in het vorige hoofdstukje zijn banken in staat om aanzienlijk meer geld uit te lenen dan ze in kas hebben; dit heet fractional reserve banking. In Nederland en Europa zijn de eisen hiervoor variabel, maar als vuistregel kun je stellen dat er meestal tussen 5-10% contant geld op de bank moet staan*. Dit betekent dus dat er zomaar 10-20x zoveel schuld als geld in de economie zit. Dit wordt vaak de ‘debt-based society’ genoemd. Gezien dit, net als goudreserves, soms langskomt in discussies over dit onderwerp heeft het zin om hier iets dieper in te duiken.

Zowel schulden als geld zijn een vorm van… geld. Het zijn universele ruilmiddelen. Schuld is een soort negatief geld. Het verschil zit hem echter in de afbetaling. Geld kun je gebruiken als je de koper of verkoper waarmee je zaken doet niet vertrouwt; immers, als je iets verkoopt op schuld, moet je later nog eens aankloppen bij die persoon om de schuld in te willigen - en die persoon moet dan wel garant staan voor z’n eerder gemaakte schulden. Dit is waarom schulden ook wel verplichtingen worden genoemd, of als je het over schulden van een staat hebt: obligaties.

Echter, in tegenstelling tot geld, kun je veel subtieler en flexibeler omgaan met schuld. Schuld hoeft niet persť in ťťn keer afbetaald worden; je kunt het in termijnen afbetalen, of zelfs nooit: je kunt alleen maar een beetje rente (‘huur’) betalen voor je schuld. Door niet direct te hoeven betalen voor alles wat je nodig hebt, maar de betaling uit te kunnen stellen, kun je als bedrijf veel gemakkelijker zaken doen. Immers; je hebt als bedrijf grondstoffen nodig, die verwerk je en probeer je dan over een bepaalde periode te verkopen. Pas helemaal aan het einde van dit verhaal heb je genoeg geld om die grondstoffen terug te betalen. Schuld is wat het bestaan van zo’n bedrijf mogelijk maakt zonder grote hoeveelheden geld vanaf het begin.

Zelfs in een maatschappij zonder fiduciair geld (geld zonder intrinsieke waarde) is schuld nog steeds een belangrijk onderdeel van de economie. Sommige economen en historici zijn zelfs van mening dat de oudste bekende beschavingen voornamelijk een schuldeconomie hadden. Kortom; ondanks dat schuld negatieve sociale connotaties kan hebben, is het - indien goed gebruikt - een nuttig onderdeel van de financiŽle wereld.



Uiteraard zijn er legio voorbeelden van schulden die niet worden afbetaald. Hoe netjes mensen hun schulden afbetalen wordt ook wel de kwaliteit of credit risk genoemd. Wanneer het risico voor de bank erg hoog wordt - bijvoorbeeld als de schuld heel erg hoog is in verhouding tot het inkomen van een persoon - wordt er soms gevraagd om de lening te verzekeren. De bank kan daardoor hun inschatting van het risico verlagen (immers, de verzekeringsmaatschappij betaalt ze terug als de leninghouder niet aan zijn verplichtingen kan voldoen) en minder rente vragen. Een andere verzekeringsoptie is verpanding, oftewel een ander, waardevast object aanbieden dat als onderpand/waarborg dient voor de lening. Een goed voorbeeld hiervan is een huis en hypotheek. De bank geeft je een grote lening (hypotheek) om het huis te kopen, en jij koopt daarvan dat huis wat je vervolgens als onderpand aanmerkt voor de bank. Kun je je hypotheek niet betalen? Dan scheldt de bank (een deel van) je hypotheek kwijt en nemen zij je huis daarvoor in ruil. De bank heeft op die manier bijna geen risico en kan hele lage rentes rekenen, waardoor een hypotheek veel goedkoper is dan een persoonlijke rekening zůnder onderpand.

In het Engels heet een onderpand een collateral. De grote recessie van 2007 was veroorzaakt doordat banken collateralized debt obligations (CDO’s) - leningen met een onderpand - met elkaar verhandelden, maar niet eerlijk waren over de kwaliteit van deze leningen. Zo dachten banken die deze CDO’s kochten dat ze relatief goede kwaliteit hypotheken kregen, maar waren de leningen in werkelijkheid aan mensen die zeer waarschijnlijk nooit zouden betalen. Toen banken hierachter kwamen, moesten ze honderden miljarden aan leningen afschrijven, omdat die waarde nooit heeft bestaan. In ťťn keer werd heel veel M3 en MZM geld waarvan men dacht dat het bestond weggetoverd. Dit is een goede les in hoe belangrijk het is om als toezichthouder grip op de markt te houden, zodat kwaadwillende banken niet zomaar geld uit het niets kunnen toveren of kunnen valsspelen. Het soort regels dat dit tegenhoudt heet fiscale regelgeving, en toont hoe belangrijk fiscale toezichtsinstanties zoals de FIOD, ECD (Economische Controledienst) en NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit) zijn. Hierover later meer.

*echte regels zijn vaak complex; niet alleen moet vaak een percentage van de totale uitstaande schuld op voorraad worden gehouden; ook andere zaken zoals investeringen en andere risico’s moeten worden afgedekt - deze regels zijn doorgaans belangrijker dan de monetaire fractie.

De Staatsschuld
http://www.hugovandermolen.nl/scripophily/picsNL/ABN-1978-obligatie.jpg

Totnogtoe hebben we het gehad over leningen tussen personen en bedrijven, maar ook de overheid zelf kan leningen aangaan. En dit kan op verschillende manieren.

Allereerst; waarom zou een regering meer geld willen uitgeven dan ze binnenkrijgt met belastingen? Duidelijk: omdat meer geld lenen relatief weinig geld kost, en een groter positief effect kan hebben dan het negatieve effect van extra rente betalen. In de blogpost over de economie heb ik het al gehad over het fenomeen van de fiscal multiplier; het feit dat gemiddeld overheidsuitgaven voor ca. 2x zoveel waarde in de economie zorgen als de hoeveelheid geÔnvesteerd geld. Dit is doorgaans een beter rendement dan bedrijven en personen voor elkaar kunnen krijgen, dus de beste tactiek is om altijd zoveel mogelijk te lenen, toch? Staatsschuld is goed?

Naja, ook een staat is gebonden aan leenregels. Over leningen moet rente worden betaald, en de hoeveelheid rente wordt bijna altijd bepaald door je credit rating, oftewel kredietwaardigheid. Hoe lager je kredietwaardigheidsscore, des te hoger de kans dat je mogelijk niet in staat bent om netjes op tijd rente te betalen, en des te hoger je rentebedrag. En stel dat je als land een hele hoge staatsschuld hebt, en plotseling stijgt de kredietrente een beetje en je hebt niet meer genoeg geld om te betalen… Dan zit je ineens met een gigantisch probleem. Niet alleen moet je de hogere standaardrente betalen, maar je kredietwaardigheid wordt omlaag bijgesteld waardoor je in ťťn klap nog veel meer moet betalen. Dit is fundamenteel hoe kredietcrisissen ontstaan; een cascade-effect van renteverhogingen die uiteindelijk tot insolvabiliteit leiden. Een land dat failliet gaat heeft waarschijnlijk leningen lopen in de hele wereld, en zorgt voor gigantische financiŽle schokken over de hele wereld.

Maargoed, hoe leent een heel land geld? Dit wordt vrijwel uitsluitend gedaan door middel van staatsobligaties. Obligaties zijn een uit het Latijn stammend woord voor ‘verplichtingen’ - letterlijk schuldpapieren dus. Wanneer de Nederlandse staat geld nodig heeft, schrijft het schuldpapieren uit naar de vrije markt. Iedereen kan deze dan ‘kopen’, d.w.z. geld aan de staat geven en dit papiertje ervoor terug krijgen. Ieder jaar belooft de staat hier dan ‘rente’ voor te betalen (dit heet dividend), en aan het einde van de looptijd - die doorgaans 10 jaar is - koopt de staat je obligatie terug voor het gehele nominale bedrag. Als dit je bekend voorkomt: dit is exact hoe spaardeposito’s werken - alleen zit er dan een bank tussen.

De staat kan ook investeren; in principe is het voor de staat legaal om zich te gedragen als bedrijf en bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien. Dit wordt soms als ‘valsspelen’ en marktverstoring gezien (gezien de staat theoretisch wetten kan ontwerpen die alle concurrentie uitschakelt - of simpelweg het leger ergens heen kan sturen). Desalniettemin; veruit de meeste regeringen ontplooien een aantal activiteiten waaruit bedrijfsmatige winst wordt gehaald, met name omdat veel landen vanwege de volksgezondheid of staatsveiligheid een monopolie houden op gokken, drugs (incl. alcohol), wapens, prostitutie en waardevolle natuurlijke grondstoffen zoals olie.

Er zijn extreem veel facetten aan staatsschulden, en ik kan onmogelijk de complexiteit hiervan in deze blogpost uitleggen. Als je al hier bent gekomen met lezen van mijn blog en dus geÔnteresseerd bent in het onderwerp kan ik zeer sterk aanraden om dit onderwerp verder te bekijken. Een aspect dat te complex is om hier uit te leggen maar wel ontzettend belangrijk voor fiscale zaken is bijvoorbeeld de vraag: waarom heeft het wel of geen zin om extra geld te drukken als overheid?.

Subsidies, belastingaftrek en andere fiscale voordeelregelingen
Soms is het voor de staat niet mogelijk of wenselijk om direct geld uit te geven aan een specifiek doel (bijv. een brug bouwen). Stel dat de staat wil dat iedereen zoveel mogelijk overstapt op een nieuw type auto, omdat die schoner rijden en de wegen minder belasten. Niet iedereen wil dezelfde auto, niet iedereen wil nu direct een nieuwe auto. Hoe zorg je er dan toch voor dat mensen zo snel mogelijk overstappen?

Nou, mensen reageren ontzettend goed op financiŽle stimuli. Wanneer iets heel goedkoop of gratis is, wil iedereen het opeens. Hiervoor kan de overheid financiŽle middelen aandragen, en dat kan op verschillende manieren.

De makkelijkste manier is het verstrekken van subsidies. Dit is een zak geld die uitgegeven moet worden aan ťťn specifiek doel, binnen een bepaalde hoeveelheid tijd. Er zijn drie problemen met subsidies:
  • Het kost het de overheid direct geld. Dit lijkt een rare uitspraak, maar veel fiscale regelgeving wordt juist ontworpen om financieel neutraal voor de staatskas te zijn. Subsidies kosten altijd geld, en dat maakt ze vaak een laatste keuze voor beleidsmakers.
  • Subsidies zijn vaak marktverstorend. Doordat vaak ťťn deel van een markt wordt gesteund met subsidies en de rest van de markt ‘normaal’ doorgaat, zullen veel klanten verschuiven naar de gesubsidieerde markt, en kun je dus een industrie sterk verstoren of zelfs stukmaken.
  • Subsidies werken niet altijd. Doordat subsidies veel geld kosten, zijn het per persoon of per bedrijf vaak maar kleine bedragen. Stel dat een bedrijf de keuze heeft uit een nieuwe dieselauto van §50 000 en een elektrische auto van §500 000, dan helpt een subsidie van §2000 niet echt. Subsidies werken eigenlijk alleen maar als ‘laatste zetje’ om mensen over de drempel te halen, of in sommige gevallen als het een hele kleine sector betreft (en de subsidiebedragen dus relatief groot kunnen zijn).
Om al deze redenen is het vaak wenselijk om stimuleringsmaatregelen anders vorm te geven. De meest populaire maatregel voor personen is belastingaftrek. Stel, je verdient §1000 en moet hierover 50% belasting betalen. Maar de regering zegt dat je de BTW van je volgende telefoon helemaal mag aftrekken van de belasting. Je koopt een telefoon van §432 waarvan §75 BTW. Nu hoef je niet meer 500 euro belasting te betalen, maar 500-75=425 euro. Dit is hoe belastingaftrek werkt. Belastingaftrekregels kosten de staat niet direct geld, maar kosten de staat wel belastingderving, oftewel misgelopen belastinginkomsten. In tegenstelling tot subsidies zitten er echter een aantal handigheidjes in verwerkt; zo is belastingaftrek vaak gemaximeerd (gelimiteerd) tot een bepaald bedrag. Een nadeel van belastingaftrekregels is dat ze regressief zijn: hoe meer belasting je betaalt, des te meer je kunt profiteren van aftrekregels. Rijkere mensen hebben hier dus meer aan dan arme mensen.

Vrijstellingen zijn een soort omgekeerde vorm van belastingaftrek. Bij een vrijstelling kan de overheid bepalen dat bepaalde aankopen vrij zijn van BTW of andere belastingen tot een bepaald bedrag. Hoe goedkoper het voorwerp (en dus waarschijnlijk: hoe minder rijk de koper), des te meer voordeel eraan zit. Dit is een voorbeeld van een progressieve stimuleringsmaatregel.

Een 400 jaar oud instituut

http://www.ogief.nl/images/ministerie-van-financien/ministerie-van-financien-1.png

Laten we het eindelijk eens over Nederland zelf hebben. Het systematisch innen van belastingen is ťťn van de belangrijkste redenen voor het vormen van natie-staten, dus het zal je niet verbazen dat ons ministerie van FinanciŽn - voorheen de Thesaurie van de Bataafse Republiek - al bestaat sinds vůůr de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit betekent ook dat ons ministerie van FinanciŽn een heel erg breed portfolio van taken heeft; het:
  • Int belastingen
  • Int accijnzen, gasbaten, premies en andere vormen van staatsinkomen
  • Bepaalt fiscale wetgeving; de regels over hoe je met geld mag omgaan (regels voor banken, erfrecht, etc.)
  • Int invoerrechten en boetes met behulp van de Douane (de douane is geen politie, maar valt onder het MinFin)
  • Bestrijdt fraude/smokkel en bewaart fiscale integriteit (bijv. piramidespelen) via de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD)
  • Beheert gokinstellingen: de Staatsloterij en Holland Casino
  • Beheert roerende zaken van de staat en geconfisqueerde eigendommen, en verkoopt deze via Domeinen Roerende Zaken
  • Beheert (en helpt) genationaliseerde bedrijven zoals ABN Amro, Fortis, SNS, de Munt, NS, Schiphol, TenneT, onze kerncentrales, etc. Interessant genoeg int het MinFin wel de gasbaten, maar GasTerra BV - voorheen de Gasunie - wordt beheerd door Economische Zaken.
Een behoorlijk lange lijst van niet altijd even duidelijke financiŽle taken. Ja, allemaal hebben ze met geld te maken, maar het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat ook casino’s en het tweedehands verkopen van staatseigendommen hieronder valt.

http://www.domeinenrz.nl/ufc/rapid/domeinenrz_sites/assets/f77605db1507768fdfd08012bdcdfac1/ankelier.jpg
Belastingen en accijnzen
FinanciŽn gaan over het innen en uitgeven van geld. Laten we beginnen met de systemen die wij in Nederland gebruiken voor het innen van geld voor de staat.

Ons progressieve inkomstenbelastingsysteem
In Nederland kennen we een progressief belastingstelsel, zowel op inkomsten als op bedrijfsresultaten - hoewel het effect het sterkste is op inkomsten. Dit betekent dat je een hoger percentage van je inkomsten moet afdragen als belasting naarmate je meer inkomsten hebt. Het idee hierachter is dat iemand met een laag inkomen vrijwel zijn hele inkomen nodig heeft om te overleven. Naarmate je meer verdient, is een steeds groter deel van het inkomen zgn. welstand (luxe), en is het dus minder bezwaarlijk om meer geld af te dragen aan de staat. Ook zorgt een progressief belastingsysteem ervoor dat rijkere mensen niet onbeperkt rijker worden ten koste van arme mensen, met andere woorden: de wealth gap blijft zo klein mogelijk. Minder verschil tussen arm en rijk zorgt voor meer stabiliteit en geluk. Dit wordt vaak gekwantificeerd in de Gini-index. Nederland heeft een Gini-index van ca. 0.25-0.28, ťťn van de laagste (en dus meest inkomensgelijke) ter wereld. Er moet opgemerkt worden dat volledige gelijkheid niet gewenst is; opportunity, oftewel groeimogelijkheden, zijn een belangrijke motivator voor arbeid en bedrijvigheid. Er moeten altijd arme en rijke mensen zijn - maar niet straatarm en schatrijk.

Belangrijk om op te merken is dat inkomstenbelastingsschalen marginaal zijn. Stel dat je 25% belasting moet betalen tot §10 000 inkomsten en 35% vanaf §10 001. Dit betekent niet dat je opeens 35% af moet dragen als je loonsverhoging krijgt en nŤt in het hogere tarief komt te zitten; je betaalt alleen 35% belasting over je loon dat hoger is dan §10 000.

Ook bedrijven kennen een effectief progressief belastingstelsel, hoewel dit voornamelijk wordt gecreŽerd door middel van aftrekregels. Kleine bedrijven, met name eenmanszaken, kunnen gebruik maken van starters- en kleinschaligheidsaftrek waarmee zeker de kleinste bedrijven effectief vrijwel geen belasting hoeven te betalen. Grotere bedrijven betalen ruwweg een vlaktaks - een vast percentage - over hun inkomsten en omzet in de vorm van BTW en vennootschapsbelasting. Ook zijn er voor bedrijven relatief veel subsidieregels, zoals de WBSO voor R&D-werk. Met name Tweakers die op een hogeschool of universiteit zitten zullen regelmatig met terminologie van deze en andere subsidies van de RVO - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - te maken krijgen.

Premies
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/564x/8b/8a/e5/8b8ae507e55f378809e95dfeccfd02a1.jpg

Veruit het grootste deel van het staatsbudget gaat op aan sociale zaken, dus in Nederland draagt iedereen verplicht een deel van zijn loon af als sociale premie. Deze is ook progressief; mensen met een hoger inkomen betalen hogere premies. De premies zijn opgedeeld in:
  • Premies volksverzekeringen. Dit geld gaat naar de:
    • AOW of Algemene Ouderdomswet. Staatspensioenen, oftewel een bestaansminimum voor gepensioneerden.
    • Anw of Algemene nabestaandenwet. Dit is een uitkering voor weduwen en weduwnaars. Als weduwe of weduwnaar van gepensioneerde leeftijd heb je (in sommige gevallen) recht op een deel van het pensioen van je overleden echtgeno(o)t(e).
    • AWBZ of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Langdurig (chronisch) zieke mensen krijgen van dit potje hun zorgkosten betaald, ofwel via ZIN (zorg in natura; directe zorgverlening), een PGB (persoonsgebonden budget - een zak geld die de zieke persoon krijgt en naar eigen believen mag uitgeven aan relevante zorg) of via een VPZ (vergoedingsregeling persoonlijke zorg), waarbij een externe partij zorg inkoopt voor die persoon.
  • Premies werknemersverzekeringen. Dit zijn premies die ervoor zorgen dat je in het geval van kortdurende werkloosheid je huur nog kunt betalen en kunt doorleven zonder zorgen. Hieronder valt:
    • WW of Werkloosheidswet. Dit verzorgt een (hoog) percentage van je laatstgenoten inkomen in het geval van kortdurende onvrijwillige werkloosheid
    • ZW of Ziektewet. Idem, bij kortdurende ziekte.
    • WIA of Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Zoals de WW, maar dan langdurig.
Het staatspensioen (AOW) is erg laag; het is ontworpen om voldoende te zijn (in combinatie met andere hulpregelingen) om van te leven, maar in werkelijkheid is het behoorlijk op een houtje bijten. De informele sector is dan ook erg groot voor ouderen; hoopjes 65+’ers verdienen zwart een centje bij. Daarnaast hebben de meeste mensen ook een vrijwillig aanvullend pensioen. Hierbij wordt nog eens extra geld ingehouden bovenop de andere belastingen, en dit geldt wordt omgeslagen of opgespaard om later een extra pensioen bovenop de AOW te vormen.

Daarover gesproken; er zijn twee soorten verzekeringssystemen: omslagstelsels en spaarsystemen. Bij een spaarsysteem leg je in feite je hele leven lang geld in een spaarkas, die aan het einde van je leven wordt aangevuld. Omslagsystemen betalen de huidige gepensioneerden van premies die binnenkomen van werkenden. In werkelijkheid zijn alle volksverzekeringen (en private verzekeringen) meestal een combinatie van beiden; pensioenfondsen hebben weliswaar meer dan een biljoen euro contant geld op de bank staan, maar een aanzienlijk deel van de huidige premies wordt ook omgeslagen of anderszins geÔnvesteerd. In die zin zijn ze dus - zoals we hebben gezien in het afgelopen jaar - intiem verweven met de financiŽle markten.

Fun fact of the day: Ken je die eilanden ergens in Caribisch gebied waar wij soort van iets mee te maken zouden moeten hebben, maar niemand weet precies wat? Deze eilanden hebben hun eigen volksverzekeringssystemen en belastingtarieven. Hm, was dit een fun fact? Klinkt meer als huiswerk...

http://www.bonaire.nu/wp-content/uploads/2016/06/OM-Bord-500x281.jpg
Accijnzen, gasbaten en verdere inkomsten
Na premies, particuliere belastingen en bedrijfsbelastingen hebben we eigenlijk het merendeel van de belastingen al gehad. De grootste kruimels die overblijven zijn vrij voor zichzelf sprekend. Accijnzen en gasbaten, net als motorrijtuigenbelasting, zijn nog best grote kruimels, maar alles daarna valt eigenlijk in het niet. En dat is exact de reden waarom ik deze alinea schrijf; veel mensen hebben de neiging om bijvoorbeeld energiebelasting, verkeersboetes, erfrecht of andere van zulke regelingen af te doen als manier voor de staat om zijn macht te misbruiken en extra geld ‘los te kloppen’ van zijn burgers. En uiteraard is het helemaal waar dat de staat netto positieve inkomsten uit deze bronnen heeft - maar het gaat op het totale budget over totaal insignificante hoeveelheden.

Veruit de meeste kleine inkomsten zijn geen belastingmaatregelen ontworpen om de staatskas te spekken, maar manieren voor de overheid om gedrag te sturen. Mensen zijn extreem gevoelig voor schijnbaar kleine financiŽle prikkels op sommige punten. Iedereen die wel eens een verkeersboete heeft gehad weet waarschijnlijk nog goed waar dat voor het laatst was, en waarom. Gisteren nog werd ik door mijn vriendin gewezen op een verkeersboete die we gezamenlijk hadden opgelopen door te fietsen in een voetgangersgebied - vier jaar geleden. De hoeveelheid geld was zowel voor ons als voor de staat insignificant, maar sindsdien hebben we daar nooit meer gefietst. Verkeersboetes zijn super effective.

Conclusie
Hť! We hebben het over belastingen gehad, maar niet over uitgaven. Waar gaat al dat geld naartoe? Eh, nou, deze blogpost is al aardig lang aan het worden. Maar misschien nog belangrijker: we gaan het al in uitgebreid detail hebben over individuele uitgaven in de volgende posts, dus het heeft niet zoveel zin om het hier al neer te zetten. Stay tuned; volgende keer gaan we het over arbeid en sociale zaken hebben!

Volgende: Verkiezingen 2017: Wat is werk? 16-10 Verkiezingen 2017: Wat is werk?
Volgende: Verkiezingen 2017: Wat is de economie? 03-10 Verkiezingen 2017: Wat is de economie?

Reacties


Door Tweakers user Sepio, maandag 10 oktober 2016 14:23

Gefeliciteerd met je 150e blog. Je bent hiermee, volgens dit overzicht, de Tweaker met de meeste blogs.

Door Tweakers user mux, maandag 10 oktober 2016 14:41

Oh, cool :D ik wist niet eens dat die pagina bestond...

Heb ik al zoveel geblogd dan? Pff...

Door Tweakers user Sepio, maandag 10 oktober 2016 16:49

mux schreef op maandag 10 oktober 2016 @ 14:41:
Oh, cool :D ik wist niet eens dat die pagina bestond...

Heb ik al zoveel geblogd dan? Pff...
Ik wist dit tot voorkort ook niet. Ik klikte per ongeluk op de hoofdpagina van tweakblogs op de bovenste titel "Tweakers Tweakblogs" en toen kreeg ik die pagina te zien.

Door Tweakers user arnovos, maandag 10 oktober 2016 21:04

Je schrijft het waanzinnig interessant op, het is een uiterst relevant onderwerp maar jemig, dit moet echt in kleinere happen. Of noemt het een longread.

Door Tweakers user mux, maandag 10 oktober 2016 21:50

Maak je geen zorgen, er komen nog ca. 60 A4'tjes aan.

Door Tweakers user MB54, dinsdag 11 oktober 2016 13:26

Fijn, verheug me op het volgende deel.
Ga je wellicht ook nog iets schrijven over derivaten? Dat is ťcht schrikken ;-)

Door Tweakers user mux, dinsdag 11 oktober 2016 13:56

Hehehe... nee, ik houd me vanaf nu weer even ver van financiŽle zaken. Het doel van deze blogs is (helaas) niet om 100% in te gaan op alle aspecten van een bepaald onderwerp, alleen maar om genoeg fundament te leggen om verkiezingsprogramma's echt goed te begrijpen.

In mijn ervaring is het al best veel gevraagd om mensen ťcht te laten begrijpen wat geld precies is, om dan ook nog over derivaten van beleggingsproducten te hebben is dan echt onmogelijk.

Door Tweakers user SirBlade, dinsdag 11 oktober 2016 16:49

Welk gedrag wordt er gestuurd door erfbelasting? Mensen straffen voor het feit dat hun naasten zijn overleden?

Door Tweakers user mux, dinsdag 11 oktober 2016 16:58

Erfbelasting is een manier van welvaartsverdeling. Feit is dat de meeste rijke mensen niet rijk zijn doordat ze hard hebben gewerkt, maar doordat ze geld hebben overgeŽrfd van hun ouders. Op die manier blijft welvaart geconcentreerd op een kleine hoeveelheid mensen (zgn. dynastieŽn) en hebben mensen zonder rijke familie relatief minder social opportunity. Het is dus zeer wenselijk om als maatschappij erfbelasting te heffen, om het verschli tussen arm en rijk zoveel mogelijk te dempen.

Door Tweakers user Chief, woensdag 12 oktober 2016 09:32

In het Engels heet een onderpand een collateral. De grote recessie van 2007 was veroorzaakt doordat banken collateralized debt obligations (CDO’s) - leningen met een onderpand - met elkaar verhandelden, maar niet eerlijk waren over de kwaliteit van deze leningen. Zo dachten banken die deze CDO’s kochten dat ze relatief goede kwaliteit hypotheken kregen, maar waren de leningen in werkelijkheid aan mensen die zeer waarschijnlijk nooit zouden betalen. Toen banken hierachter kwamen, moesten ze honderden miljarden aan leningen afschrijven, omdat die waarde nooit heeft bestaan. In ťťn keer werd heel veel M3 en MZM geld waarvan men dacht dat het bestond weggetoverd
Dit is niet helemaal waar. De banken hadden gewoon hun huiswerk niet goed gedaan. Waar een CDO met een AAA rating als veilig werd beschouwd las niemand de onderliggende documenten over de hypotheken die als onderpand dienden. Dat werd erger met CDOs square: delen van CDO's verpakken in nieuwe CDO's. Zo kon een deel van een CDO een AAA rating krijgen terwijl er ondeliggend alleen uit BBB of lager rated CDO's bestonden. Sterk staaltje statistiek kwam er bij kijken.
Lehman Brothers deed dit op grootte schaal maar hielden de lager rated delen op hun eigen balans. Toen de verliezen daarop toenamen kreeg Lehman te maken met het ergste wat een bank kan overkomen: verlies van vertrouwen. Niemand wilde meer handelen met Lehman, klanten eisten hun geld op. De rest van het verhaal kennen jullie helaas.....

Door Tweakers user mux, woensdag 12 oktober 2016 09:51

De werkelijkheid is inderdaad wat complexer. Bedankt voor de toevoeging!

Door Tweakers user cobo, vrijdag 14 oktober 2016 09:09

Dit is echt interessant om te lezen en het leest ook lekker weg. Top

Reactie formulier
(verplicht)
(verplicht, maar wordt niet getoond)
(optioneel)

Voer de code van onderstaand anti-spam plaatje in: